De Gazavloot achter de Turkse verkiezingen

Buitenlands nieuws speelt in Israël pas een rol als het eigenlijk binnenlands nieuws is. En als je er even over nadenkt, heeft bijna álles wel iets te maken met Israël, hoe gezocht het voor een buitenstaander soms mag klinken.

Het kan dus: kosmopolitisch en navelstaarderig tegelijk zijn.

De kranten stonden deze week vol van de val van Anthony Weiner uit het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden.

Niet gek als je bedenkt dat Weiner in Israël niet zomaar bij zijn naam genoemd wordt, maar in berichten steevast „de joodse afgevaardigde Anthony Weiner” heet. In praatprogramma’s wordt gememoreerd dat de Israëlische regering met Weiners vertrek een invloedrijke pleitbezorger verliest.

Weiner bekritiseerde in zijn uitgesproken, confronterende stijl vaak de Amerikaanse media en mensenrechtenorganisaties om hun anti-Israëlische vooroordelen. Voor de grijze onderbroek en de torso is in de tamelijk preutse media van Israël wat minder aandacht.

Om dezelfde reden kregen de verkiezingen in Turkije opmerkelijk veel aandacht in de Israëlische pers. Televisie, radio en kranten berichten niet of nauwelijks vanuit andere landen in de regio, of het moeten de obligate verhalen van de internationale persbureaus zijn.

Met de buurlanden is Israël óf in oorlog (Libanon, Syrië), óf er zijn geen betrekkingen (Iran), óf het land interesseert Israël niet (Jordanië). Verslaggevers worden thuisgehouden.

Met Turkije heeft Israël wel degelijk een band. De legers van beide landen werkten jarenlang nauw samen, in de tijd dat Israël de landen in de periferie van het Midden-Oosten opzocht om strategische allianties mee aan te gaan.

Maar de Gaza-oorlog, de negen Turkse doden vorig jaar toen Israëlische militairen de flottielje naar Gaza enterden, en een publieke vernedering van de Turkse ambassadeur in Israël hebben de relatie geen goed gedaan.

Tijdens de Turkse verkiezingscampagne vernauwden Israëlische analisten hun beschouwingen tot de vraag: komt er een tweede Gaza-vloot onder Turkse leiding?

Kritiek van oppositiepartij CHP op de regerende AK-partij over de imagoschade voor Turkije van de vorige vloot werd in Israël gebracht alsof het een centraal campagnethema was. Quod non.

De Turks-islamitische organisatie IHH stelde het tweede konvooi aanvankelijk uit tot na de Turkse verkiezingen. De organisatie speculeert opnieuw op uitstel, nu door de spanning aan de Syrisch-Turkse grens. Desondanks wordt de derde verkiezingszege van premier Erdogan in Israël gezien als teken dat het in de nabije toekomst niet meer echt goed komt met de Turks-Israëlische relaties.

De kleine, links-liberale krant Ha’aretz stuurde de afgelopen week, hoogst ongebruikelijk, een verslaggever naar Turkije. Sterverslaggever Anshell Pfeffer bezocht onder meer de Syrische vluchtelingen in Turkije. En hij kwam om Turkije onder Erdogan te duiden.

Als de Turkse premier inderdaad „onze gezworen vijand” is, schreef Pfeffer, dan staan Israël hete jaren te wachten. Maar Israël kan Erdogan ook anders zien: als een stabiele leider in een onrustige regio.

Weer eens langs gaan in Ankara zou voor Israël niet minder dan een levensverzekering zijn, concludeert Pfeffer, want wie Erdogan te vriend houdt weet zich verzekerd van de steun van de machtigste leider in het Midden-Oosten.

Het zijn inzichten die op zijn zachtst gezegd baanbrekend zijn in het door anti-Erdogan-sentimenten overheerste Israëlische debat.

Guus Valk