Gouden tijden voor Hollandse ingenieurs

Door de economische crisis hebben Nederlandse ingenieursbureaus het moeilijk in eigen land. Om toch te groeien, trekken ze de grens over, naar landen als Brazilië, China en Polen. Met succes: „Onze branche komt in zijn Gouden Eeuw.”

Bertrand van Ee praat relaxed, lacht vriendelijk. Maar heeft hij daar wel reden toe? Van Ee is topman van DHV, een van de grotere ingenieursbureaus in Nederland, en zijn bedrijf heeft het zwaar. Het geeft technisch, juridisch, financieel advies over de aanleg van wegen, bruggen, tunnels, dammen, luchthavens, kantoren, en werkt daarbij veel voor overheden. Laten die nu juist enorm aan het bezuinigen zijn geslagen. Zeker gemeenten. „We zien een enorme krimp”, zegt Van Ee op het hoofdkantoor in Amersfoort. „De gemeentelijke markt zit op slot.”

DHV is niet de enige die pijn lijdt, zegt Paul Oortwijn, directeur van de branchevereniging NLingenieurs. Ook andere bureaus als Haskoning, Grontmij en Arcadis gaan gebukt onder de crisis. Niet alleen omdat lokale overheden bezuinigen. Ook omdat de bouwsector door een diep dal gaat. En niet alleen in Nederland. Ook in Spanje, België, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Amerika.

De crisis heeft de ingenieursbranche in Nederland, traditioneel een sterke sector, op scherp gezet. Volgens Oortwijn moeten bedrijven snijden in hun kosten en tegelijkertijd hun strategie heroverwegen. Zijn we niet te afhankelijk van één land? Moeten we nieuwe markten zoeken buiten de bouw?

Van Ee van DHV geeft toe dat de markt op dit moment erg lastig is. „Je moet scherper zijn dan ooit.” Eind vorig jaar heeft hij aangekondigd in Nederland 300 banen te schrappen. Zijn bedrijf heeft hier nu nog 2.000 werknemers. „Een hele zware ingreep”, zegt hij. DHV nam voor de reorganisatie een eenmalige voorziening in de boeken op van ruim 10 miljoen euro, en leed daardoor vorig jaar 9 miljoen euro verlies.

Ook de concurrenten grijpen in. Grontmij heeft laten weten 100 van zijn 300 kantoorvestigingen in Europa te gaan sluiten. Arcadis, het grootste ingenieursbureau in Nederland, is eveneens sterker op zijn kosten gaan letten. Volgens bestuursvoorzitter Harry Noy werd zijn bedrijf daar al meteen na het uitbreken van de crisis toe gedwongen, eind 2008.

Dat komt, licht Noy toe, omdat Arcadis, in tegenstelling tot DHV, vooral voor private klanten werkt en minder voor overheden. En waar gemeenten nu pas fors beginnen te bezuinigen, deden bedrijven dat al meteen na de crisis. Arcadis merkte het. Opdrachten voor bijvoorbeeld bodemsaneringen liepen in de tweede helft van 2008 snel terug. Kort daarna ging het ook bergafwaarts bij de divisie Infrastructuur, die wegen, tunnels, bruggen ontwerpt. Het ergst was het bij de divisie Gebouwen, dat kantoren, stadions en stadswijken ontwerpt. Daar liep de omzet in een jaar tijd met eenvijfde terug.

Begin 2010 zat Arcadis op zijn dieptepunt. Betrekkelijk vroeg vergeleken met de concurrentie, zegt Noy. Inmiddels is er weer voorzichtige groei, van een paar procenten. Het aantal opdrachten voor bijvoorbeeld bodemsaneringen en waterzuivering trekt weer aan.

Op zoek naar groei vestigen de Nederlandse ingenieursbureaus zich in nieuwe landen. Arcadis bouwt een positie op in Brazilië, en Chili. Daar werkt het samen met de grote mijnbouwers Vale en BHP Billiton bij de uitbouw van hun infrastructuur. „De teruggang in Europa is meer dan gecompenseerd door de boomende markt in deze landen”, zegt Noy.

Voor DHV zijn onder meer China, Polen en zuidelijk Afrika belangrijker geworden. „In Polen werken inmiddels 400 man van ons. In zuidelijk Afrika zijn het er al duizend”, zegt Van Ee. In totaal telt het bedrijf 5.330 werknemers.

In Zuid-Afrika heeft DHV sterk geprofiteerd van de wereldkampioenschap voetbal van vorig jaar. In de aanloop naar het evenement moest de hele infrastructuur op de schop. Nieuwe snelwegen, luchthavens, watervoorzieningen. DHV heeft er veel opdrachten gekregen. „En van het een kwam het ander”, zegt Van Ee.

In Zuid-Afrika kwam het bedrijf in contact met lokale vestigingen van multinationals als bierbrouwer Heineken en chemieconcern DSM. Daar werkt het inmiddels meer mee samen. Van Ee hoopt op een soortgelijke ontwikkeling in Polen, dat volgend jaar met Oekraïne het Europees kampioenschap voetbal organiseert.

