opinext@nrc.nl

Ook gesjoemel op middelbare school

In menige wijk hangen de vlaggen met daaraan een schooltas vrolijk te bungelen in de vroege zomerwarmte. Er is door veel leerlingen weer hard gewerkt om een van de belangrijkste mijlpalen uit hun nog jonge leven te bereiken.

Ook door docenten is de afgelopen weken weer hard gewerkt. Er is namelijk weer flink onderhandeld tijdens de totstandkoming van de examenscores. Het examenwerk wordt door twee docenten nagekeken. De eigen lesgevende beoordeelt het werk van zijn pupillen. Vervolgens controleert een tweede corrector (een docent van een andere school uit een andere stad) of de collega het werk volgens de regels heeft nagekeken.

Regelmatig komen grote verschillen voor in de puntentelling tussen de eerste en de tweede corrector. Dan begint het onderhandelen: „De leerling moet wel slagen, dus dat ene puntje kunnen we hem toch wel geven?”, „U snapt toch wel wat zij bedoelt?”, „Het staat wel niet in het antwoordmodel, maar we zijn toch ook autonoom?”, „Ik ga voor mijn leerlingen!”

Deze manier van beoordelen zorgt ervoor dat leerlingen die het niveau net niet hebben de schooltas toch aan de vlaggenmast kunnen binden. Leuk voor de leerlingen, maar of het goed is voor de kwaliteit van het onderwijs?

Wie denkt dat gesjoemel met diploma’s alleen voorkomt bij Inholland of op een enkele mbo-school komt bedrogen uit.

Theo Hulskes

Leraar Nederlands en Biologie, Hoorn

Pensioenakkoord

In nrc.next van 15 juni wordt op pagina drie en op de opiniepagina’s stilgestaan bij de gevolgen van het pensioenakkoord voor jongeren. D66-jongeren Boeljaars en Koning spreken in hun artikel over pensioenroof door de grijze vakbonden. Dit suggereert dat de ouderen zich willen bevoordelen, maar er wordt aan voorbijgegaan dat de werkelijk ouderen, oftewel de huidige pensioentrekkers, totaal niets te zeggen hebben. De gepensioneerden zijn helemaal niet betrokken geweest bij de pensioenbesprekingen en tot nu toe ook nooit vertegenwoordigd geweest in de besturen van de pensioenfondsen. Bovendien zijn genoeg van mijn generatiegenoten nooit lid van een vakbond geweest. Ik hoop dat D66 zich het standpunt van de Jonge Democraten niet eigen gaat maken.

W.A.G. Veen

Leusden

Volg de discussie over het nieuwe pensioenakkoord op nrcnext.nl

Krom als een hoepel

Rosanne Hertzberger houdt er in haar column (Opinie, 15 juni) een merkwaardige denkwijze op na. Het feit dat er, bij de ‘ontdekking’ van autisme minder gevallen bekend waren dan 70 jaar aan onderzoek later, zou betekenen dat er nu overgediagnosticeerd wordt? Wat een kromme redenering.

Aanbod creëert vraag, daar hoef je niet verbaasd of verontwaardigd over te doen. Zo redenerend zou je ook kunnen zeggen dat mensen in Europa slechtere gebitten hebben dan in Afrika, als gevolg van een groter aanbod aan tandheelkundige zorg. Krom als een hoepel.

Dat er mogelijke excessen zijn bij inzet van het pgb betekent dat je de regels moet aanscherpen, niet dat het pgb op zichzelf niet deugt.

Hester Schaaf

Antwerpen

Jonge criminelen

Jonge criminelen in Amsterdam gaan vaak opnieuw de fout in, blijkt uit onderzoek (Nederland, 14 juni). Het percentage jongeren dat na een hulpverleningstraject binnen tweeënhalf jaar weer recidiveert, is te hoog volgens de gemeente. Kennelijk verwacht men meer van deze jaarlijkse investering van 6 miljoen euro in hulpverleningstrajecten.

Maar op dit terrein moet men oppassen voor al te hoge verwachtingen. Het is een misvatting dat men met een enkele ingreep door de overheid delinquenten binnen korte tijd kan transformeren tot volledig geïntegreerde en oppassende burgers.

Dit laatste is vooral heel lastig als frequent delictgedrag onderdeel is geworden van een criminele levensstijl waaraan de delinquent in bepaalde mate verknocht is. In de criminologie vergelijkt men, met name bij stelselmatige daders, het proces van stoppen met criminaliteit ook wel met de afbouw van een verslaving. Men bereikt het gewenste eindresultaat veelal na een weg van vallen en opstaan. In herhaling vervallen is hierbij een normaal verschijnsel. Op weg naar het eindresultaat neemt de tijd tussen de delicten die men pleegt echter steeds meer toe en de ernst van de delicten neemt af.

Dit wetende ligt het voor de hand om bij het meten van het succes van interventies niet zo zeer te kijken óf delinquenten weer in herhaling vallen, maar of zij na het krijgen van een traject minder vaak of minder ernstig in de fout zijn gegaan.

Dr. P.Ph. Nelissen

Criminoloog en onderzoeker

Opiniestukken en brieven kunt u sturen naar opinext@nrc.nl