Wethouder Amsterdam zoekt steun compromis

De Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels (Cultuur, PvdA) heeft een eigen plan voor de cultuurbezuinigingen, waarvoor ze steun verzamelt onder haar collega’s. Haar plan combineert het advies van de Raad van Cultuur van eind april met het voornemen van het kabinet, zoals vorige week verwoord door staatssecretaris Zijlstra (VVD, Cultuur) in een brief aan de Kamer.

Gehrels is maandag één van de deskundigen die worden gehoord door de Kamercommissie Cultuur. Daar gaat ze haar ‘verbindingsvoorstel’ voorleggen. Ze heeft inmiddels zeven van de negen wethouders van de grote steden op de hoogte gesteld. „Die vinden het interessant of ze nemen het in overweging.”

In Gehrels’ voorstel worden musea en topinstellingen als het Nationale Ballet en De Nederlandse Opera ontzien, zoals Zijlstra wil, maar is er ook steun voor middelgrote en kleinere instellingen, zoals de Raad voor Cultuur voorstelt. Ook is er de fasering in ingebouwd die de raad wil: het uitsmeren van de bezuinigingsplannen tussen 2013 en 2015, zodat instellingen meer tijd krijgen om alternatieve geldbronnen te vinden.

„Dit is een win-win situatie”, zegt Gehrels. „Het beste van twee werelden. Je behoudt het geld voor de topinstellingen, de ambitie van Zijlstra, maar ook voor de basis en vernieuwing zoals de Raad voor Cultuur wil.” Ze zegt al steun te hebben van haar collega’s in Utrecht, Maastricht en Den Haag. „Ook de fracties van GroenLinks en PvdA in de Tweede Kamer voelen hier wel voor.”

Haar voorstel kost extra geld, geeft Gehrels toe, zo’n 50 miljoen per jaar schat ze. „Maar je voorkomt veel ellende.” Het voorkomt volgens haar onder meer gelobby voor het behoud van bijvoorbeeld een extra opera-instelling in het Zuiden of toch meer geld voor regio-orkesten. „In het voorstel van Zijlstra gaat Maastricht er 75 procent op achteruit, in het voorstel van de raad 25 procent.”

Gehrels maakt zich grote zorgen over wat er op Amsterdam afkomt als de plannen van het kabinet doorgaan. „Amsterdam wordt verantwoordelijk gesteld voor de nationale infrastructuur zoals het Concertgebouworkest en Het Nationale Ballet. Zijlstra gaat voor de topiconen, maar wij als gemeente dragen daar ook aan bij. Het Concertgebouworkest krijgt 6,8 miljoen van OCW en 6 miljoen van ons. En wij betalen het Concertgebouw. Daarbij moeten wij zorg dragen voor de middelgrote en kleinere gezelschappen, waar straks nauwelijks geld voor overblijft.”

Volgens Gehrels treedt Zijlstra te solistisch op. „Hij kan wel zeggen: het rijk handhaaft de subsidie voor Het Nationale Ballet, maar dan gaat hij ervan uit dat wij ook onze subsidie handhaven, plus de 6 miljoen voor de Stopera. De Amsterdammer betaalt voor de nationale infrastructuur. Zijlstra heeft ons nodig. Als wij het rijk volgen, houden we niets over voor basis en talentontwikkeling.”

Volgens de Amsterdamse wethouder krijgt haar stad er in Zijlstra’s plannen weer een verantwoordelijkheid bij, maar niet het geld. „Het kabinet decentraliseert ook hier zonder geld te leveren. Sociaal-democraten en liberalen wisten elkaar te vinden toen er in 1888 geld nodig was voor het Concertgebouworkest nadat de burgers het Concertgebouw hadden betaald. Nu zegt het Rijk de samenwerking eenzijdig op. Ik hoop dat we elkaar ook nu weer zullen vinden.”