Beheerste woestenij

Het openluchtmuseum Het Hoogeland toont het werk van drie vermaarde tuinontwerpers. Opvallende tuinen met vaste planten en wuivende grassen.

eg in het buitenland ‘Piet Oudolf’ en tuinliefhebbers weten onmiddellijk over wie je het hebt. ‘Pete Oedoelf’ is dé exponent van een bijzondere stroming gelijkgestemde zielen in het tuinvak. Samen met Ton ter Linden en Henk Gerritsen hoort hij tot de ontwerpers die een royale, natuurlijke stijl propageren. Hun tuinen zijn informeel opgebouwd in golven van elkaar aanvullende, of juist contrasterende beplanting, waarin vormen en kleuren een harmonieuze indruk maken. Ze lijken uit de omringende omgeving te zijn ontstaan. Werkend met bijzondere en dikwijls vergeten vaste planten, grassen en bolgewassen weten de ontwerpers met hun inrichting zo’n weldadige sfeer te scheppen dat je de indruk krijgt in wonderbaarlijk mooi natuurschoon te zijn beland. Hoe begrijpelijk is het dat Duitsers deze tuinvorm ‘gesteigerte Natur’ noemen: geïntensi- veerde natuur.

De expositie in Warffum, die de start vormt van de Groningse Tuin & Kunst Tiendaagse, eert het werk van Piet Oudolf, Ton Terlinden en de in 2005 overleden Henk Gerritsen. De drie vormden geen club, stichting of BV. Ze kwamen eind jaren zeventig, begin jaren tachtig onafhankelijk van elkaar tot min of meer gelijksoortige inzichten. De verschillen? Licht chargerend: de een flirt innig met de ecologische gedachte, de ander laat zich leiden door kleurige overvloed, zoals van wulpse klaprozen, en de derde verwierf faam met de inzet van prairievegetatie. De ontwerpen bewegen zich tussen levend schilderij en beheerste woestenij. Maar de grondgedachte is telkens: hoe kun je beelden uit de natuur op creatieve wijze overbrengen, kijkend naar de lokale omstandig- heden van de betreffende tuin. Of volgens co-curator van deze tentoonstelling, tuinhistoricus en publicist Leo den Dulk: „Ze wilden tuinen. Geen verlengstukken van het huis, geen openluchtkeukens of steriele prestigeobjecten, maar tuinen waarin wordt gewerkt met de natuur.”

Zulke tuinen vielen op. Om te beginnen in Nederland en al heel snel in het buitenland. Zweeds collega Rune Bengtsson muntte de naam voor deze stroming: Den Holländska Perennvågen, letterlijk ‘de Hollandse vaste-plantengolf’, The Dutch Wave. Leo den Dulk verduidelijkt: „Het was niet per se een puur Nederlandse trend om met vaste planten te werken in die losse, exuberante benadering. Ook elders in Europa en Amerika heersten dergelijke inzichten, want steeds meer zochten ontwerpers voor de tuin een vertaling van esthetische beelden uit de natuur. Maar wel is die trend sterk vanuit Nederland aangejaagd, door mensen als Oudolf, Gerritsen, Ter Linden en niet te vergeten door tuinfilosoof en -schrijver Rob Leopold, de motor achter veel tuinontwikkelingen en -projecten in Nederland.”

Elke golf heeft een begin. Ook The Dutch Wave kent een bron, die ligt in het rijke, Nederlandse tuinverleden en werd mede gevoed door de ontwerpvisies van de Ierse Brit William Robinson en diens collega Gertrude Jekyll. Zij werkten eind negentiende en begin twintigste eeuw in Engeland. De twee achtten de Victoriaanse tuinen uit hun eigen tijd afgrijselijk kunstmatig. Een flagrant Victoriaans voorbeeld is carpet bedding: tuinen als een gekleurd kleedje. Stijf, truttig, fantasieloos. Robinson en Jekyll ontwierpen toen al liever natuurlijke, ‘wilde’ tuinen en dachten eerder in brede streken dan in gepunnikte vakjes.

