Chinese kunst meer dan lachende mannen en dino's

In het Singer Laren hangen zeventig schilderijen van moderne Chinese kunstenaars. De eigenaar noemt zich Fu Ruide.

Dirk Limburg

Tien meter hoge dinosaurussen, supersterkunstenaars, steeds die lachende mannen – kunstverzamelaar ‘Fu Ruide’ heeft het er helemaal mee gehad. Begin tegen hem niet over de markt voor Chinese kunstenaars, want zulke platheid verdraagt hij al jaren niet meer. „Kijk naar hun schilderijen, kijk naar de inhoud, kijk naar het gevoel erachter.”

Maar tot zijn woede gaat het altijd over geld. „Als Anselm Kiefer iets doet in het Rijksmuseum lees je nergens hoeveel dat heeft gekost. Waarom is dat bij Chinese kunst wel het enige waar iedereen over praat?”

Fu Ruide heeft recht van spreken. Het Chinese meisje dat nu al meer dan een week elke dag vanaf een advertentie de lezer aankijkt is van hem. Net als de overige zeventig schilderijen die in Singer Laren hangen op de exposities Facing China en Chinese Abstract Art.

Fu Ruide is 51 jaar en die naam is hoe zijn voornaam Fred in het Chinees klinkt. Zijn echte naam wil hij niet naar buiten brengen, omdat het niet om hem gaat maar om de kunst die hij verzamelt.

In Laren hangen werken van onbekende en zeer bekende kunstenaars als Yue Minjun, Liu Ye, Zhang Xiaogang, Fang Lijun en Chen Qing Qing. De expositie Facing China is bezig aan een al drie jaar durende tournee waarin Laren na onder andere IJsland en Oostenrijk de zevende halte is. Volgend jaar staat in ieder geval de Kunsthalle van het Duitse Recklinghausen op het programma.

„Dit is zo’n 95 procent van wat ik verzameld heb”, zegt Fu Ruide. „Eind jaren negentig ben ik begonnen en het meeste heb ik na 2000 gekocht. Ik heb me geconcentreerd op de kunst na het einde van de Culturele Revolutie omdat ik dat de ‘gouden periode’ vind.” Van Zhang Xiaogang heeft hij vier werken. Het meisjesportret van de advertentie is zijn favoriet. ‘De Mona Lisa van het Oosten’ noemt hij haar. „Je dringt nooit door in haar ogen, maar die houden je wel vast. Ze schept afstand, je komt niet bij haar gevoel. Die barrière en die geestestoestand is symbolisch voor het Chinese volk na de Culture Revolutie en de gebeurtenissen op het plein van de Hemelse Vrede. Er zijn wonden geslagen. Zulke gevoelens wil ik op Facing China laten zien.”

Een jaar of vijf geleden kwam Fu Ruide een museumdirecteur tegen die zijn collectie wilde exposeren. Hij zag op tegen de kosten aan verzekeringen, transport en het maken van een catalogus. Maar het bleek haalbaar als de expositie meerdere landen en musea zou aandoen. „Wat ik vooral leuk vind is dat het nu een keer in Nederland te zien is.”

Er zit volgens hem een aantal werken tussen die belangrijk zijn in de Chinese kunstgeschiedenis. „Ik heb die kunnen kopen omdat de galeriehouders en kunstenaars me die gunden, want ik ben een serieuze verzamelaar. Ik doe het niet voor de verkoop.” Zo bezit Fu Ruide het eerste olieverfschilderij en een grote potloodtekening van Fang Lijun.

Fu Ruide hoopt dat bezoekers ook iets van zijn collectie leren. „Mensen moeten zich realiseren hoe groot China is en dat er naast die tien kunstenaars waar iedereen het over heeft nog duizenden andere zijn, waarvan tientallen minstens even goed als de supersterren. De westerse kunstgeschiedenis is ook meer dan Dürer, Van Gogh en Picasso.”

‘Facing China’ in Singer Museum, Laren, t/m 28/8. Inl: singerlaren.nl