Leger van Syrië vertoont religieuze breuklijnen

Shi’itische alawieten, een minderheids groep, spelen een hoofdrol in de bloedige onderdrukking van protesten door het leger. Tot woede van de sunnitische meerderheid.

Het Syrische leger begint scheuren langs religieuze lijnen te vertonen die de politieke toekomst van president Bashar al-Assad in gevaar brengen.

De 45-jarige president leunt steeds meer op het leger in zijn harde optreden tegen betogers. De bevelhebbers en belangrijkste officieren zijn, net als de president, alawieten, een shi’itische minderheidsgroep in Syrië. De tegenstanders van het bewind die nu doelwit zijn van de aanhoudende militaire campagne, zijn overwegend sunnieten.

Diplomaten en militaire deskundigen zeggen dat het vooral alawitische eenheden zijn die betrokken zijn bij het ernstigste bloedvergieten, tot woede van veel sunnieten. Een aantal officieren en soldaten is gedeserteerd, maar tot nog toe is dat niet op grote schaal gebeurd. Sommige deserteurs uit leger en politie zijn naar Turkije gevlucht.

De trouwste legereenheden zijn de alawitische divisies die onder bevel staan van Assads broer Maher, zoals de Republikeinse garde en de Vierde Bewapende Divisie, beide met ongeveer tienduizend manschappen.

Deze divisies, die over veel tanks beschikken, zijn beter getraind en worden beter betaald dan de rest van het leger van 200.000 man – dienstplichtigen inbegrepen. Zij krijgen vaak ondersteuning van de alawitische milities die op verscheidene plaatsen in het land actief zijn.

Volgens sommige deskundigen is er een reële kans dat meer en hogere officieren deserteren als het leger opdracht blijft krijgen hard op te treden. Maar leden van de oppositie wijzen erop dat er onder militairen een sterke ideologie bestaat die bestand is tegen sektarische twisten. In de vier decennia dat de familie Assad aan de macht is, is de missie van het leger steeds vooral gericht geweest op bescherming van de leiders. „Het leger zal pas verdeeld raken als het regime instort, niet eerder”, zegt een activist. „Het is een ideologisch leger en alle officieren zijn lid van de (regerende) Baath-partij.”

Andrew Terrill, die het Syrische leger heeft bestudeerd aan het US Army College in Carlisle Barracks, wijst erop dat gewone soldaten en dienstplichtigen strak worden gecontroleerd. Daardoor „zien Syrische soldaten zich eerder als gevangenen in een cel dan als mensen met verschillende opties.”

„De vuurproef komt als soldaten het gevoel krijgen dat ze door te deserteren hun eigen huizen en gemeenschappen helpen als die worden aangevallen”, zei Terrill. „Dan zouden ze onder enorme psychologische druk komen te staan om te deserteren.”

De protesten tegen president Assad begonnen in maart, in gebieden waar veel conservatieve sunnieten wonen. Daarna breidden ze zich uit naar buitenwijken van Damascus. Volgens mensenrechtengroepen zijn 1.300 burgers en 300 politieagenten en militairen gedood. Deze cijfers zijn niet te verifiëren.

Volgens een diplomaat groeit de onvrede onder de sunnitische soldaten nu zij meer informatie krijgen over de bloedbaden in de gebieden waar ze vandaan komen, zoals de Hauranvlakte in het zuiden – waar het protest is begonnen – de provincie Homs, en het gebied in het noordwesten langs de grens met Turkije.

Een aanwijzing dat sunnitische militairen minder bereid zijn het vuur te openen op betogers, kwam uit Deir al-Zor, een stad in het oosten vlak bij een overwegend sunnitische regio in Irak.

Volgens ooggetuigen zette het leger daar verscheidene tanks in, maar begonnen deze niet te schieten toen betogers voorbijtrokken en op de tanks klommen. De tanks trokken zich deze week terug. Het was een van de zeldzame botsingen waarbij het niet tot bloedvergieten kwam.

Een hoogleraar Strategische studies in Jordanië, die om veiligheidsredenen niet met zijn naam in de krant wil, zei dat het leger in de greep blijft van president Assad en zijn broer, maar dat de situatie onbeheersbaar kan worden na een groot bloedbad. „De sunnieten koken van binnen en Assad heeft geen controle over de gebeurtenissen.”

Een voormalige officier in de Syrische luchtverdediging herinnert zich dat hij in zijn eenheid de enige sunniet was tussen zeven alawieten. „Ik denk dat de sunnieten in het leger vertrouwen op de zwijgende meerderheid van Syriërs die niet langer hun mond houden en de straat op gaan. De prijs zal zijn dat er meer martelaren komen. Of de sunnieten de veel beter toegeruste alawitische eenheden zouden kunnen overmeesteren is zeer de vraag. Maar in ieder geval kunnen ze enige bescherming bieden bij demonstraties.” (Reuters)