Weinig feiten in debat 'de Polen' op arbeidsmarkt

Een parlementaire commissie onderzoekt de komst van Oost-Europeanen. Thema’s: misstanden en uitbuiting. En de gevolgen. „Als dit zo doorgaat is het over en uit voor de Nederlandse chauffeur.”

De verzuchting leek uit haar tenen te komen. „Vind je het gek dat Polen hier niet met klachten over uitbuiting naar buiten komen?” De uitroep was afkomstig van Tweede Kamerlid Khadija Arib (PvdA) met de nodige ergernis in de stem.

Ze had als lid van de parlementaire onderzoekscommissie ‘Lessen uit recente arbeidsmigratie’ (Lura) ruim een uur zitten luisteren naar mensen die dagelijks worden geconfronteerd met misstanden rond Oost-Europese arbeidsmigranten. „Als er misstanden zijn, moet je optreden”, aldus Arib. En je niet in procedures verliezen.

Haar ergernis was het gevolg van de procedurele taal die volgens haar over tafel ging. Onderzoeken duurden soms wel een jaar, gemeenten leken misstanden zoals uitbuiting af en toe te gedogen, instanties werkten niet genoeg samen. „Het is een taai proces”, zo vatte inspecteur-generaal Jan van den Bos van het ministerie van Sociale Zaken het gistermiddag samen. De suggestie dat „hij zich achter dat taaie proces zou verschuilen”, verwierp de topambtenaar. „Maar het is echt niet gemakkelijk om zaken over uitbuiting bij de rechter overeind te houden.”

De discussie over de misstanden – onderbetaling, slechte huisvesting, tachtigurige werkweken – bij Oost-Europeanen vond gisteren op de tweede dag van de hoorzittingen van de onderzoekscommissie Lura plaats. Die commissie, een milde variant van de parlementaire enquête, tracht uit de massale komst van Polen, Tsjechen en andere Oost-Europeanen lessen te trekken voor de nabije toekomst. Nog vóór 2014 wordt het bijvoorbeeld voor Bulgaren en Roemenen mogelijk in Nederland zonder werkvergunning aan de slag te gaan.

De verzuchting van Arib kwam voor de toehoorders niet als een verrassing: het blijkt lastig voor de parlementaire commissie om feiten boven tafel te krijgen. De taal van de gasten – werkgevers, werknemers, wetenschappers, hulpverleners – wordt al snel wollig. „Een van de moeilijkheden van deze commissie is dat wij geen cijfers hebben”, zei Tweede Kamerlid Ino van den Besselaar (PVV) in alle eerlijkheid. De hoorzittingen, gecombineerd met een bezoek aan Bulgarije en Roemenië, moeten in september tot een verslag van de commissie leiden. Dan wordt wellicht duidelijk hoeveel arbeidsmigranten hier nu zijn? Hoeveel Bulgaren en Roemenen er te verwachten zijn en of Oost-Europeanen de Nederlanders van de arbeidsmarkt verdringen.

Nee, dacht Arjan Heyma van het economisch onderzoeksbureau SEO, van verdringing is amper sprake. „En als het al bestaat, gaat het om hele kleine aantallen. Wellicht bezet een arbeidsmigrant één op de duizend banen.” Het gaat dan alleen om nieuwe banen. „Het is niet het inpikken van een functie, maar hoogstens van een vacature.”

De onderzoeker had nog meer goed nieuws. Volgens hem levert de Oost-Europese migrant per saldo een positieve bijdrage aan de Nederlandse samenleving. De som van betaalde belastingen, premies en btw is hoger dan de kosten voor zorg, algemene voorzieningen en voor huursubsidie. „Maar dan heeft u de kosten van de overlast niet meegenomen?”, vroeg Van den Besselaar. Heyma beaamde dat.

Gemakkelijker dan feiten kwamen tijdens de hoorzittingen de meningen bovendrijven. Grofweg verwelkomen werkgevers nieuwe migranten, gezien de verwachte krapte op de arbeidsmarkt. De vakbonden vrezen juist voor de vermoede oneerlijke concurrentie op de arbeidsmarkt. „Als dit zo doorgaat is het over en uit voor de Nederlandse chauffeur”, vertelde Loek Koenders van belangengroep chauffeurstoekomst.nl.

Vanochtend, op de laatste en derde dag van de hoorzittingen, stonden de misstanden en de overlast op de agenda. De Amsterdamse criminoloog Dirk Korf beschreef incidenten waarbij vooral alcohol onder de migranten een rol speelde. Het verleidde Gerard Schouw (D66) tot de vraag of hij de problematiek in perspectief kon plaatsen, „om niet de indruk te wekken dat elke Pool elke avond lazarus in zijn bed stapt.”

Dat is zeker niet het geval, verklaarde Korf. „In de praktijk is het vooral gezellig, gaat het bijna om een campingcultuur. Heel Hollands eigenlijk. Wat dronkenschap betreft gaat het om niet meer dan een paar procent. En dan heb ik het niet eens over gewelddadigheid. Dat is echt uitzonderlijk.”