Harige schoffellaars en radiaire vliegers

biologie Hoogleraar neurofysiologie Gert van Dijk ontwerpt in zijn vrije tijd de flora en fauna van de fictieve planeet Furaha.

Lucas Brouwers

Op het eerste gezicht ziet de wolharige schoffellaar er aards en vertrouwd uit. Het dier heeft veel weg van een groot zoogdier. Misschien is het wel een nauwe verwant van de neushoorn, of een bizon. Maar wie langer kijkt ziet dat het beest op zes poten staat en dat zijn bovenkaak is uitgegroeid tot een groteske schoffel. Verre verwanten doen in eigenaardigheid niet onder voor de schoffellaar. Zoals de zespotige vleeseters, die hun voorste twee poten als knuppels gebruiken om prooien bewusteloos te slaan. Of de statige waterdieren, die door de oceanen glijden terwijl ze aan de buitenkant amper bewegen. Ze zitten ingenieus in elkaar: door hun lichaam loopt een holle buis die continu pulseert en zo water verplaatst.

Al deze dieren bestaan niet echt. Het zijn creaties van Gert van Dijk, hoogleraar neurofysiologie in Leiden. In zijn vrije tijd ontwerpt en schildert hij de de flora en fauna van de fictieve planeet Furaha, waar de wolharige schoffellaar leeft. Van Dijk heeft de planeet tot in de fijnste details uitgewerkt. Van de evolutie van het leven op Furaha tot de plek van de planeet en zijn zon in het melkwegstelsel: alles klopt.

In zijn studententijd schilderde Van Dijk nog buitenaardse taferelen van boekomslagen voor wat hij nu een ‘beroerde sciencefictionuitgever’ noemt. Erg gelukkig werd hij daar niet van. “Van die uitgever kreeg ik bijvoorbeeld vragen als: ‘Die hoek van je schilderij is nog wat leeg, past daar misschien een ontploffende planeet in?’”, vertelt Van Dijk.

Van Dijk besloot daarom voor zichzelf te gaan schilderen. Het eerste schilderij van Furaha maakte hij in 1979. Daarop was een exotische boom met een vreemd viervleugelig beest te zien. Dat was pas het begin. Van Dijk: “Nou had ik hier wel een landschap geschilderd met wat gras erin, maar er moest natuurlijk ook iets zijn dat dat gras zou eten. Zo ontstond schilderij twee. En als er graseter rondloopt, dan moet er ook iets zijn dat dat beest weer eet. Zo is Furaha gegroeid en blijven groeien.”

Schilderij volgde op schilderij. Later is Van Dijk Furaha ook buiten het doek gaan uitwerken. Hij beschrijft de biologische achtergrond van zijn creaties en simuleert op de computer hun anatomie. Met hulp van een bevriende astrofysicus vond Van Dijk een geschikte plek in ons melkwegstelsel voor Furaha: in een baan rond de ster Nu Phoenicis IV. Deze ster is van hetzelfde type als onze zon en zou in theorie dus leven kunnen ondersteunen.

Nu, meer dan dertig jaar na dat eerste schilderij, zijn de oceanen en continenten van Furaha gevuld met leven, bestaan er gedetailleerde landkaarten van de planeet en is ook het klimaat beschreven. De wetenschappelijke achtergrond is serieus, maar de invulling vloeit voort uit Van Dijk’s fantasie.

Deze bijzondere hobby staat bekend als ‘speculatieve biologie’. Veel speculatieve biologen zijn er niet. Van Dijk kent de meeste werelden die zij creëerden. “Je hebt de planeet Nereus van Evan Black, Snaiad van Mehmet Kösemen en Epona, een collectief project. Dan zijn er nog een paar projecten waarin de evolutie van het leven op aarde wordt voorgesteld, in het geval dat de dinosaurussen niet waren uitgestorven. Daarmee heb je het wel een beetje gehad.”

“Er zijn wel meer mensen die een soortgelijk project op willen zetten”, zegt Van Dijk, “maar de meesten hebben niet de vereiste wetenschappelijke achtergrond of het artistieke talent. Bovendien stoppen de meeste projecten na een paar jaar, zoals Snaiad, omdat er veel tijd in gaat zitten. Ook Furaha heeft jarenlang stil gestaan maar ik kwam er toch steeds naar terug. Furaha stelt mij in staat te schilderen, schrijven, ontwerpen en programmeren. Het voedt te veel dingen in mij om helemaal los te laten.”

