Kinderlijke zuipschuiten

Zeshonderdvierentachtig tieners lagen vorig jaar in het ziekenhuis bij te komen van een alcoholvergiftiging. Ze waren gemiddeld vijftien, de jongste was elf. We moeten niet overdrijven. Het merendeel van de tieners drinkt zich niet tegen de vlakte. Maar het aantal opnames stijgt stevig. In 2008 waren het er 337. En behalve deze 684 opnames is er ook een groep pubers die zich weliswaar niet bewusteloos drinkt maar die wel regelmatig zeer dronken wordt. Een treurig record is het gevolg, door een Tweede Kamerlid van de ChristenUnie verwoord als: „Nederlandse jongeren zijn de zuipschuiten van Europa”.

We weten het: van de jeugdcampings op de Waddeneilanden waar uit bierkratten opgetrokken muren standaard zijn; of de onderbouwleerlingen die ‘indrinken’ omdat hun op het schoolfeest geen alcoholhoudende drankjes verkocht mogen worden.

Drankgebruik door jonge mensen is niet nieuw en ook niet iets voor principieel alarm. Het was altijd een brevet van stoerheid en een soort diploma-eis voor volwassenheid. Maar die hang naar stoer doen lijkt wel te kenteren. Nu maken jongeren de indruk dat ze alcohol drinken om dronken te worden, waarna dronkenschap een volmaakt excuus biedt voor grensoverschrijdend uit de band springen.

Dit is geen verhaal van moralisme. Dit is het verhaal van verkeersongelukken. Van vechtpartijen of zelfs seksueel geweld. Van vandalisme en asociaal gedrag. Maar ook van stagnerende ontwikkeling van hersencellen. Kortom, van feiten die ouders niet af kunnen met doen een ‘och, wat waren ze dronken’. Want ze bedreigen het levensgeluk van zoon of dochter.

Een wetsvoorstel van de ministers Schippers (Volksgezondheid, VVD) en Opstelten (Veiligheid & Justitie, VVD) moet het drankmisbruik van jongeren terugdringen. Kinderen onder de 16 die alcoholische drank in bezit hebben, kunnen dan een boete krijgen. De grote steden pleiten voor het verhogen van de minimumleeftijd naar 18 jaar.

Afdoende? De drankverstrekkers kennen de regels echt wel. Maar kroegbazen weigeren als babysit te fungeren. In supermarkten worden de caissières, vaak even jong als de clientèle, uitgelachen als ze een ID vragen. Daar zouden de winkels iets aan kunnen doen, door alle drank langs een aparte kassa laten gaan – bediend door een werknemer met gezag. Maar zoiets raakt ook de volwassen klanten en schaadt de omzet.

Waar zijn de ouders? Pubers willen grenzen verleggen, ouders zeggen ‘ho’. Dat is geen nieuw concept, zo gaat het al eeuwen. Ouders kunnen zich daarvoor niet drukken. Supermarkt, slijter, diender of politicus kan erop wijzen. Maar de eerste verantwoordelijkheid ligt bij de ouders.