Volgens Van Ee biedt ook de globalisering legio kansen. Er komen steeds meer megasteden, met miljoenen inwoners. „Ze hebben allemaal met hetzelfde probleem: hoe krijgen we eten erin, en het vuil eruit”, zegt hij. DHV ontwerpt nu, samen met de universiteit van Wageningen, voor Peking een serie grote ‘agroparken’ die net buiten de stad voedsel moeten gaan kweken en aanvoeren.

Oortwijn van NLingenieurs zegt dat niet alleen de verstedelijking om nieuwe technische oplossingen schreeuwt, maar ook de vergrijzing en de klimaatverandering. Werk genoeg dus voor zijn sector de komende decennia. „Onze branche komt in zijn Gouden Eeuw”, zegt Oortwijn.

Zakenbank Kempen & Co signaleert in een recent rapport nog een paar trends. Multinationals geven er meer en meer de voorkeur aan met slechts één ingenieursbureau samen te werken, over de hele wereld. Zo laat Unilever al zijn productievestigingen verbeteren door het Amerikaanse bureau Jacobs Engineering.

Verder besteden overheden, aldus Kempen & Co, steeds grotere, complexere projecten aan. Ze vragen marktpartijen zo’n project te ontwerpen, bouwen, financieren en onderhouden. Alleen ingenieursbureaus die een breed palet aan diensten aanbieden, komen voor dergelijke projecten in aanmerking. Tegelijk proberen de ingenieursbureaus op hun beurt nieuwe technologieën te ontwikkelen die ze vervolgens in al hun landen kunnen slijten.

Het zijn allemaal trends die om schaalgrootte vragen. Het regent dan ook overnames in de branche. Arcadis heeft de afgelopen vijf jaar twintig bedrijven overgenomen, grotere en kleinere. Wereldwijd zit het bedrijf in de toptien van grootste ingenieursbureaus (qua omzet).

Grontmij sloeg twee jaar geleden een grote slag geslagen door de Franse concurrent Ginger over te nemen, voor 120 miljoen euro. En Oranjewoud trok vorig jaar de aandacht met de overname van bouwbedrijf Strukton, tot dan onderdeel van de Nederlandse Spoorwegen. Uitzondering is DHV. Topman Van Ee verwacht in elk geval de komende twee jaar geen overname te doen. Het heeft de handen vol aan de reorganisatie.

De ingenieursbureaus zoeken niet alleen groei in nieuwe landen, maar ook met nieuwe technologieën. Nu in Nederland de klad zit in de nieuwbouw van woningen en kantoren, zet DHV zwaarder in op renovatie. En dat op een duurzame manier. Het eigen hoofdkantoor in Amersfoort is uithangbord. Dat is net opgeknapt en een stuk energiezuiniger gemaakt, voor 10 miljoen euro.

Verder zet DHV sterker in op watertechnologie. Samen met de Technische Universiteit Delft heeft het een technologie ontwikkeld om afvalwater te zuiveren waarbij minder energie en chemicaliën nodig zijn dan normaal. De eerste installatie wordt nu gebouwd, in Epe, en moet over een paar maanden draaien. Zij kost 15 miljoen euro. Van Ee verwacht de technologie straks in meer landen te kunnen afzetten.

Ook voor Arcadis is water belangrijker geworden. Dat is eigenlijk toeval. Het heeft met de orkaan Katrina te maken. Die zette in 2005 New Orleans in Texas onder water. Daarna ging het snel, zegt Noy. De Verenigde Staten overlegden op het hoogste politieke niveau met Nederland, dat internationaal een goede reputatie heeft in waterbeheer. Lokaal in Louisiana werd contact gelegd met Arcadis, dat daar al enkele jaren een bescheiden kantoor had. Het bedrijf vloog experts uit Nederland in om te bekijken hoe de waterkeringen rond New Orleans verbeterd konden worden. Kort daarop kreeg Arcadis de opdracht, ter waarde van 200 miljoen dollar. „Het was tot dan onze grootste opdracht ooit”, zegt Noy.

Twee jaar geleden versterkte Arcadis zijn positie in Amerika met de overname van Malcolm Pirnie, een groot bedrijf dat sterk is op het gebied van waterzuivering. Het Nederlandse bedrijf haalt inmiddels ruim de helft van zijn omzet in de VS.

Oortwijn van NLingenieurs ziet onder ingenieursbureaus drie categorieën ontstaan. Er zal een categorie ontstaan met mondiale spelers. Hierin speelt bijvoorbeeld Arcadis mee. Dan is er een categorie met regionale spelers. Daarin past een bedrijf als Grontmij. Het richt zich hoofdzakelijk op Europa. De derde categorie richt zich op de lokale markt. Hierin past een bedrijf als Oranjewoud. Met name lokale spelers zullen onder druk komen te staan van de grote spelers, verwacht Oortwijn. „Ze zullen een niche moeten zoeken.”

Voor DHV zal het belang van Nederland afnemen, zegt topman Van Ee. Nu haalt het bedrijf op zijn thuismarkt nog ruim de helft van zijn omzet. Dat zal elk jaar ongeveer een procent minder worden.

De vijf grootste ingenieursbureaus van Nederland