Hoe de wolharige schoffellaar tot stand is gekomen weet Van Dijk niet precies meer. “Misschien had ik net een plaatje van een neushoorn gezien. Dan klikken er in mijn hoofd ineens een paar dingen in elkaar. Aan de binnenkant van de huidplooien van neushoorns zouden eigenlijk best haren kunnen zitten, dacht ik toen.”

Rond dat idee werkte Van Dijk het dier verder uit. “Een behaarde huidplooi houdt meer warme lucht vast dan een normale huidplooi. Ongeveer zoals een binnenstebuiten gekeerde bontjas zou doen. Dat is ook precies zoals de Inuit hun jassen maken”, legt hij uit. Een dier met zulke huidplooien is dus goed bestand tegen vrieskou. En die schoffelsnoet? “Die ontstond later vanzelf.”

Van Dijk schilderde de wolharige schoffellaar uiteindelijk al wroetend op zoek naar plantenwortels onder sneeuw of aarde (zie voorplaat). De biologie en ecologie van het dier is inmiddels ook uitgebreid beschreven op de weblog van Van Dijk. Daar valt bijvoorbeeld te lezen dat het dier in kleine kuddes leeft, en dat er kleine parasieten tussen de haren van zijn huidplooien leven (trichofagen).

Van Dijk heeft geen vast recept voor het bedenken van een nieuwe levensvorm. Soms kristalliseert een dier zich uit rond een interessant anatomisch principe. Al schetsende creëerde Van Dijk zo de ‘radiaire vliegers’: kleine wezens met vier vleugels. Die vleugels staan onder een hoek van negentig graden op hun lichaam, zoals de wieken van een helikopter. Bij de eerste schetsen van deze ‘tetropters’ hing onder de vier vleugels nog een tweezijdig symmetrisch lichaam, zoals dat van een vogel. “Dat wrong nog een beetje. Het paste beter om het hele dier radiaal symmetrisch te maken zoals zeesterren, of kwallen.”

De dieren vliegen ook een beetje als helikopters. “Dankzij hun bouw zijn radiaire vliegers ontzettend wendbaar. In horizontale vlucht zijn ze juist weer heel langzaam”, vertelt van Dijk. “De vleugels draaien in een achtje rond. Tijdens elke halve wenteling klappen twee paar vleugels kort tegen elkaar. Dat creëert extra lift”, zegt Van Dijk. Kalm legt hij uit hoe dat werkt. “Wegvliegende duiven doen het ook. Hun twee vleugels raken elkaar telkens kort boven hun rug. Dat vleugelcontact veroorzaakt niet alleen dat typische duivengeklapper, maar zorgt er ook voor dat extra lucht wordt aangezogen. Dat veroorzaakt een opwaartse stuwing.”

Middels computersimulaties visualiseerde Van Dijk de vlucht van de viervleugelige beestjes. Het vliegbeeld van de radiaire vlieger is organisch. Sierlijk zwaaien ze hun vleugels in de rondte, als vlaggen in de handen van een vendelzwaaier. Dat deze vliegstijl geen onzin is, bewees een stel techneuten een paar jaar geleden. Zij sleutelden een robot in elkaar die op dezelfde manier vliegt als de Furahaanse tetropters, met vier vleugels, meldt Van Dijk trots op zijn blog.

Ook de aardse natuur inspireert Van Dijk. Dat is met name terug te zien in de creaties die hij ‘opgevoerde aardse ontwerpen’ noemt. Dat ‘opvoeren’ deed Van Dijk bijvoorbeeld met de golvende zwemmembranen aan weerzijden van een zeekat. “Ik schetste ooit dieren met niet twee, maar vier van zulke membranen: twee aan de boven- en onderkant en twee aan de zijkanten”, zegt van Dijk. “Ineens was daar een dier met een soort schroefvormige aandrijving.”

