ik@nrc.nl

De intercity stroomt vol met natgeregende forenzen. Zelf schuif ik meteen in het eerste bankje naast de deur.

Niet lang daarna komt een oudere man binnen: paraplu, tas om de nek en schouders, en in een oud regenjack. Hoewel er veel plekken leeg zijn, neemt hij plaats naast mij. Ik kijk op van mijn krant en we knikken elkaar beleefd toe. Dan pakt hij een oudemensen-tijdschrift uit zijn tas en begint, net als ik, te lezen.

Mij bekruipt het gevoel dat het zo zou kunnen lijken dat ik op stap ben met mijn opa. Trots kijk ik om me heen.