Ik ratel van de nieuwe ideeën

Marnix Dorrestein (20) is muzikant. Hij componeerde muziek voor Herman van Veen en speelt in drie bands.

Hij heeft alleen moeite om een band bij elkaar te houden.

Marnix Dorrestein is pas twintig jaar. Toch heeft hij er al een respectabele muzikale loopbaan opzitten. Als drummer werd op zijn 17de verkozen tot beste muzikant van de Grote Prijs van Nederland. Als gitarist trad hij onlangs met zijn Nederlandstalige formatie De Krijgers op in Ahoy. En Herman van Veen vroeg hem om de muziek te schrijven voor de nieuwe Alfred Jodocus Kwak voorstelling Vader, die afgelopen woensdag in Amsterdam in première ging. Daarnaast zit hij ook gewoon nog op het conservatorium, waar hij elektrische gitaar studeert. In plaats van de gebruikelijke vier bijvakken heeft hij er een stuk of tien. „Hij walmt muziek,” zegt zijn moeder Edith Leerkes, zelf de vaste gitariste van Herman van Veen. Eigenlijk is Marnix Dorrestein nergens anders mee bezig. Hij speelt op moment in drie verschillende bands, waar hij ook de meeste nummers voor schrijft.

Je kunt ook zeggen: ik neem één band en daar besteed ik al mijn aandacht aan.

„Dat heb ik ook wel geprobeerd, maar ik wil gewoon teveel verschillende dingen. Ik zou nu nog wel drie bands willen. Ik vind het prachtig om samen te werken met mensen die iets anders doen dan wat ik doe. Dat gebeurt heel veel, dan zie ik iemand en denk ik: daar zou ik eigenlijk heel graag mee willen spelen.”

Wat heb jij met muziek?

„Dat weet ik niet. Het is een kern, ik kom er altijd bij terug. Heel soms kijk ik een serie op TV of ga ik met een paar gasten even een balletje trappen, maar dat is het dan. Ik heb wel gedacht: moet ik dat niet wat meer doen, maar dat zit er niet echt in. Als er dan iemand komt die voorstelt om ergens aan mee te doen, dan denk ik: ik kan gaan voetballen, maar ik kan ook gaan spelen. En dan kies ik altijd voor muziek.”

Je denkt muziek?

„Het is gewoon allemaal spannend. Het blijft de hele tijd ratelen met ideeën en plannen. Mijn gemiddelde treinreis begint ermee dat ik naar muziek zit te luisteren en denk: dit is helemaal te gek. Dat ga ik nadenken over of ik niet zo met een band op het podium zou willen staan en hoe we dat zouden moeten aanpakken. Ik wil heel graag ergens naartoe, maar waar dat is dat weet ik ook niet.”

Zit je op de goede weg?

„Ik denk het wel. Dit project met Afred Jodocus Kwak was een droomopdracht. Ik mocht alles zelf schrijven en opnemen op CD. Dat was heel spannend. Toen kwam het bericht dat we tijdens de voorstelling met een live band moesten spelen. Binnen twee weken moest ik een band bij elkaar zoeken. Dan prijs je jezelf gelukkig dat je met zoveel mensen hebt gespeeld.”

Ook wel handig dat je moeder Herman van Veen zo goed kent.

„Ik heb er zelf ook wel over nagedacht of dat erg is. Maar ik ben ervan overtuigd dat als Herman niet goed zou vinden wat ik doe, hij mij niet had gevraagd. We staan hier met vijftien voorstellingen en hij zou dat risico niet hebben genomen.”

Volgens je moeder mag je wel wat meer rust in je composities brengen want zij wil zich kunnen ‘vervelen’ in een nummer.

„Ja, ik stop er vaak heel veel in. Als ik naar andere bandjes luister denk ik aan het begin van een nummer vaak: wow, vet. Dan duurt het nummer vervolgens vier en een halve minuut, met twee stukjes die steeds bij elkaar komen. Dan verveel ik me zo snel dat ik denk: zo wil ik het dus mooi niet.”

Ah, je moeder zit er dus naast?