Voor onrealistische wezens is geen plek op Furaha. De ballonten, dieren zweven doordat ze lichter zijn dan lucht, moeten binnenkort wellicht het veld ruimen. Van Dijk: “Ik begin steeds meer te denken dat ballonvormige levensvormen niet kunnen bestaan. Om ze erin te houden heb ik toch maar de atmosfeer wat zwaarder gemaakt, maar ik denk eigenlijk niet dat dat kan. Dat is zonde, want dat zou betekenen dat ze weg moeten.”

Hoe exotisch de fauna van Furaha ook mag zijn, de meeste dieren ogen toch plausibel en vertrouwd. Hoe kan dat? Van Dijk: “Dat is een interessante vraag. Ontstaan de overeenkomsten met aards leven nu omdat de ontwerpen mechanisch fatsoenlijk in elkaar steken, of omdat bepaalde modellen al muurvast in mijn hoofd zitten?” Van Dijk heeft het antwoord niet. De gelijkenissen introduceert hij in ieder geval niet opzettelijk om Furaha makkelijker verteerbaar te maken. Van Dijk: “Ik doe geen concessies aan mijn publiek.”

Dat verwijt hij wel James Cameron, de regisseur van de sciencefictionfilm Avatar. Die film speelt op de planeet Pandora, waar, net als op Furaha, dieren met zes poten leven. Wolven, paarden en apen hebben allen hun zespotige equivalent op Pandora.

Maar Van Dijk hekelt de ‘klunzige’ anatomie van deze dieren. “De paardachtigen in Avatar hebben één paar achterpoten en twee paar voorpoten, die heel dicht op elkaar staan. Als je goed kijkt zie dat die twee paar voorpoten synchroon bewegen. De ontwerpers hebben gewoon de voorpoten verdubbeld, zodat het dier precies zo loopt als een normaal vierpotig zoogdier. Op het eerste gezicht lijken het maffe beesten, maar in essentie zijn het gewoon paarden met franje.”

Dat Avatar een sciencefictionfilm is, pleit Cameron niet vrij, vindt Van Dijk. “Natuurlijk vergt plezier in sciencefiction de bereidheid je kritische zin in meer of mindere mate op te geven. Maar in tegenstelling tot de aliens in Star Wars of de zandwormen in Frank Herbert’s Dune, waarvan niemand ooit heeft beweerd dat ze geloofwaardig zijn, vertelden Cameron en de wetenschappers die hij inschakelde een natuurgetrouwe en biologisch kloppende wereld te hebben ontworpen. Tja, en dat is gewoon niet waar”, zegt Van Dijk.

Het bereik van Furaha is natuurlijk vele male kleiner dan dat van blockbusters uit Hollywood. Van Dijk vermoedt dat Furaha vooral een academisch publiek trekt, dat net als hij geïnteresseerd is in de snijvlakken tussen creativiteit en wetenschap. Toch zou Van Dijk ook Furaha voor een groter publiek toegankelijk willen maken, in boekvorm bijvoorbeeld. Hij heeft al een schijnencyclopedie van het levens op Furaha uitgedacht, compleet met illustraties en infographics. Hij maakt zich weinig illusies over de kansen dat het boekwerk ooit daadwerkelijk uitgegeven wordt: “Ik weet niet veel van het uitgeven van boeken, maar ik veronderstel dat de markt extreem klein is.”

Het ligt misschien voor de hand dat beroepsbiologen interesse zouden tonen voor een hobby die zo nadrukkelijk geënt is op hun vakgebied. Met name astrobiologen, die zich bezighouden met leven op andere plekken dan de aarde, zouden zich bij uitstek moeten interesseren voor speculatieve biologie. Maar op enkele uitzondering na, zijn kruisbestuivingen tussen professionele biologie en speculatieve biologie schaars. Van Dijk: “In hun hart zouden ze het eigenlijk leuk moeten vinden. Maar ik denk dat astrobiologen er een beetje huiverig voor zijn. Die verdienen hun brood met serieuze wetenschap en willen natuurlijk niet worden weggezet als liefhebbers van kleine groene mannetjes. Ik ook niet trouwens. Ik zie wat ik doe als een intellectueel en artistiek spel.”

Gert van Dijk houdt een website en blog over Furaha bij: http://www.planetfuraha.org/ en http://www.planetfuraha.blogspot.com/