Doden bij nieuwe protesten in Syrië

In Syrië zijn vrijdag nieuwe protesten gehouden tegen het regime van president Bashar al-Assad. Ten minste zestien mensen zouden daarbij zijn gedood door de veiligheidsdiensten, waaronder een minderjarige jongen. Dat zeiden Syrische activisten. Doordat buitenlandse journalisten uit Syrië worden geweerd, is het moeilijk om berichten te verifiëren.

Het ernstigste geweld vond volgens de activisten plaats in de westelijke stad Homs, terwijl voor het eerst een dode viel in Aleppo. Tot voor kort was Aleppo, de op een na grootste stad van Syrië, nog geen toneel van de volksopstand tegen Assad.

De staatsmedia van Syrië bagatelliseerden vrijdag de omvang van de demonstraties, maar meldden dat meerdere politieagenten waren neergeschoten. Een van hen zou zijn overleden aan zijn verwondingen.

Assad stond niet eerder onder zo sterke druk om af te treden. Zijn vader nam veertig jaar geleden met een staatsgreep de macht over in Syrië. De opstand tegen Assad jr. begon in maart in het zuiden van Syrië. Inmiddels zijn de protesten uitgebreid naar het noorden, richting de grens met Turkije. Ook in het oosten neemt de onrust toe, bij de Iraakse grens.

De demonstranten eisen het vertrek van Assad, die in 2000 aan de macht kwam na de dood van zijn vader. De hoop werd niet vervuld dat Assad afstand zou nemen van diens dictatoriale bewind en Syrië zou moderniseren.

De regering van Syrië wijdt de onrust in het land aan „gewapende bendes” en inmenging vanuit het buitenland. Volgens de VN zijn minstens 1.100 doden gevallen door de repressie van de protesten. Zo’n 10.000 burgers zouden zijn opgepakt. De EU dringt aan op nieuwe internationale sancties tegen Assad.

Vrijdag eerder op de dag was het Syrische leger twee steden in het noorden ingetrokken om een einde te maken aan aanhoudende protesten. Tanks werden ingezet om de orde te herstellen in Maarat al-Numan en Khan Sheikhoun, beide gelegen langs de weg die de hoofdstad Damascus verbindt met Aleppo .

Zeker 9.000 Syrische burgers zijn de grens over gevlucht naar Turkije, aldus de Turkse regering. Ankara zegt ook humanitaire hulp te verlenen aan zo’n 10.000 Syriërs die zijn gestrand aan de andere kant van de grens. Vrijdag bracht de Amerikaanse actrice Angelina Jolie als vertegenwoordiger van de Verenigde Naties een bezoek aan de Syrische vluchtelingenkampen in Turkije.

In buurland Libanon werd vrijdag ook door burgers gedemonstreerd tegen het regime in Syrië, dat de steun geniet van de leiders van Libanon. Daarbij kwamen minstens twee mensen om nadat er gevechten uitbraken tussen soennieten en alawieten. De heersende elite van Syrië bestaat voornamelijk uit alawieten, een minderheid in het land. (AP, BBC)