Goudharders maken school

Je kent die grote zwermen van tienduizenden spreeuwen wel, of scholen van ontelbare haringen. Vooral als roofdieren ze achterna zitten, wervelen ze als een wolk melk in de koffie. Dan zwenken ze allemaal naar rechts, dan weer omhoog. Het lijkt wel alsof ze allemaal op hetzelfde moment een order opvolgen. Naar links! Naar omlaag!

Biologen hebben lang gedacht dat die vogels en die vissen in die zwermen maar een enkele, simpele vlieg- of zwemregel hebben: blijf zo dicht mogelijk bij je buurman, zonder hem te raken. Door kleine verstoringen, zoals wind, een naderende rots of boom, of dus die roofdieren, wijkt er eentje uit waarna alle anderen in een oogwenk volgen – dieren hebben een pijlsnel reactievermogen.

Franse biologen hebben nu uitgevonden dat er meer regeltjes zijn. Ze vingen in de Middellandse Zee een school jonge goudharders en lieten die in een buisvormig aquarium los. Door de buis stroomde water, het was een soort zwemtunnel. Spreeuwen laten zich lastig vangen waardoor een vergelijkbaar experiment in een windtunnel afviel.

De onderzoekers hielden de goudharders, die hier ook wel eens voor de kust zwemmen, stuk voor stuk in de gaten en keken of ze misschien van plaats wisselden. En dat deden ze. Sommige dieren bleven een tijd aan de achterkant van de school. Ze hoefden minder met hun staart te slaan dan de visjes die aan de voorkant van de school zwommen. Toen de biologen de voorste en de achterste hardertjes goed onderzochten, bleek dat de laatste een beetje moe waren.

En dat is eigenlijk helemaal niet zo’n gekke uitkomst. De vissen die voorop zwemmen, banen als het ware een weg door het water. Wanneer ze moe zijn schuiven ze naar achter om op adem te komen. Dat lijkt een beetje zoals ganzen het doen: de voorste vogel van de “V” vliegt ook naar de laatste plek als hij even niet meer kan.

Menno Steketee