American dream in Amsterdam: werken bij Facebook

Van Amsterdamse startup naar het hipste bedrijf van Silicon Valley. Softwarebedrijf Sofa werd vorige week overgenomen door sociaal netwerk Facebook. Talentvolle Nederlandse nerds beginnen aan een Amerikaans avontuur.

Sommige mailtjes moet je inlijsten. Zoals het bericht dat begin april binnenkwam bij het Amsterdamse softwarebedrijf Sofa. Of de medewerkers maar zo snel mogelijk langs wilden komen in Palo Alto, Californië. Facebook, het grootste sociale netwerk ter wereld, had interesse in de Nederlandse startup.

Amper twee maanden later is Sofa overgenomen voor een onbekend bedrag. Facebook koopt in feite mensen – talent op z’n Engels. Acht jonge softwareontwikkelaars reizen deze zomer af naar Silicon Valley en beginnen aan een avontuur in het epicentrum van de technologiewereld, bij een van de hipste bedrijven.

Sofa startte met Checkout, verkoopsoftware voor winkels die Koen Bok (28), Dirk Stoop (30) en Jasper Hauser (30) zes jaar geleden ontwierpen. Ze stoorden zich aan het slechte verkoopsysteem van de Mac-zaak waar twee van hen werkten en bedachten iets beters. Vanuit Checkout groeide Sofa door tot de top van Nederlandse Mac-ontwikkelaars.

En opeens klopte Facebook aan. „Een jongensdroom, inderdaad. Het dringt ook nog niet helemaal tot me door”, zegt Koen Bok. In het kleine bedrijfspand in Oud-West, tussen de islamitische slager en een luidruchtige huisbaas, struikel je over de Apple-computers en jonge softwareontwikkelaars. Er heerst een triomfantelijke sfeer. Bijna iedereen van het team begint deze zomer aan zijn eigen American dream.

Collega’s gezocht

Facebook is, zoals alle techbedrijven, hard op zoek naar nieuw personeel. De jacht op talent begint in Silicon Valley groteske proporties aan te nemen: Apple geeft medewerkers 10.000 dollar bonus om nieuwe collega’s te vinden. Facebook is agressief aan het werven, met name onder concurrenten als Google en Microsoft. De arbeidsvoorwaarden zijn goed: de 21 vakantiedagen gelden in de VS als een ongekende luxe.

En Facebook vist ook in buitenlandse vijvers. Bijvoorbeeld bij Sofa. het bedrijfje dat gespecialiseerde software voor de Mac maakt, maar ook de iconen ontwierp voor de navigatiesystemen van TomTom. Wat er bij Sofa uitrolt ziet er erg gelikt uit: het resultaat van een bijzondere mix van programmeurs, vormgevers, 3D-kunstenaars en interactie-specialisten – die ervoor zorgen dat de software logisch in elkaar steekt. De Sofa-programma’s waren al een paar keer in de prijzen gevallen op de jaarlijkse Apple-conferentie in San Francisco. Dat was Facebook niet ontgaan.

Na dat eerste memorabele mailtje boekten de Amsterdammers de vlucht naar Californië. Was dat niet wat te gretig? Koen Bok: „In het softwarewereldje geldt dat je mensen niet moet laten wachten. Anders gaan ze op zoek naar iemand anders. Daarom zijn we meteen met vier man naar the Valley gevlogen.” Hij zegt het alsof hij er al jaren woont.

Het bezoek aan Facebook moest geheim blijven voor het thuisfront. „Op zich was dat niet zo moeilijk, omdat we daar wel vaker voor zaken zijn”, zegt Koen. Mede-oprichter Dirk Stoop, die via Skype meepraat vanaf zijn Japanse vakantieadres: „Het was ook niet meteen duidelijk dat Facebook ons wilde kopen – toen we vertrokken kon het ook nog uitdraaien op een samenwerking”.

Hackerscultuur

De kennismaking werd een groot succes. „We hebben een week mee kunnen kijken en de sfeer is daar erg goed – lekker open en met veel zelfspot. Facebook werkt met autonome teams die eigen verantwoordelijkheid dragen. Dat past bij de manier waarop we hier werken. Met een echte ondernemersgeest – ze hebben niet het gevoel dat Facebook al af is.”

Bij de bedenkers van het sociale netwerk heerst een hackerscultuur – de term die ontwikkelaars gebruiken om problemen op een onconventionele manier op te lossen. En de baas, oprichter Mark Zuckerberg, is de grootste nerd van allemaal. „Een charismatische figuur, maar hij zit gewoon aan zijn bureautje op de centrale afdeling. We hebben een paar goede gesprekken met hem gehad”, zegt Dirk Stoop. „Mark is een ongelofelijk technische persoon, en heel intelligent. Hij denkt goed na voordat hij een antwoord geeft, maar dan is er ook geen speld tussen te krijgen.”

