Subsidiestop is een aanval op de verbeelding

Literaire tijdschriften trekken te weinig lezers en kunnen dus verdwijnen.

Dat geeft blijk van een ‘fastfoodmentaliteit’ en dan is echte literatuur de dupe.

Laten we het gedachte-experiment aangaan. Stel dat de plannen van de huidige staatssecretaris van cultuur doorgaan zodat alle literaire tijdschriften zich opheffen. Want daar draait zijn voorstel op uit om alle subsidies voor cultuurbladen – ook die over eigentijdse kunst – te schrappen en ze uit te leveren aan de markt.

Je zult er niet veel van merken in de schappen van de kiosk of sigarenhandel. Tussen al die glanzende bladen vallen ze niet erg op. Veel boekhandels waar literaire tijdschriften te koop zijn dreigen binnenkort zelf te moeten sluiten.

De literaire cultuur in Nederland is de afgelopen jaren aan ernstige slijtage onderhevig. Het begon ermee dat de literaire uitgevers het bestseller-model gingen hanteren. Dat houdt in dat alleen die boeken worden uitgegeven waarvan men zeker meent te weten dat ze een forse omzet zullen draaien. Door daarnaast het marketingbudget te concentreren op enkele titels per jaar, poogt men de verkoopcijfers daarvan op te drijven, liefst tot boven de 100.000. Alleen zo kunnen de winstmarges worden gehaald die geëist worden door aandeelhouders en investeerders.

Tot voor kort hanteerden de meeste literaire uitgevers het spaghetti-model. Als je een bord spaghetti tegen de muur smijt blijven er altijd een paar slierten hangen. Zo kun je ook veel boeken op de markt brengen, en de paar die het goed doen leveren de jaarwinst op. Tot tien jaar terug werd een winstmarge van 3 procent normaal gevonden voor een literaire uitgeverij. Nu moet dat 15 of zelfs meer zijn.

In die tijd was geen enkele schrijver jaloers op bestsellende collega’s, want van hun succes hing ook het eigen voortbestaan af. Het spaghetti-model hield de literaire cultuur breed. Het werd voor een deel gefinancierd met overheidsgeld, via het Letterenfonds. Dat betaalde en betaalt nog steeds de auteurskosten die uitgevers vooraf moeten maken, bij boeken en tijdschriften van aantoonbaar literair belang. Het systeem wordt als redelijk eerlijk ervaren.

Waarom accepteren uitgevers dat de meeste van hun auteurs geen grote verkoopcijfers halen? Deels omdat niet te voorspellen is wat een bestseller zal worden. Bernlef had tientallen titels op zijn naam staan toen hij eindelijk de investering terugverdiende met Hersenschimmen. Deels ook omdat schrijvers met een beperkt publiek dingen uitproberen waar massa-auteurs hun voordeel mee kunnen doen. Ten derde ook omdat die minder bekende boeken vaak zo verschrikkelijk leuk zijn. Er is meer dan lijden of een topper worden. Het is als bij gastronomie en haute couture: door proberen leer je het waarderen.

En toen ontdekte een stel handige uitgevers de marketing-truc om doorsnee thrillers te afficheren als ‘literair’. Romans worden niet uitgegeven als ‘literaire roman’, dat zijn ze gewoon. Literatuur is geen formule maar een werkwijze. Ze begint bij ieder boek opnieuw en is daardoor een riskante onderneming. Elk literair boek, ook poëzie en essay, is een poging de taal zo te verdraaien dat er iets nieuws mee kan worden gezegd. Iets dat tot dan ongezegd was gebleven, dat leeft, dat te denken geeft en emotionele domeinen bereikt waar andere media niet bij kunnen komen. De inzet is het voort laten bestaan van de Nederlandse taal als drager van levende betekenis.

Literaire thrillers volgen wel een formule. Literair zijn ze daarom niet interessant. Verhaaltechnisch gebeurt er weinig omdat anders de lezer zich niet genoeg blijft identificeren met de hoofdpersoon. Het kwaliteitscriterium voor literaire thrillers, en alles wat er van kookboek tot porno met die term wordt getooid, is geld. Hoe meer een boek verkoopt, des te beter het is geschreven. Verkoopt het niet, dan is het te moeilijk.

De huidige staatssecretaris van cultuur past de kwaliteitsnorm van literaire thrillers toe op de literaire bladen. Dus: als ze niet genoeg abonnees hebben, doen ze het fout. Waarom zou de staat ze daarin steunen? Er bestaat echter ook zoiets als artistiek succes, ongeacht de verkoopcijfers. Op de schaal daarvan scoren de literaire thrillers laag en de literaire tijdschriften hoog. Daar wordt gedurfd, daar wordt onderzocht.

In een Nederland zonder literaire bladen treedt een verschijnsel op waarmee we elders in de maatschappij steeds meer te kampen hebben. Een bevolking wordt zwaarlijvig als er alleen nog fastfood en magnetronmaaltijden te koop zijn. Taal moet continu worden getest, gezuiverd en met nieuw leven gevuld, anders verliest ze haar onderscheidend vermogen en snapt niemand meer wat een ander zegt of zelfs waar het gesprek over gaat.

Het Nederlandse taalgebied is klein. Nederlands is ook een taal die heel snel buitenlandse invloeden verwerkt. Continu herstel en voortdurende innovatie zijn daarom geboden. Dat werk gebeurt in literaire tijdschriften. Lees ze nou maar eens. Er is papier en aandacht voor nodig, dus het kost iets. Maar wat de literaire bladen koesteren is het enige element waardoor Nederlanders zich duurzaam onderscheiden: onze taal. Dat werk te mogen subsidiëren uit de staatskas is niet alleen een plicht, maar een eer!

Arjen Mulder is redacteur van het literaire tijdschrift De Gids.