Haaientanden op het strand

Dr. Zeepaard ging naar het strand. Hij zocht fossielen, maar vond ze niet. Had hij maar de tips moeten lezen uit de Fossielen ontdekgids. Dan had hij zeker wat gevonden.

Haaientanden, walviswervels en mammoetbotten, je kunt ze allemaal vinden op de Nederlandse stranden. Maar soms vind je niks. Op het strandje De Kaloot, vlakbij Vlissingen en de kerncentrale van Borssele, zocht Dr. Zeepaard naar die haaientanden. Hij vond ze niet. Wel brokken steen met daarin blauwgrijze schelpen, kokkels en slakjes. Het waren fossielen, heel oud dus en versteend, maar ze zagen er uit als doodgewone schelpen, alleen donkerder gekleurd dan normaal. Hebben fossielenzoekers die niks vinden pech? Of kijken ze gewoon niet goed?

“Die haaientanden liggen er wel”, zegt fossielenjager Herman Zevenberg. “Als je weet waar je op moet letten dan vind je ze echt. Haaientanden op de Nederlandse stranden zijn zwart en vaak klein, soms maar 2 tot 3 millimeter.”

Volgens Zevenberg was het verstandig geweest als Dr. Zeepaard eerst in de Fossielen Ontdekgids had opgezocht hoe zo’n haaientand op de Kaloot er precies uitziet. Of als hij even een foto had opgezocht op de website www.fossiel.net. Hij had ook op het goede moment moeten gaan zoeken. “Het beste kun je zoeken wanneer het eb wordt”, zegt Zevenberg. “Je loopt langs de vloedlijn op en neer, terwijl het water zich steeds iets verder terugtrekt. Zo weet je zeker dat niemand je voor is geweest en de mooiste fossielen al heeft opgeraapt.”

Haaientanden vind je op de stranden van Zeeland en België, vlak over de grens. Verder naar het noorden, vanaf Hoek van Holland lukt dat niet meer zo makkelijk. De zandbanken voor de kust waaruit het zeewater schelpen loswoelt, zijn er nog niet zo oud.

Op de Noord-Nederlandse stranden kun je beter zoeken naar stukjes bot van uitgestorven dieren, zoals mammoeten, bevers en dolfijnen. Die dieren leefden meer dan tienduizend jaar geleden op de Noordzeebodem van nu. Die lag toen droog, want het was een IJstijd en het zeewater zat in de poolkappen bevroren.

Je moet de stukjes bot niet vlakbij het water zoeken, maar langs de vloedlijn, het verste punt waar de zee tijdens hoog water is gekomen. Daar vind je een strookje waar heel wat rotzooi samenkomt. Zevenberg: “Je moet op zoek gaan naar donkerbruine of zwartachtige klompjes die er een beetje uitzien als stenen. Vaak lijken de botten ook een beetje op sponzen. Als de botten licht van kleur zijn dan heb je misschien een stukje skelet gevonden van een dolfijn of zeevogel die nog maar pas gestorven is.”

Aan zo’n botje kun je best even ruiken. Botjes van beesten die nog maar net dood zijn stinken flink.