Desi Bouterse krijgt steeds meer macht

In het Suriname van president Desi Bouterse draait alles om de president. Een geprezen en eigenzinnige minister van Financiën vertrekt, en de mensen die komen juichen voor Bouterse, krijgen eten.

Een slimme zet van president Desi Bouterse, zo werd de benoeming vorig jaar van de politiek neutrale minister van Financiën Wonnie Boedhoe gezien. Vriend en vijand prezen haar deskundigheid op economisch en financieel gebied. Ze zou de staatskas goed bewaken.

Driekwart jaar later is Boedhoe van het toneel verdwenen. Ze trad vorige week af. Om persoonlijke redenen, heet het. Maar in Suriname is het geen geheim dat ze voor politieke conflicten zorgde.

Boedhoe, voormalig directeur van de Nationale Ontwikkelingsbank, zou te principieel zijn. Het tekort op de Surinaamse begroting loopt op en Boedhoe zou niet altijd gehoor geven aan verzoeken vanuit het kabinet van de president. Bouterse benoemde woensdag een nieuwe minister van Financiën: Adeline Wijnerman, vijf jaar directeur op datzelfde ministerie en een loyale partijgenote.

De ministerswisseling illustreert de concentratie van macht onder president Bouterse. Ruim een jaar na zijn verkiezingszege wordt het steeds duidelijker welke kant hij op wil met Suriname. Hij eist zeggenschap op voor zichzelf en zijn staf. Tegenspraak is er weinig.

Als belangrijkste adviseurs in zijn kabinet koos Bouterse voor vertrouwelingen uit de jaren tachtig: de oud-president Jules Wijdenbosch en de oud-militairen Melvin Linscheer en Badrissein Sital. Vanuit het kabinet van de president zijn ‘taskforces’ in het leven geroepen om de goudsector te ordenen, het stelsel van sociale voorzieningen te zuiveren en woningbouwprojecten in gang te zetten. De ministeries hebben macht verloren door de taskforces. Deze werkwijze is nodig vanwege het gebrek aan coördinatie tussen departementen onder vorige regeringen, zegt vicepresident Robert Ameerali, verantwoordelijk voor communicatie en overheidsvoorlichting. Elk ministerie bleek een autonoom, door patronage gestuurd instituut, zodat geen samenhangend overheidsbeleid viel te ontwikkelen.

Bouterse vertoont zich intussen zelden in het parlement en doet hij dat wel, dan laat hij geen ruimte voor debat. De oppositie (15 van de 51 zetels) kan geen vuist maken. Ook de pers is zwak.

De president moet veel werk verzetten, wil hij de verwachtingen waarmaken die hij heeft gewekt bij zijn inauguratie, afgelopen oktober. Een nieuwe hoofdstad naar Braziliaans model zou er komen, vierbaanswegen, een brug naar de beide Guyana’s, tienduizenden nieuwe woningen, verhoging van AOW en kinderbijslag en als het even kon voor elke leerling een laptop op school.

Daarnaast steekt Bouterse veel energie in het aanhalen van de banden binnen de Caraïbische regio. In korte tijd vloog hij naar Guyana, Venezuela, Brazilië en Cuba. Daar moet Suriname het van hebben en niet van alles wat ‘daar aan de Noordzee’ allemaal wordt bekokstoofd, vindt hij.

Voorlopig heeft Bouterse veel verkiezingsbeloftes nog niet waargemaakt. De sociale uitkeringen zijn weliswaar omhoog gegaan, maar het effect is nihil nadat in januari de Surinaamse dollar werd gedevalueerd met ruim 20 procent. Daar kwam nog een accijns op brandstof bovenop. Daardoor stegen de prijzen van alle dagelijkse boodschappen.

Het Surinaamse volk geeft Bouterse vooralsnog de ruimte. Gedeeltelijk omdat hij hun loyaliteit koopt – bij een belangrijke parlementsvergadering had zijn Nationale Democratische Partij honderden aanhangers opgetrommeld, niet in de laatste plaats aangetrokken door het vooruitzicht van gratis eten en drinken – en gedeeltelijk vanwege zijn charisma.

Bouterse heeft zijn kiezers er van weten te overtuigen dat de moeilijke periode die het land doormaakt inherent is aan het opruimen van de puinhopen van de vorige regering. Velen vertrouwen dat het binnenkort allemaal beter wordt.