'Aan dakpannen zie je ons calvinisme af'

Huub Mombers over zijn museum voor dakpannen.

„Ik heb gedacht: hier zet ik achter een afscheiding mijn bed. Maar wonen mag niet in dit kerkje.” Onder de hanenbalken van het voormalige hervormde kerkgebouw in het dorp Alem, aan de Maas bij Zaltbommel, ligt een enorm aantal dakpannen uitgestald. Op deze zolder had bouwkundige Huub Mombers (1950) eigenlijk willen wonen, midden in zijn Nederlands Dakpannenmuseum, een uit de hand gelopen liefhebberij. Met partner Mos en hond Kim woont hij sinds twee maanden er tegenover. „Bovenop mijn werk. Verlost van de files, een verrijking. En het lijkt elke dag zondag.”

Hoe kwam u terecht in dit doodstille dorp ?

„Twintig jaar werkte ik voor de Monumentenwacht Gelderland. Als ik de katholieke kerk hier in Alem moest inspecteren, keek ik naar dit prachtige, 300 jaar oude hervormde kerkje. Op een gegeven moment kwam het leeg. Ik woonde in Druten, 25 kilometer verderop waar ik in 1983 was begonnen met het verzamelen van dakpannen. Die kon ik daar niet meer bergen, zo groot was de collectie geworden. Ik kon het kerkje pachten. Ik ben de eerste en derde zaterdag in de maand open en ook op verzoek, tegen een kleine vergoeding. Een rijksdaalder per persoon, rondleiding inbegrepen.”

Het liefst zou u ook wonen in uw zelfbetaalde museum?

„Wat als hobby begon, ging steeds meer tijd vragen. Nu ik woon bij mijn werk, heb ik veel meer regie over mijn leven. Als bouwtechnisch adviseur deed ik de afgelopen zeven jaar door heel Nederland keuringen bij aan- en verkoop van huizen. Altijd stressen. De Bovenmeesterswoning uit 1886 kwam te huur en de gemeente zocht tegelijk een pachter voor het aangebouwde Dorpshuis, waar vroeger de dorpsschool in zat. Nu exploiteer ik het Dorpshuis voor het verenigingsleven hier. Alem heeft 622 inwoners, maar wel drie drumbands en fanfarekorpsen, een biljartclub, ouderensoos, gymnastiekvereniging, zangkoor – bij elkaar wel tien verenigingen.”

U schreef diverse boeken over dakpannen. Is van die kennis van zaken niet te leven?

„Nee, daarom schrijf ik ook artikelen en columns over bouwkunde en onderhoud van monumentenpanden. Ook ben ik op de kastelen Loevestein en Ammerzoden gastheer. Ik ontvang gezelschappen en groepen. Als hellebaardier in blauw fluwelen pak, een hoed met veren en 100 jaar oude laarzen leg ik alles uit over de kastelen en de Middeleeuwen. Het is belangrijk aan jongere generaties kennis over te dragen die niet verloren moet gaan. Daarom juich ik iedere verzamelaar toe, al verzamelt hij of zij zakkammen: elke verzameling houdt kennis vast.”

U krijgt veel aangeboden, uit de hele wereld. Hoe selecteert u?

„Ik beoordeel leeftijd, in welke stijl, cultuur en tijd de pan past. In Nederland bestaat de dakpannenindustrie sinds de Middeleeuwen, toen begon de verstening: in plaats van rieten en strooien daken en houten en lemen muren kwam er de dakpan en de baksteen. Veel minder brandgevaarlijk – vóór die tijd brandden regelmatig halve of hele dorpen en steden af. Ik verzamel pannen en dakhulpstukken, zoals hoekkepervorsten en dakornamenten. Soms geboetseerd door mensenhanden, dat vind ik mooi. Kijk eens naar deze Duitse Luftungsziegel, een ontluchtingspan! Zeven pannen breed met een luchtkap erop, het is de Rembrandt onder de dakpannen.

„De Nederlandse dakpanfabrieken in Tegelen, Deest en Woerden, zijn allemaal in buitenlandse handen. De Zuid-Europese dakpannen zijn veel flamboyanter dan de onze. Je ziet ons calvinisme af aan de dakbedekking: die is sober en functioneel. Ik krijg veel aangeboden, maar ruil ook op Europees niveau. Van verre reizen kom ik met koffers vol dakpannen thuis. Een Japanner kwam laatst met een dakpan langs, iemand van Artsen zonder Grenzen bracht er een mee uit Sierra Leone.”

Hoe kunnen we ons erfgoed beter bewaken?

„Wanneer ik meer tijd heb, ga ik de boel digitaliseren. Er komt telkens kennis bij. Kijk, hier bijvoorbeeld een proefmodel van een lichtblauwe dakpan, bedoeld voor het niet afgebouwde museum van Scheringa in Opmeer. Prachtig toch? Ik verzorg rondleidingen voor uiteenlopende groepen, van toevallige voorbijgangers tot managers van bouwmarkten, van keramisten tot en met historische verenigingen. Iedereen is altijd verbaasd over de collectie. Er wordt nog zo weinig belang gehecht aan hergebruik van goede dakpannen. Neem alle rijksmonumenten. Daarvoor gelden talloze voorschriften en bepalingen, behalve voor de daken. In een monument mag je nog geen steen uithakken maar de dakbedekking is vogelvrij. Menig goede historische dakpan verdwijnt in de afvalcontainer, enorm jammer. Keramische dakpannen kunnen 200 tot 250 jaar mee.”