„Nee, nee, want het heeft niet alleen met mij te maken. Die muziek speel ik niet alleen voor mezelf. En als je iets voor het eerst hoort, moet je het ook kunnen begrijpen. Vaak vind ik iets dat ik gemaakt heb in het begin superlogisch klinken. Als ik het dan opneem en terugspeel en ik hoor die eerste maten, dan denk ik: jezus, wat doet die gast? Dan besef ik me dat ik eigenlijk te snel ben.”

Je hebt al veel bandjes gehad. Waarom vallen die zo snel weer uit elkaar?

„Iets opzetten is gemakkelijker dan ergens mee doorgaan. Meestal ben ik degene die ermee stopt omdat ik het niet meer leuk of interessant vind. Dat is wel iets waar ik aan probeer te werken, omdat het ook je groei stopt. Dan heb je iets moois gemaakt en komt er heibel.”

Veel ego’s in de muziek?

„O ja, natuurlijk. Ik speelde vaak in bandjes waar vier of vijf frontmannen in stonden. Dat werkte niet altijd even goed. Een oudere jongen die zelf solo artiest is zei laatst tegen ons, ‘Jullie hebben alleen maar Johan Cruyffs en Van Bastens op het podium staan.’ Het zijn allemaal mensen die in de spotlights staan. Iedereen heeft hele sterke ideeën en gevoelens bij de muziek. Dat clasht vaak.”

Hoe ga je daar mee om?

„Als iemand iets wil met een liedje en ik vind het niet goed, dan probeer ik mezelf er toch van te overtuigen. En als ik die persoon vertrouw kom ik er vaak later achter dat het een goede keuze was. Je moet van je eigen onwetendheid uitgaan. Dat heeft misschien wel met ouder worden te maken.”

Dat klinkt grappig uit de mond van een twintigjarige.

„Het is wel een soort volwassenheid. Als je zestien bent en je bent het ergens niet mee eens, dan zeg je gewoon: nee, dat wil ik niet. Maar het is goed om te beseffen dat je eerste reactie niet automatisch de beste is. Er zijn ook twintigjarigen die net beginnen en dan zie je dat dat puberale er nog steeds in zit. En ik zeg dit nu wel, maar zelf ben ik soms ook echt een draak. Bij sommige bands ben je degene die altijd zit te kloten en bij sommige bands sla je met de vuist op tafel en zeg je: en nu gaan we serieus spelen.”

Ben je op het conservatorium een echt talent of ben je onder gelijken?

„Weet ik niet. Bij ons op school heeft bijna iedereen wel iets dat niemand hem nadoet. Het eerste jaar had je toch wel mensen die je er helemaal uitspeelden. Meestal was ik degene die eruit gespeeld werd, maar inmiddels zijn er dingen die niemand mij nadoet. Wat betreft naar buiten treden zijn er niet zoveel mensen die doen wat ik doe. Ik probeer gewoon alles eruit te halen wat er in zit. Daar draait het om.”

Maar er is meer in het leven ...

„Weet je, als het een koude of vervelende dag is zie je heel veel mensen er ongelukkig bij lopen. Met mijn band De Krijgers hebben we een week lang mensen spontane serenades gegeven op straat en concerten in de metro gespeeld. Opeens gebeurt er dan iets geks. Dat is leuk, want die onverwachte dingen halen je uit de sleur.”

Heb je het idee dat je dat zelf moet doen, of dat het leven je daar brengt?

„Allebei. Netwerken wordt vaak gezien als iets vies of onethisch. Is het niet gek dat ik dit project nu doe, terwijl mijn moeder met Herman van Veen speelt? Maar je moet om dingen durven vragen en dingen durven zeggen die je wilt. En dan gebeuren ze ook, als je daar echt naar streeft. Als je hard werkt en je weet ongeveer wat je wilt kan je daar in de buurt komen. Dat is het allerbelangrijkste, dat je gewoon hard werkt. Met talent alleen kom je er echt niet.”

De familievoorstelling ‘Alfred Jodocus Kwak: Vader’ speelt tot en met zaterdag 25 juni dagelijks in het Nieuwe de la Mar Theater in Amsterdam.