Opel voelt opnieuw druk GM

Opel moet meer winst maken, eist het moederbedrijf GM in Detroit. Dankzij steun van de Amerikaanse overheid draait GM zelf weer op volle toeren. Voor een deel gaat dat ten koste van de Duitse dochter.

Woedend zijn ze in Rüsselsheim, de thuisbasis van Opel in Duitsland. Eindelijk leek de crisis onder controle. Geen dagelijkse Opel-ellende meer op televisie en in de kranten en eindelijk aantrekkende autoverkopen.

En dan dit: het Amerikaanse moederbedrijf General Motors in Detroit zou nu toch van z’n Duitse dochter afwillen. Of in ieder geval zijn ongeduld hebben getoond: waar blijft de beloofde winst? Het lijkt wel of er in twee jaar niets is gebeurd. Alsof de hele overnamestrijd om Opel opnieuw begint.

In 2009, toen het slecht ging met GM, moest Opel worden verkocht. Heel autominnend Duitsland stond op z’n kop. De politiek bemoeide zich ermee; verschillende buitenlandse gegadigden meldden zich. Uiteindelijk bleven GM en Opel bij elkaar, zoals dat al meer dan tachtig jaar het geval is.

„Ja, en dan krijgen we nu te horen dat het we snel winst moeten maken of anders beter alsnog kunnen opkrassen”, zegt een werknemer verbolgen. Zijn dienst is afgelopen. Hij is zojuist met een aantal collega’s onder de hoofdpoort van Opel doorgelopen, in het centrum van Rüsselsheim, op weg naar huis. „Dat nieuws is hard aangekomen. We doen hier ons best, maar worden steeds weer door Detroit dwarsgezeten.”

De rust is in Rüsselsheim nog niet weergekeerd,ondanks bezweringen vanuit het Amerikaanse hoofdkantoor. In vertrouwelijk telefoonoverleg, eerder deze week tussen GM-chef Dan Akerson en Opels bestuursvoorzitter Karl-Friedrich Stracke, zou Akerson hebben gezegd dat er momenteel geen gesprekken zijn over een verkoop van Opel.

De onzekerheid was gezaaid door berichtgeving in de weekbladen Der Spiegel en Auto Bild en werd versterkt door een snelle reactie van de Chinese automaker BAIC, die volgens dagblad Die Welt een overnamebod op Opel overweegt of zou hebben uitgebracht. Beijing Automotive Industry Company was in 2009 als kandidaat-koper van Opel ook al van de partij.

Een van de beter ingevoerde auto-experts in Duitsland, prof. dr. Stefan Bratzel van het Center of Automotive in Bergisch Gladbach, is ervan overtuigd dat General Motors zijn dochterbedrijf Opel „op afstand laat verhongeren”. Bratzel wees er deze week in een aantal Duitse regionale kranten op dat Opel van Detroit geen kans krijgt om in de mondiale groeimarkten te expanderen: China en Zuid-Amerika. „Voor een positief resultaat op lange termijn is Europa als markt onvoldoende. Maar uit vrees dat Opel de Amerikaanse merken van General Motors (onder andere Chevrolet en Buick) in China concurrentie aandoet, moeten de Duitsers daar wegblijven.”

Tegelijkertijd beconcurreren de Amerikanen Opel wel op de thuismarkt Duitsland. Volgens Bratzel gebeurt dat „met vechtprijzen en Opeltechniek onder de motorkap, want de Amerikanen zijn dol op ingenieurskunde Made in Germany.” Detroit is volgens de automarktkenner ontevreden over het tempo waarmee Opel in Duitsland zijn productievestigingen saneert. „Het gaat ze allemaal veel te langzaam.”

General Motors werd twee jaar geleden met hulp en veel geld van de Amerikaanse overheid van de ondergang gered. Uit een ‘gecontroleerd faillissement’ verscheen het nieuwe GM, dat nu weer winst maakt en zowel in de Verenigde Staten als in China en Zuid-Amerika op topcapaciteit draait en veel auto’s verkoopt. De overheidssteun aan de grootste autofabrikant van Amerika, het land van de vrijemarkteconomie, is destijds fel bekritiseerd.

In kringen van de ondernemingsraad van Opel in Rüsselsheim wordt de uitgelekte GM-strategie serieus genomen. Een voormalig OR-lid zegt: „Je moet het zien als een dreigement. Ze zetten hun Europese dochters, Opel en Vauxhall, onder druk. Detroit zegt: Wij in Amerika hebben onze zaken weer voor elkaar, waarom jullie nog niet?”

Opel verkocht in 2010 ongeveer 1,2 miljoen auto’s, volgens toenmalig Opel-chef Nick Reilly – hij werd eind vorig jaar op een zijspoor gezet – „net zo veel als in 2009 en geen record”. Dit jaar zijn de verkopen duidelijk gestegen. Van januari tot en met mei verkocht Opel in Europa 534.000 auto’s, ruim elf procent meer dan in de eerste vijf maanden van 2010. Het Europese marktaandeel steeg van 5,8 naar 6,3 procent. Volgens Opel ging het met name goed in Duitsland, waar het marktaandeel weer tot boven de acht procent is gestegen (ter vergelijking: Volkswagen heeft in Duitsland een marktaandeel van 22 procent).

Succesvol zijn in het bijzonder de Opelmerken Meriva, Astra Sport Tourer en, in iets mindere mate, de Insignia; auto van het jaar 2009. De Rüsselsheimer automaker heeft veel hoop gevestigd op het nieuwe model Opel Ampera, een wagen die voor de kleine afstanden een elektromotor heeft en voor de grote afstanden gewoon van benzine afhankelijk is.

Het Amerikaanse zustermodel van de Ampera is de Chevrolet Volt, maar bij Opel in Rüsselsheim weten ze waar de techniek vandaan komt: uit Duitsland. „Ze kunnen in Detroit zeggen wat ze willen, maar wij zijn nog altijd de kampioen innovatie van het hele concern”, zegt het ex-lid van de ondernemingsraad trots.

De onderlinge rivaliteit tussen Opel en GM is gebleven; de spanningen zijn door de geruchten over een mogelijke verkoop weer terug.