Hoe vaak werd ik verliefd op kunst

Over mijn migratie naar Nederland zal ik nooit een onvertogen woord zeggen. Jong als ik was heb ik nimmer last gehad van heimwee of angst voor de omgeving en de mensen. We werden met veel egards en gastvrijheid ontvangen door de buren en de kennissen die mijn vader had gemaakt in dat kleine dorpje daar, dat erkertje tussen de Linge en de Merwede.

Ik herinner mij de eerste jaren vooral als een aaneenschakeling van ontdekkingen en verwonderingen – en ontwikkelingen. Electriciteit, gas, stromend water, de Nederlandse taal, het vak tekenen, tekenfilms (Bambi in de bioscoop!) en wat later ook lezen – van strips en boeken. Kinderboeken las ik nooit en heb ik nooit gelezen – ik hoorde slechts aan wat de juffrouw voorlas en dit met slechte concentratie. Ik kan mij nog steeds niet op de tekst concentreren als deze voorgelezen wordt en heb mij verbaasd dat er in de loop van tijd veel mensen het werk van uwe nederige dienaar voorgelezen willen horen – door dezelfde stotterende dienaar.

Alfred Appel jr. schreef dat een volwassen kunstenaar altijd bezig is met zijn jonge liefdes te verdedigen en te herwaarderen. Uiteraard had hij het over liefde voor de kunst en niet voor vrouwen of mannen (dat is een apart hoofdstuk en aan de voorbije crushes of crashes valt er bij mij in elk geval niets te verdedigen). Het is waar dat iets wat grote indruk heeft gemaakt op ons tijdens de jeugd een permanente liefde ontsteekt, maar soms is het sculpturerend geheugen met de schoonheid ervan op de loop gegaan en blijkt het origineel teleurstellender te zijn dan het resultaat van het manipulerend geheugen. Hetgeen bewondering kan afdwingen voor de creatieve kanten van Mnemosyne, maar ook een waarschuwing is tegen al te slaafse afhankelijkheid van onze herinneringen.

De culturele ontvankelijkheid en onbevangenheid die ik hier had en die mij los van de waardeoordelen en vooroordelen over een kunstwerk (film, boek, muziek) een willige en gretige Ptah maakten voor al het nieuwe en onbekende, is het enige voordeel waarvan ik kan zeggen dat ik die zonder migratie niet gehad zou hebben. Hoe vaak werd ik verliefd op dit of dat – een sensatie die ik nog scherp navoel – en ik dacht eerlijk gezegd dat het wel voorbij zou zijn als ik ouder en volwassen werd.

Tot mijn broer mij aanried de Franse fim Un Prophète (2009) van Jacques Audiard te zien. Van de regisseur had ik nog nooit gehoord, maar ik ging naar de bioscoop – en over een coup de foudre gesproken! Mon Dieu! Ik was verpletterd. De claustrofobie van de gevangenis waarin de film zich afspeelt werd gevangen in fresco’s van close-ups; de rite van een analfabete zwerver naar de top binnen de gevangenishiërarchie werd afgebeeld als een triomftocht van Sisyfus – de rots rolde wel naar binnen, maar om anderen te treffen, hijzelf genoot van het weidse landschap en uitzicht. Het begint als de jongeman voor het eerst van zijn leven in een vliegtuig zit en wij de elatie van hem en van de muziek zien en horen. Daarna wordt hij een berg opgereden in Marseille.

Sommige critici hadden moeite met de surrealistische of metafysische aspecten van de film. Nadat Malik El-Djebna, zoals de jongeman heet (gespeeld door Tahar Rahim), Koning van de Grafakker, een woordspeling met Malik El-Debbana, Koning van de Vlieg – een kleinere versie van Beëlzebub, Heer der Vliegen –, een medegevangene, Reyeb genaamd, vermoordt in een lange ademstillende scène, begint hij visioenen te krijgen van de dode Reyeb, die hem niet komt straffen, maar juist komt onderwijzen en hem voor de toekomst sneeuw belooft. Na de moord zien we in een slowmotionsequentie Malik worstelen met Reyeb die hem wil smoren met een laken. Er zijn verschillende versies, maar in een van die versies heeft Gabriël een beschreven doek waarmee hij de profeet Mohammed wil wurgen onder het bevel: Iqra’ – lees. Terwijl Mohammed net als Malik een wees en analfabeet is. Dit woord zal later in het Arabisch in beeld verschijnen. Reyeb – de geest – vertelt Malik over de tochten van Mohammed naar de grot in een berg waar hij zich terugtrok, eerst om te mediteren, later om Gabriël te ontmoeten.

Een andere mythische toespeling is wanneer zijn Corsicaanse baas hem met een lepel aan één oog verblindt en hij een soort halve Tiresias wordt die in de toekomst kan kijken. Hij voorziet de gazellen die ze zullen aanrijden (‘indak ‘l-ghzál! – Pas op! De herten!). Dit brengt hem nog een trede hoger binnen de gevangenis.

Op het einde, als Malik in isolatie zit en steeds wakker wordt om hardop te vragen of Reyeb er is, zit hij voor veertig dagen vast. Dit is het aantal dagen dat Mohammed op de berg verbleef. De sneeuw die Reyeb hem voorspelt, keert gemetamorfoseerd terug in het hoogtepunt van de film: als Malik twee mensen doodt (alles is stilte: we horen enkel de pistoolschoten) en op zijn gezicht een glimlach verschijnt die een zalige dood impliceert of extatische triomf. Waarin de sneeuw metamorfoseert zal ik niet zeggen. De film is al enige tijd voor weinig geld op Blu-ray te krijgen, mijn goede lezer.