Kabinet geeft korting op brandstofslurpers

Het kabinet bezuinigt sterk op natuur, op vervoer, op kinderopvang, op cultuur en op defensie, maar de Audi R8 mag 40.000 euro goedkoper.

Het is onbegrijpelijk.

Het kabinet doet alsof ingrijpen in de autobelastingen noodzakelijk is. De belastingvrijstelling voor zuinige auto’s zou de staat te veel geld kosten. Uit de ‘Autobrief’ van staatssecretaris Weekers (Financiën, VVD) aan de Kamer blijkt evenwel dat het kabinet juist accepteert dat het veel minder geld binnenkrijgt door de vrijstellingsregeling. Voor het eerst in de geschiedenis van de aanschafbelasting op auto’s (bpm) stelt het Rijk een maximum aan de inkomsten uit die regeling. Het stelt die voor de komende jaren vast op het niveau van nu, 1,9 miljard euro. Het effect is dat auto’s gemiddeld 1.500 euro goedkoper worden.

De verdeling van dit voordeel wekt nog meer verbazing. Onzuinige auto’s worden duizenden tot tienduizenden euro’s goedkoper. Kleine, zuinige auto’s worden juist duurder.

Dit is een bizar voorstel. Het is slecht voor de staatskas en voor het milieu.

Tussen 2006 en 2009 kreeg het Rijk nog ruim 3 miljard euro per jaar binnen aan bpm-inkomsten. In 2009 stortte de automarkt in, door de financiële crisis. In 2010 en 2011 gingen de zuinige en belastingvrije auto’s als zoete broodjes over de toonbank, door fiscale stimulering. De bpm-inkomsten van het Rijk liepen sterk terug. Ruim 30 procent van de nieuwe verkopen was belastingvrij. Dat scheelde het rijk 530 miljoen euro aan inkomsten.

Voor de maatregel van de staatssecretaris om de vrijstellingsregeling voor de zuinigste auto’s tot 12 procent van de markt in te perken, valt begrip op te brengen. Het is immers absurd om een steeds groter deel van het nieuwe wagenpark vrij te stellen van belastingen.

De 67 procent van de verkochte auto’s waarover nog wel aanschafbelasting werd betaald, leverden bij elkaar nog maar 1,9 miljard euro op. Met de voorgestelde inperking van de vrijstellingsregeling tot 12 procent van de markt zal het Rijk bpm-inkomsten ontvangen van 88 procent van de verkochte auto’s. Dit is goed voor de staatskas, zou je denken, maar niets van dat alles. Weekers kondigt in de Autobrief aan dat hij tot 2015 jaarlijks niet meer dan 1,9 miljard euro wil ontvangen aan bpm-inkomsten. Die 530 miljoen euro hoeft hij niet meer terug. Het kabinet accepteert de lagere inkomsten van 2009 en 2010. Van incidenteel worden ze structureel.

Het is nog een hele toer om dat voor elkaar te krijgen. Het kabinet kan de inkomsten alleen gelijk houden door vooral onzuinige auto’s goedkoper te maken. Dat is precies wat gebeurt. Sterker nog – zuinige kleine auto’s worden duurder in aanschaf.

Opel Corsa, Fiat Panda, Renault Twingo, Fort Fiësta, Citroën C3 en Volkswagen Polo zijn allemaal kleine, zuinige modellen die honderden euro’s duurder worden, met een uitloop tot boven de tweeduizend euro. Daartegenover staan grote, onzuinige auto’s als BMW 523, Volkswagen Passat en Volvo V50. Deze worden honderden tot duizenden euro’s goedkoper. Het gekke is – hoe onzuiniger, hoe goedkoper. Een Audi R8 wordt 40.000 euro goedkoper, een Landrover Discovery 22.000 euro en een Lexus LS President 14.000 euro. Weekers begint de uitverkoop voor brandstofslurpers.

Waarom gebeurt dit? Vindt dit kabinet milieu zo onbelangrijk dat het niet meer uitmaakt dat we de klimaatdoelen niet dreigen te halen? Heeft dit kabinet niet juist geld nodig, om bezuinigingen te voorkomen? Het is toch een beter idee om de bpm niet te maximeren en geen slurpbonus te introduceren voor luxe onzuinige auto’s?

Maarten van Biezen is manager mobiliteit en ruimte bij de Stichting Natuur & Milieu.