Inburgeren binnen drie jaar ‘niet haalbaar voor laagopgeleide migrant’

Immigranten raken hun verblijfsvergunning kwijt als zij niet binnen drie jaar hun inburgeringsdiploma hebben behaald.

Dat staat in een wetsvoorstel waarmee het kabinet vanmiddag heeft ingestemd. Asielzoekers hoeven niet het land uit als zij niet inburgeren, zij krijgen wel een boete. ‘Gewone’ immigranten mogen hun verblijfsvergunning alleen houden als er aantoonbaar bijzondere omstandigheden zijn.

Het kabinet stelt dat van iedere Nederlandse burger verwacht mag worden dat hij of zij zelfredzaam is in de samenleving. Dat houdt in dat hij of zij actief deelneemt aan de samenleving, de inburgeringscursus is de eerste stap daarin:

Burgerschap begint met actieve deelname van iedere burger aan de samenleving. Daarom mag worden verwacht dat iedereen zelfredzaam is en de nodige eigen kennis en vaardigheden verwerft. Inburgering is een eerste stap in het integratieproces. Het spreken van de Nederlandse taal is daarbij een essentiële voorwaarde. Het kabinet benadrukt het wenselijk te vinden dat mensen een zo hoog mogelijk taalniveau behalen. Zij kunnen het inburgeringsexamen doen, maar ook kiezen voor een hoger opleidingsniveau, zoals het staatsexamen Nederlands als tweede taal of een MBO diploma om daarmee te voldoen aan de inburgeringsplicht.

In het regeerakkoord staat vastgelegd dat inburgeraars hun cursus zelf betalen. Mensen dat niet kunnen, krijgen de mogelijkheid het geld te lenen. Het is nog onduidelijk wanneer de nieuwe regels in werking treden. De Raad van State moet nog advies geven, en daarna gaan de Tweede en de Eerste Kamer erover praten.

Volgens Sheila Kamerman, integratieredacteur bij NRC Handelsblad, maakt het kabinet het laagopgeleide migranten extreem moeilijk om zich in Nederland te vestigen:

“De inburgering bestaat voor migranten uit een examen in het eigen land, dat kan overigens nog niet in alle landen, en een inburgeringscursus in Nederland. Maar een termijn van drie jaar is niet haalbaar voor mensen die bijvoorbeeld analfabeet of laagopgeleid zijn. Bovendien bestaan er voor de Nederlandse inburgeringscursussen in sommige gemeenten ook wachtlijsten. Het kabinetsbeleid maakt het extreem moeilijk voor kansarme, laagopgeleide migranten om zich vestigen in Nederland, maar zoveel zijn dat er de laatste jaren niet meer. Ook gezinsmigratie wordt hiermee moeilijker gemaakt en ook dat aantal migranten slinkt. De meeste mensen die naar Nederland toekomen zijn arbeidsmigrant, bijvoorbeeld uit Polen. Ik moet overigens nog zien of mensen die de inburgeringscursus niet binnen de termijn afronden daadwerkelijk teruggestuurd worden, of gewoon een boete krijgen.”

Gisteren stuurde minister van Binnenlandse Zaken, Piet Hein Donner, een nota naar de Tweede Kamer waarin hij schreef dat het kabinet afstand neemt van de multiculturele samenleving en dat het integratiebeleid strenger wordt. Ook hierin benadrukte hij het belang dat migranten er zelf voor moeten zorgen dat zij de Nederlandse taal leren en vaardigheden opdoen om zich in de Nederlandse samenleving te kunnen handhaven.