Kikkerschimmel nu overal in Zuid-Amerika

De Dariénregio in Panama was het laatste gebied dat vrij was van een voor kikkers dodelijke schimmelziekte. Nu blijkt dat de schimmel ook daar is doorgedrongen.

De schimmelziekte chytridiomycosis die dood en verderf zaait onder kikkers, padden en andere amfibieën heeft nu ook het ongerepte bergbos van de Dariénregio in het zuidoosten van Panama bereikt. Daarmee heeft de ziekte ook het laatste ziektevrije toevluchtsoord van neotropische kikkers bereikt.

De schimmel Batrachochytrium dendrobatidis veroorzaakt wereldwijd een massale sterfte onder amfibieën. Nadat de ziekte werd geconstateerd in El Copé in het westen van Panama was binnen vijf maanden de helft van de lokale kikkersoorten weggevaagd en verdween 80 procent van alle kikkers. Onderzoekers vrezen dat hetzelfde nu staat te gebeuren in het Darién National Park, een gebied waar nauwelijks wegen zijn en dat tot het werelderfgoed wordt gerekend.

De Amerikaanse ecoloog Doug Woodhams onderzocht in 2007 49 wilde kikkers aan de rand van het Dariéngebied en vond toen geen schimmelbesmettingen. Maar drie jaar later bleek 2 procent van de 93 kikkers die hij in hetzelfde gebied testte besmet, zo werd deze week bekend. „De ziekte heeft de rand van het Dariéngebied veel eerder bereikt dan we verwachtten”, zegt Woodhams, „De onophoudelijke en extreem snelle verspreiding van deze schimmel is alarmerend.”

Bijna eenderde van de 6485 amfibiesoorten wereldwijd staat op het punt van uitsterven, met als een van de belangrijkste oorzaken de oprukkende chytridiomycosis. Daarnaast worden kikkers en padden ook bedreigd door ontbossing, klimaatverandering en vervuiling. Volgens deskundigen speelde de schimmelziekte een rol bij het verdwijnen van 94 van de 120 soorten die sinds 1980 zijn uitgestorven.

Wetenschappers van het Panama Amphibian Rescue and Conservation Project voelen nu de hete adem van de schimmel in hun nek. Ze zijn bezig om kweekprogramma's op te zetten voor twintig sterk bedreigde kikkersoorten, waaronder twee soorten die alleen voorkomen in het Dariéngebied, de harlekijnkikkers Atelopus glyphus en Atelopus certus.

Onder leiding van Woodhams publiceerden onderzoekers onlangs een artikel in het wetenschappelijke blad Frontiers in Zoology waarin zij maatregelen beschrijven om de opmars van de besmettelijke schimmelziekte te stoppen. Mogelijk kunnen bacteriën helpen de schimmel te bestrijden. Woodhams ontdekte bij volwassen glaskikkers (Hyalinobatrachium colymbiphyllum) bij El Copé in Panama goedaardige bacteriën op de huid die de groei van de schimmel remmen. Veelbelovend is dat zij dit schimmeldodende goedje overbrachten op de eierpakketten. Daardoor waren hun nakomelingen ook beschermd tegen de schimmel. Het zou verklaren waarom vrijwel alle andere soorten in het gebied wegkwijnden door de schimmel en de glaskikker standhield.

De ontdekking van Woodhams is vorige maand online gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Biotropica. De Amerikaan onderzoekt nu of de bacteriële bescherming ook is over te brengen op andere soorten. Of dat gaat lukken is nog niet zeker. . Glaskikkerouders zijn territoriaal en staan regelmatig in contact met hun legsel. Andere soorten laten eenmaal gelegde eieren aan hun lot over. Wellicht geven zij de beschermende bacteriën dan minder goed door aan hun kroost.