Wikipedia is nu wel af

Morgen bestaat Wikipedia Nederland tien jaar.

De encyclopedie is groter dan ooit, maar slechts een paar honderd mensen bewaken de kwaliteit.

Op het verjaardagsfeestje van de Nederlandse Wikipedia, morgen in ’s Hertogenbosch, zullen ongeveer honderd mensen afkomen. Ze vormen de harde kern van de encyclopedie die elke dag zes miljoen pageviews trekt.

Wikipedianen, heten ze. Ze zijn meestal man (schatting: 85 procent); hoogopgeleid en vaak alleenstaand. Ze schrijven onder eigen naam of onder pseudoniemen als Effeietsanders, MoiraMoira en Multichill. Achter de schermen van de site discussiëren ze over relevantie van onderwerpen (moet dat echt: een lijst van alle buslijnen van Nederland?); ruimen ze puin op (bijvoorbeeld van scholieren die hun eigen naam toevoegen aan de spelerslijst van Real Madrid); actualiseren ze artikelen (na gemeenteraadsverkiezingen, bijvoorbeeld: dan zijn er in één klap honderden artikelen van gemeenten gedateerd). En eens per jaar houden ze een barbecue.

Wikipedia leeft van liefdewerk en donaties. Vorig jaar werd er in Nederland iets meer dan 3 ton ingezameld door de vereniging Wikimedia Nederland. Sinds kort heeft de vereniging één betaalde medewerker. En een klein kantoortje in Utrecht. De voorzitter van de vereniging is een in Nederland wonende Duitse historicus. De amateurencyclopedie waaraan in principe iedereen kan bijdragen is de enige niet-commerciële site in de toptien van Nederland: volgens de indexering van Alexa is Wikipedia nummer acht, nog boven Twitter, Hyves en De Telegraaf.

De Nederlandse Wikipedia is internationaal koploper in samenwerking met erfgoedinstellingen als musea en archieven. Wikipedia biedt musea een podium om, bijvoorbeeld, een fotocollectie op de website te zetten. Op de site van het museum zelf wordt die nauwelijks bekeken en het levert de encyclopedie mooie foto’s op.

De site groeide in tien jaar uit tot een naslagwerk met inmiddels bijna 700.000 artikelen, waaronder ook een overzicht van alle verhaallijnen van Desperate Housewives en een lijst van ridderorden van de Republiek Kiribati in Oceanië. Die informatie is behoorlijk goed, of althans: het is het beste wat je gratis kunt krijgen. Het meest betrouwbaar zijn onderwerpen als exacte wetenschap, sport en trivia. Over een voetbaluitslag of de zwaartekracht is nauwelijks discussie mogelijk. Het minst betrouwbaar zijn onderwerpen waarover wel discussie bestaat; godsdienst en politiek.

Eigenlijk is Wikipedia helemaal geen encyclopedie. Ten eerste omdat échte encyclopedieën nauwelijks worden gelezen. De Encyclopædia Britannica becijferde ooit dat de gemiddelde Brittanica-koper het naslagwerk minder dan één keer per jaar raadpleegde. Ten tweede omdat Wikipedia vooral ook een gemeenschap is, een ideaal, een utopie. Het motto is niet voor niets: de vrije encyclopedie (en dat ‘vrij’ moet volgens Wikipedianen verstaan worden in zowel de betekenis van ‘free beer’ als van ‘free speech’).

Hoewel de Wikipedia-community anarchistisch is, bestaat er toch een soort hiërarchie en een carrièreladder. Er zijn verkiezingen, referenda en rechtszaken. Je kunt bijvoorbeeld moderator worden. Dan mag je vervelende gebruikers blokkeren. Voor onderlinge conflicten is er de Arbitrage Commissie, een soort interne rechtbank. Een recent oordeel: „JanDeFietser mag geen bijdragen meer doen over personen en zaken gerelateerd aan atletiek en de Volkskrant”).

Ruzies en conflicten zijn een probleem voor de site. Berucht zijn de ‘bewerkingsoorlogen’, ook wel ‘terugdraaioorlogen genoemd. Het zijn uit de hand gelopen discussies, waarbij gebruikers continu elkaars wijzigingen ongedaan maken.

Onlangs was er een fel debat over de vraag of bij het artikel over de Prinsenvlag nu wel of niet vermeld moest worden dat er PVV-Kamerleden waren die zo’n vlag voor hun raam hadden hangen. Maar ook een artikel over de heilige Bonifatius leidde tot een ruzie achter de schermen, toen een Wikipediaan beweerde dat de missionaris niet vermoord was, maar terechtgesteld omdat hij in Friesland een heilige boom had omgehakt. Andere discussies zijn futieler van aard: schrijven we ‘Lille’ of ‘Rijssel’. Irritant, die soms hoogoplopende conflicten. Maar ook een teken van de betrokkenheid en passie van de amateurencyclopedisten.

Juist over die betrokkenheid maken veel Wikipedianen zich zorgen. Sinds een aantal jaar daalt het aantal vrijwilligers licht. Een klein groepje moet een enorm uitgedijde encyclopedie schoonhouden. Er zijn nu 245 Wikipedianen die per maand honderd of meer bewerkingen doen. Een groep van ongeveer 1.500 doet minimaal vijf bewerkingen per maand.

Er zijn verschillende verklaringen voor de stagnatie van het vrijwilligerswerk. Veel oudgedienden vinden dat de sfeer veranderd is in de eens zo dorpse community: de toon is nu harder, asocialer. Ook zou de gemeenschap incrowdachtige trekjes hebben gekregen, die nieuwkomers afschrikt. Een ander probleem is de stokoude software. Tien jaar is een eeuwigheid op internet. De computercode om een artikel te bewerken is ingewikkelder dan HTML. Daar deinzen nieuwkomers voor terug.

Nog een mogelijke reden: de encyclopedie lijkt wel zo’n beetje af. Vroeger kon je nog eer behalen door als eerste over Rembrandt van Rijn te schrijven, nu moet je uitwijken naar zeer specialistische onderwerpen om onbetreden sneeuw te vinden. Dat vrijwilligersprobleem kan zichzelf versterken: een encyclopedie die verslonst is minder aantrekkelijk. En zonder inzet verslonst de boel.

Het sluipend tekort aan vrijwilligers is een internationaal fenomeen, De Amerikaanse Wikipedia-oprichter Jimmy Wales zei onlangs dat dat lag aan de steeds verder gaande specialisatie van de lemma’s.

Wikipedia is een instituut geworden dat er altijd al lijkt te zijn geweest. Die vanzelfsprekende aanwezigheid illustreert zowel het succes als de dreiging die op de loer ligt. Niet voor niets maken sommige Wikipedianen zich zorgen om, bijvoorbeeld, de Wikipedia-apps op de iPhone: daar krijg je in versimpelde vorm de gratis informatie, maar zonder knopjes ‘bewerken’ of ‘doneren’.

Morgen, op de dag van het verjaardagsfeestje, zal Wikipedia waarschijnlijk zes miljoen pageviews trekken. Op het feestje zelf komen honderd vrijwilligers. ‘Hun’ encyclopedie wordt beter gelezen dan ooit. Maar waar blijven de nieuwe schrijvers?