Morrison in woestijn: nieuw en toch bekend

Het woord ‘icoon’ is aan enige inflatie onderhevig. Bijna alle beroemdheden wier beeltenis veelvuldig in de media vertoond wordt en die een of andere invloed op hun cultuur hebben uitgeoefend (André Hazes, Willem Duys) wordt, zeker postuum, al snel iconische waarde toegeschreven.

Een van de eerste echte rockiconen was Jim Morrison (1943-1971) en dus verwachtte ik veel van de beelden in de aan hem gewijde documentaire When You're Strange (Canvas) al wel te zullen kennen. Het tegendeel was waar; ik had er bijna niets van eerder gezien. Dat is des te opmerkelijker, aangezien regisseur Tom DiCillo besloot om het portret van ruim een uur uitsluitend op te bouwen uit bewegend en stilstaand archiefmateriaal. Er zou zeker aanleiding zijn geweest om de andere drie, alle nog in leven zijnde leden van The Doors (Ray Manzarek, Robby Krieger en John Densmore) te interviewen. De keuze om alle duiding over te laten aan het door Johnny Depp uitgesproken commentaar en verder de oude beelden voor zichzelf te laten spreken, werkte sterk en verfrissend. Er zijn al genoeg historische documentaires met talking heads en reconstruerende bezoekjes aan relevante locaties anno nu.

Maar hoe is het mogelijk dat ik er zo weinig van eerder gezien had? Toen Morrison overleed in een Parijse badkuip (27 jaar oud, net als kort daarvoor Jimi Hendrix en Janis Joplin) was ik 18 en een fan. Ik draaide zijn platen grijs en kan tot op de dag van vandaag bijna alle teksten compleet meezingen. Dus het lag niet aan gebrek aan belangstelling van mijn kant.

Het beeld dat ik van de voor diabolisch versleten zanger had is bepaald door enkele foto’s, die twee verschijningsvormen van het idool behelzen: de apollinische jonge god en de sombere kluizenaar met een grote zwarte baard.

Die zag je op de platenhoezen en in gespecialiseerde bladen, van Muziek Express tot Hitweek. Televisie besteedde nog nauwelijks aandacht aan popmuziek en het proces tegen Morrison wegens vermeend exhibitionisme tijdens een concert in Miami vormde nog geen stof voor serieuze kranten in Europa. Naar een concert van The Doors ben ik nooit geweest en de documentaire met beelden van hun optreden op het festival van het eiland Wight heb ik niet gezien.

In de bioscoop trad Morrison alleen kort op in Lion's Love (Agnès Varda, 1969). En in een zelden vertoonde, experimentele road movie, HWY - An American Pastoral (Paul Ferrara, 1969), waarin Morrison met baard door een woestijn rijdt. Met die beelden begint en eindigt When You're Strange en ze kwamen me wel bekend voor. Dat komt alleen maar doordat Oliver Stone ze als inspiratie gebruikte voor de speelfilm The Doors (1991), om het sjamanistische aspect van Morrison te illustreren.

Heel vreemd, dat je een icoon kunt worden via grammofoonplaat en radio. En toch klopte wat ik nu zag met wat ik begrepen had.