Films zullen op elkaar gaan lijken

Frans van Gestel:

De bezuinigingen zijn onrechtvaardig en het gevolg voor de Nederlandse filmsector is doodzonde. Er zullen minder films gemaakt worden, vooral minder grotere speelfilms. Want de hefboom om privaat geld aan te trekken valt weg. Films zijn kostbaar en zonder investering van het Filmfonds zijn de risico’s voor investeerders te groot. Bijna alle Nederlandse films hebben subsidie nodig, omdat we zo’n klein taalgebied hebben. Lowbudgetfilms kunnen soms zonder subsidie, net als een film als Gooische Vrouwen , omdat John de Mol daar achter zit. De rest heeft subsidie nodig. Het marktaandeel van Nederlandse films is in enkele jaren gestegen van 0,6 naar 16 procent. Maar we kunnen dit aandeel niet behouden als het aantal films sterk daalt door de bezuinigingen. Het succes wordt genadeloos tegengehouden.

In ieder geval moet er een belastingvoordeel komen voor de laatste 20, 30 procent van de financiering van een film. Niet zoals de cv-constructie was, die we bijvoorbeeld bij Alles is Liefde gebruikten, maar iets eenvoudigers. Als je het hebt over meer marktwerking, heb je zoiets nodig. Het is ook goed voor de werkgelegenheid en om de besteding van productiegeld in Nederland te vergroten.

Als zo’n belastingvoordeel er niet komt, hebben we een probleem. Dan worden films met ongeveer hetzelfde lage budget gemaakt en gaan ze allemaal op elkaar lijken. Dat zullen hele realistische films worden. Voor films in het genre ‘opgetild realisme’, dus met meer figuranten, special effects, veel draaidagen of grote sterren, heb je nu eenmaal veel geld nodig.

We moeten ook kijken naar de verdeling van de inkomsten. Bioscopen krijgen nu 60 procent van een kaartje; onevenredig veel. Als we nou eens beginnen dat op 55 procent te zetten. Deze bezuiniging zouden de opening moeten zijn om het daarover te hebben.

Voor mij persoonlijk betekenen de bezuinigingen dat ik minder films ga maken, sommige films waar ik mee bezig ben zullen niet doorgaan. Het gaat langer duren om de financiën rond te krijgen. Misschien moet ik ook kijken naar de omvang van mijn bedrijf. Het vervolg op Alles is Liefde komt in ieder geval volgend jaar. Gelukkig ziet het Nederlandse publiek de Nederlandse film zitten, dat motiveert enorm.

Verder is het noodzakelijk dat de keten die films exploiteert via internet, pay tv en in de bioscoop bijdraagt aan de nationale filmproductie. De prijs van kaartjes verhogen zou geen goed idee zijn. Film is nujuist een relatief goedkoop avondje uit. Wat we als filmsector nog kunnen doen, is meer samenwerkingsverbanden leggen tussen producenten. Ik ben constant in gesprek. En ik ben positief gestemd over deze generatie filmmakers.