In Nederland zorgden natuurbeschermers als Jac. P. Thijsse en C.P. Broerse voor inspiratie, met hun inheemse vegetaties en natuurlijk ogende combinaties. Hun visie is gelukkig voorgoed geworteld in de heemtuinen en -parken die midden jaren twintig zijn aangelegd in Bloemendaal en Amstelveen. Met een duidelijk strakkere, meer architectonische blik keek Mien Ruys; toch was ook zij een voorstander van werken met frisse, natuurlijke combinaties binnen de gegeven omstandigheden. Er bestaat geen zichzelf respecterend hedendaags tuinontwerper die zich niet door haar liet beïnvloeden.

Duitse kwekers

Je kunt dan wel visionairs hebben die bijna ongemerkt een stroming in gang zetten, je hebt ook werkmateriaal nodig. Planten. En die kwamen er. Opgespeurd bij onder meer Karl Foerster, de grote Duitse plantenkenner uit Bornim bij Berlijn en bij diens leerling Ernst Pagels, gevestigd in het Noord-Duitse Leer. Kwekers die ver voor de Tweede Wereldoorlog een bijzondere collectie planten voortbrachten. Leo den Dulk: „Anders dan het Nederlands naoorlogse sortiment hielden Foerster en Pagels van planten met een minder gekunsteld, minder stijf karakter; daarmee konden de jonge Nederlandse tuinontwerpers veel beter uit de voeten. Denk aan varens en grassen, en aan bijna vergeten Phloxen, Monarda’s, Echinacaea’s, inclusief nieuwe kweekvormen daarvan. Soorten die de Nederlandse kweker Coen Jansen graag ‘iets verbeterde wilde planten’ noemt.” Zo werd een unieke combinatie kenmerkend voor The Dutch Wave: vaste planten uit de jaren dertig in Duitsland, inheemse vegetatie, bollen en knollen, exoten uit Azië en opvallende plantensoorten uit het pan-Amerikaanse continent.

Het bijzondere sortiment sprak ook tot de verbeelding van enkele vooruitstrevende Nederlandse kwekers, die bij de beweging aanhaakten. Ze brachten de planten in de handel en legden er prachtige voorbeeldtuinen mee aan. Het zijn Coen Jansen in Dalfsen, Hans en Miranda Kramer in Ede en Fleur van Zonneveld en Eric Spruit van De Kleine Plantage in Eenrum, vlakbij Warffum. Zo uniek werd deze The Dutch Wave bevonden, zelfs in tuinmekka Engeland, dat de stroming talloze volgelingen kreeg en werd ondergedompeld in media-aandacht. De zo typerende beplanting leidde in september 2010 zelfs tot het lijstje ‘Top Ten Plants of the Dutch Wave’ in The Daily Telegraph (zie kader).

Hoe gevarieerd de los-vaste groepering ook is, in het buitenland gaat de meeste aandacht uit naar de bekendste vertegenwoordiger, Piet Oudolf uit Hummelo (Gld). Hij is de laatste jaren betrokken bij de aanleg of het herstel van beroemde tuinen en gerenommeerde projecten in Engeland, Zweden en Amerika, zoals The Highline in New York; een verhoogde spoorbaan die als een litteken door de city snijdt, maar nu is veranderd in smal park waar bloemen en grassen weelderig bloeien en wuiven, alsof ze er altijd stonden.

De expositie The Dutch Wave in Openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum loopt t/m 14 augustus en toont op 32 banieren en in videopresentaties de tuinen en mensen van The Dutch Wave. Zie ook: hethoogeland.com De Groningse Tuin & Kunst Tiendaagse duurt t/m 26 juni. Bijzondere tuinen en kwekerijen in de omgeving van Warffum worden opengesteld.