Sociale media zijn bom onder juryrecht

Een Brits jurylid moet zelf de cel in omdat ze online sprak met een verdachte.

Moderne communicatie zet het eeuwenoude jurysysteem onder druk.

Voor het eerst in de geschiedenis van het Britse strafrecht verdwijnt een jurylid in een rechtszaak zélf achter de tralies, omdat ze via Facebook over de zaak van gedachten wisselde. De huisvrouw Joanne Fraill (40) barstte in tranen uit toen de rechter haar eerder deze week een gevangenisstraf van acht maanden oplegde, omdat ze zich schuldig maakte aan het „valselijk beïnvloeden van een eerlijke rechtsgang”.

Fraill nam via Facebook contact op met Jamie Sewart, een vrouw die in de betreffende drugszaak verdacht was geweest, maar die al van rechtsvervolging was ontslagen. Haar vriend, verdacht van drugshandel, stond nog terecht. Fraill had medelijden met Sewart en nam contact met haar op.

De zaak, die justitie à raison van vele miljoenen ponden rond dacht te hebben, en die al tien weken gaande was, moest daardoor op last van de rechter worden afgeblazen. Juryleden, willekeurig geselecteerd uit het bestand aan geregistreerde kiesgerechtigden, worden geacht zich als een onbeschreven blad op te stellen en hun oordeel alleen te vormen op basis van wat ze tijdens de zitting te horen krijgen.

De kwestie heeft het regelmatig oplaaiende debat over juryrechtspraak in Groot-Brittannië op scherp gezet. Prominente vertegenwoordigers van de strafrechtadvocatuur, de Criminal Bar Association, zeggen dat internet en sociale media een potentiële tijdbom vormen onder het eeuwenoude jurysysteem. „Het gevaar is dat we afdrijven naar een soort X-factor-type van schuld vaststellen via onlinepeilingen”, zei de voorzitter van de CBA tegen The Times.

Anders dan in landen die hun rechtssysteem ontlenen aan het Franse model – zoals Nederland– heeft in het Angelsaksische systeem van berechting alle waarheidsvinding tijdens de zitting plaats. Er is geen rechter-commissaris die achter gesloten deuren vooronderzoek doet. In plaats daarvan worden op de zitting alle getuigen in het openbaar gehoord en door aanklager en verdediger aan kruisverhoor onderworpen. Van alle strafzaken wordt in Groot-Brittannië 93 procent afgedaan door de lagere rechter. De overige 7 procent – ernstige vergrijpen – komen bij een rechter met jury terecht, en dat alleen als de verdachte zegt niet schuldig te zijn.

De rechter maant juryleden aan het begin van elk proces om met niemand, zelfs niet hun intimi, te praten over wat ze gehoord hebben en zich niet te laten beïnvloeden door wat ze al menen te weten door eerdere berichten in de media.

Het is juryleden verboden informatie over ‘hun’ zaak op te zoeken via kranten of internet. Het is evenzeer verboden om na afloop te onthullen hoe de beraadslagingen in de jurykamer zijn verlopen. Zo serieus wordt het geheim van de jurykamer genomen dat de rechter vaak verbiedt om vorige delicten van een verdachte aan de jury bekend te maken.

Het internet lijkt nu de bijl aan de wortel van het jurysysteem te zetten. The Times ontdekte deze week tientallen voorbeelden van juryleden die twitterend en mailend over ‘hun’ zaak communiceerden met buitenstaanders, onder wie een jurylid die zijn vrienden vroeg elektronisch te stemmen over de vraag of zijn verdachte al dan niet schuldig is. Andere voorbeelden betroffen juryleden die hun oordeel al klaar hadden vóór de zitting nog goed onderweg was. Onderzoek van University College in Londen bracht eerder dit jaar aan het licht dat een kwart van de juryleden online informatie over hun rechtszaak onder ogen had gekregen.

Het jurysysteem is in Groot-Brittannië toch al omstreden. In ingewikkelde zwendelzaken, die vaak maanden duren, zouden lekenjuryleden niet in staat zijn om de details te bevatten. Juryleden zelf mopperen over de aanslag die de juryplicht betekent op hun tijd en hun inkomen. Sommige juryleden schrijven een boek over hun ervaringen en komen er openlijk voor uit dat ze zich hebben laten ompraten in het krachtdadigste lid van hun gezelschap – dan wel „om van het gezeur af te zijn”.

Juryleden hoeven – anders dan de rechter – hun redenering nooit te motiveren. Onderzoek wees uit dat jury’s in Londen minder geloof hechten aan politieverklaringen dan jury’s elders, met meer vrijspraken als gevolg. Jury’s in de West-Midlands komen in tweederde van de gevallen, ongekend hoog, tot het oordeel ‘niet schuldig’. De oorzaak? Onbekend.