Ruttes route naar integratie

Ruim twintig jaar duurt het debat inmiddels over de schaduwkant van de ‘multiculturele samenleving’. De aanwezigheid van grote groepen niet-Nederlanders groeide al eind jaren tachtig van de vorige eeuw uit tot een nieuwe sociale kwestie.

Ook de integratienota die het kabinet-Rutte gisteren liet verschijnen past in de reeks tamelijk sombere analyses die sindsdien verschenen. Daarbij ligt zoals gebruikelijk en terecht het accent op het belang van integratie. Het debat gaat allang niet meer over de vraag of integratie nodig is, maar wat de beste route is om dat te bereiken. De zoveelste afrekening in het publieke debat met de jaren ’70 en ’80, waarin behoud van eigen taal en cultuur werd bepleit, begint dan ook te vervelen. Zeker, ‘multiculturalisme heeft gefaald’ zoals de geaccepteerde wijsheid van dit moment luidt. Maar dat geldt ook voor de basisdemocratie, de wereldvrede en de socialistische heilstaat. Leuk om nog eens aan herinnerd te worden, maar het houdt wel erg op.

Met het kabinet moet geconstateerd worden dat in Nederland vooral ongemak overheerst met de aanwezigheid van grote groepen migranten met andere talen en ook religies. Dat is de realiteit. Nederland is geen New York. De VS zijn juist gebouwd op migranten met dubbele identiteiten en gaan er relatief moeiteloos mee om. Individueel cultureel erfgoed van overzee is er een pre. In de polder wordt echter een naadloos geïntegreerde Marokkaan van de derde generatie nog altijd als een buitenlander behandeld. Dat is onze handicap.

Gelukkig kondigt het kabinet een ‘aangevuld actieprogramma’ aan ter bestrijding van discriminatie. Uitsluiting van burgers vanwege hun afkomst of geloof „dient met kracht te worden bestreden”. Artikel 1 van de grondwet wordt in ere gehouden. De „waardigheid en gelijkwaardigheid” van de mens staan voorop. Die werkt het kabinet verder uit in ‘kernwaarden’ die de grondslag van de Nederlandse rechtsstaat vormen: vrijheid, verantwoordelijkheid, tolerantie en solidariteit. Geheel juist.

Wie in dit land wil leven, moet deze waarden omarmen, wat volgens het kabinet niet gelijk staat aan assimilatie. Niemand hoeft hier dus zijn identiteit of geloof op te geven. Maar meedoen aan de samenleving en elkaar met respect bejegenen, dat moet wel de grondhouding zijn.

Voor het overige wil de nota de migrant zoveel mogelijk zelf laten doen, laten betalen, examens doen afleggen en vooral in eigen onderhoud laten voorzien. Dat kan allemaal in principe onderschreven worden. Met die aantekening dat het papier geduldig is. Of de migranten al deze nieuwe plichten ook kunnen vervullen is onzeker. De voorgestelde leuze „niet de afkomst telt, maar de toekomst” is erg gemakkelijk. Ook de vorige sociale kwestie eind negentiende eeuw ging over afkomst en emancipatie. Wegkijken en overlaten was ook toen niet de oplossing.