Zodra bleek dat Facebook de Amsterdamse personeelsleden wilde overnemen en de Sofa-oprichters besloten daarop in wilden gaan, lieten Bok en Stoop Dirk de Sofa-medewerkers een extra non-disclosure overeenkomst tekenen. „We vertelden onze mensen: er is een grote kans dat dit gaat gebeuren. Dus wil je mee? Ze mochten er tot vorige week niet over praten.” Toch viel het de buitenwereld op dat Sofa wel erg actief was. De oprichters: „Mensen kregen argwaan toen ze zagen dat we enorm druk aan het Facebooken waren. Allerlei toekomstige collega’s meldden zich al aan als vrienden.”

Nu de deal getekend is mogen de Sofa-medewerkers niets zeggen over geldzaken. Hoeven ze nooit meer te werken? Bok: „Onzin, we moeten juist keihard werken. Er wordt gepraat over bedragen als voetbaltransfers, maar dat is overdreven. Er zijn wel incentives om ons op de lange termijn te houden.”

Dat klinkt als een interessant pakketje aandelen. Daarover mag hij niets zeggen. Maar het zou wel een aardige beloning zijn: Facebook werkt aan een beursgang en de waarde van het sociale netwerk wordt inmiddels geschat op 80 tot 100 miljard dollar – een bedrag dat blijft stijgen in de huidige internethype. Beleggers vechten elkaar nu de tent uit om zo vroeg mogelijk een belang in het sociale netwerk te krijgen.

Koen: „We doen dit niet voor het geld. Met onze eigen software deden we het al erg goed. We vinden het vooral leuk om te werken aan een product dat door zoveel mensen gebruikt wordt”. „You can make an impact”, heet dat op de carrière-site van Facebook.com. Dirk Stoop: „Als ik mijn ouders moet uitleggen wat ik nu met mijn eigen bedrijf doe, heb het gevoel dat ik daar een heel boek voor nodig heb. Straks hoef ik alleen maar te zeggen dat ik bij Facebook werk – dat snappen ze meteen”.

Amsterdams sausje

Er valt in ieder geval genoeg te doen bij het sociale netwerk. De Sofa-mensen komen op de afdeling product design terecht. Het uiterlijk van de Facebook-sites is sinds het prille begin in 2004 niet ingrijpend veranderd. De blauw-witte website oogt wat rudimentair – er verschijnt bij Koen een voorzichtige glimlach – in vergelijking met de afgeronde producten die Sofa normaal gesproken produceert. Een Amsterdams sausje kan geen kwaad. Sofa specialiseerde zich immers in producten die twee disciplines combineren: het nerdy programmeerwerk en het artistieke vormgeefwerk, waar het vooral gaat om gebruiksgemak van de software. Maaar het is niet eenvoudig om radicale wijzigingen aan te brengen in een dienst die door honderden miljoenen mensen gebruikt wordt.

De Sofa-oprichters hebben veel zin om hun aandacht weer op één product te kunnen richten. Koen Bok: „Het is veel gedoe, een eigen bedrijf runnen. Ik maak echt belachelijke uren om de boel nu af te wikkelen”. En hoewel hij zelf in loondienst gaat, wil Koen Bok toch een pleidooi houden voor jonge startups. „Sofa is hét bewijs dat het zin heeft om te investeren in jonge bedrijven. Wij hebben het zonder startkapitaal gedaan en dat was af en toe best lastig. Wat vroege angel investors hadden geen kwaad gekund.” Daar zet hij zich zelf nu voor in, door bijvoorbeeld mee te werken aan Appsterdam, een initiatief dat de Amsterdamse softwarescène internationale allure probeert te geven. Of het mede door Koen Bok opgerichte collectief voor beginnende internetbedrijven, STIKK (Startups in een karig klimaat).

Maar dit is een kans die de Amsterdammers niet konden laten liggen. „Voor je weet ben je te oud”, zegt Dirk Stoop. Bij Facebook trekt hij met zijn 30 jaar de gemiddelde leeftijd omhoog. „Zuckerberg is nog maar 26.”

De grootste aanpassing, vinden ze zelf, is het om levendige Amsterdam te verruilen voor Palo Alto. Dat is een stadje „waar alles om negen uur dicht gaat”. De meeste Sofa-medewerkers willen straks in San Francisco gaan wonen, even boven Silicon Valley.

Dirk Stoop niet: hij gaat met zijn Amerikaanse vrouw in het centrum van Palo Alto wonen. „Lekker dichtbij het vuur. En dan kan ik een keertje langs het huis van Steve Jobs fietsen.”