Middeleeuwse jongen in een echt DGAV-boek

John Flanagan: De Grijze Jager 10 De keizer van Nihon-Ja. Vert. Laurent Corneille. Gottmer, 480 blz. €14,95 **

Je zou verwachten dat sinds de bloei van de jeugd- en adolescentenliteratuur in de laatste decennia en sinds we weten dat mannen én vrouwen van Mars komen, het begrippenpaar ‘meisjes-jongensboek’ een zachte dood is gestorven. Maar niets is minder waar. Tienermeisjes blijven smullen van romantische verhalen over onbereikbare liefdes en woest aantrekkelijke idolen, zoals Stephenie Meyers Twilight Saga. En de vier miljoen verkochte Grijze-Jager-boeken van de Australische auteur John Flanagan bewijzen dat opgroeiende jongens nog steeds hunkeren naar spannende rechttoe-rechtaan-avonturen: boeken door jongens, voor jongens en over jongens. Zoals de Karl Mays, de Bob Evers-verhalen van Willy van der Heide en de Inspecteur Arglistig-boeken van Wim van Helden. Deze karakteristieke jongensboeken zijn allemaal geschreven volgens het principe van ‘DGAV’ (De Gelukkige Afloop Vertragen), zoals Jacques Kruithof het ooit omschreef.

Flanagan beheerst dit vertragingsproces heel goed. Hij bedacht het Grijze-Jager-verhaal voor zijn niet lezende 12-jarige zoon en begreep dat hij, wilde hij hem naar de boekenwinkel krijgen, een hoofdpersoon moest creëren met wie jongens zich gemakkelijk identificeren. Met Will gaat dat probleemloos. Hij is – het klassieke avonturenboek passend – een wees, eerlijk en betrouwbaar. Met zijn avonturen neemt zijn zelfvertrouwen toe en stelt hij zich vastberaden op. We leren Will kennen als 15-jarige. Hij hoopt toegelaten te worden tot de krijgsschool, maar belandt helaas, in tegenstelling tot zijn atletische vriend Arnaut, wegens gebrek aan voldoende spierbundels bij ‘het Korps Grijze Jagers’: de spionagedienst van Koning Duncan, regerend vorst van Araluen (Engeland). Dankzij zijn wijze leermeester Halt ontdekt Will dat snelheid, behendigheid en nieuwsgierigheid ook talenten zijn en dat boogschieten net zo’n verheven kunst als zwaardvechten is.

Boek één is goedbeschouwd niet meer dan een lange inleiding. Maar daarna worden de vervolgdelen, waarin het draait om waarden als vriendschap, trouw en rechtvaardigheid en de moraliteit eenduidig is, steeds avontuurlijker.

Stilistisch hebben de Grijze-Jager- boeken weinig om het lijf. ‘Wapengekletter’ wordt standaard voorafgegaan door ‘vrees voor wat er gaat gebeuren’. En op cruciale momenten verdwijnt de maan altijd achter de wolken en ‘grijpt angst de helden bij de keel’. Daartegenover staat dat Flanagan onzinnige en gemakzuchtige toverij vermijdt en Will een held is om van te houden. Hij groeit, fysiek en mentaal, en Flanagan groeit mee.

Met literatuur heeft De Grijze Jager niets van doen. Maar dat kan jongens met fantasie en zin voor avontuur niet zoveel schelen. Zij willen een held aan wie ze zich kunnen spiegelen. En soms een robbertje vechten.

Mirjam Noorduijn