Het verschijnt en het verdwijnt

Het deeltje is er wel. Het deeltje is er niet. En nee, de verwarring komt niet door quantumeffecten, door een of andere modieuze emergentie of door een nieuwe en tot nu toe onopgemerkt gebleven natuurkracht. Hoe het wel komt is nog een raadsel, maar menselijke fouten worden niet uitgesloten.

In maart brachten deeltjesfysici van het Fermilab bij Chicago in de Verenigde Staten het nieuws voor het eerst naar buiten. In hun meetgegevens was een vreemd hobbeltje opgedoken. De fysici hadden die gegevens verzameld met hun reusachtige CDF-detector. Die registreert de deeltjes die ontstaan tijdens deeltjesbotsingen in de Tevatronversneller. Het hobbeltje ontstond steeds in botsingen waarin ook een zogeheten W-deeltje werd geproduceerd.

Dat gaf veel rumoer, want zo’n hobbeltje (blauw in de grafiek) duidt op een deeltje. Maar dit deeltje kon, zo schreef de groep in een paper, met geen enkele bestaande theorie worden verklaard. En zo kwam een stroom theoretische papers op gang waarin het deeltje bijvoorbeeld technicolorboson werd gedoopt, of Z’-boson.

Het enthousiasme groeide toen het hobbeltje in mei alweer hoger bleek. Want de kans dat het toevallig was ontstaan, was daarmee juist geslonken: van 1 op 370 naar 1 op 15.000. En dat naderde de eis die fysici aan een nieuwe deeltje stellen: 1 op bijna 2 miljoen.

Op één voorwaarde na: dat het in een ander, onafhankelijk experiment óók gevonden wordt. Want naast toeval of ‘iets nieuws’ , is er nòg een oorzaak van hobbeltjes: fouten, zoals bugs in de software of fouten in het meetapparaat. En hoe jammer ook voor de fysici van het CDF-experiment: hun collega’s van het D0-experiment bij Fermilab zien helemaal niks, zo meldden ze deze week.

De CDF-fysici geven de moed niet op: meer onderzoek is nodig, zeggen zij. Dat zal vooral bestaan uit het vergelijken van data, want hun Tevatronversneller gaat in september dicht. Hobbeltje of niet.

Margriet van der Heijden