Het wordt nooit meer zoals het toen was

Migranten zijn zelf verantwoordelijk voor hun integratie in Nederland, niet de staat. Volgens minster Donner is dat een nieuwe fase in het integratiebeleid. Dat beleid was enkele jaren geleden al ingezet, maar dit kabinet zegt het graag nog een tikje harder.

Vijftien jaar geleden kregen Turkse en Marokkaanse kinderen nog les in hun eigen taal en cultuur. Onder schooltijd. Dat zou schoolsucces en daarmee de integratie bevorderen, was het idee.

De ideeën van het huidige VVD/CDA-kabinet, gedoogd door anti-islampartij PVV, zijn diametraal anders. In een harde integratienota neemt minister Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) afstand van de multiculturele samenleving. In zijn brief, die hij gisteren aan de Tweede Kamer stuurde, draait het allemaal om de Nederlandse normen en waarden.

In het vijftien pagina’s tellende document, waar de oppositiepartijen in de Kamer al maanden op zaten te wachten, uit Donner zijn onvrede over de multiculturele samenleving en het „relativisme” dat daarin besloten ligt. Weliswaar zijn de afgelopen jaren vele migranten succesvol geïntegreerd, erkent de minister in één zin, maar bij hem overheerst de zorg over de migranten die daar niet in slagen. Daarover schrijft hij A4’tjes vol.

Donner trekt hiermee de lijn door die al door het vorige kabinet is ingezet. Hoewel de integratienota van het vorige kabinet misschien iets milder van toon was, was die toch ook bepaald niet soft. „Alle burgers zijn gelijkwaardig maar van migranten mag een extra inspanning worden gevraagd om een plek te verwerven in de Nederlandse samenleving”, schreef toenmalig minister Eberhard van der Laan (PvdA), nu burgemeester van Amsterdam, in 2009. Migranten mogen best anders zijn, vond hij, maar over ongenoegens moest je met elkaar kunnen praten. De PVV was destijds uitermate kritisch over de integratiebrief van Van der Laan en diens „politiek correcte teksten”.

De vraag is hoe de PVV nu gaat reageren, want qua toon verschilt de brief van Donner dus niet eens zo veel van die van zijn voorganger. De brief bevat veel algemeenheden waarmee niemand het oneens kan zijn. „Gemeenschappelijke regels en eisen, betrokkenheid, verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid vormen het fundament van de solidariteit in de samenleving die tussen burgers wordt verwacht.”

Het meest in het oog springende verschil is dat dit kabinet nog veel sterker op de eigen verantwoordelijkheid van immigranten hamert. En het ademt een sfeer van ‘wie niet mee wil doen aan de Nederlandse samenleving, moet hier niet komen’.

Het verschil zit hem vooral in de maatregelen. Het kabinet-Rutte pleit voor een „meer verplichtend integratiebeleid”. Om te voorkomen dat „onze samenleving uit elkaar groeit, mensen langs elkaar heen gaan leven en uiteindelijk niemand zich meer thuis voelt in ons land”.

Hoewel ook VVD en CDA voorstander zijn van aanscherpingen van het immigratie- en integratiebeleid, is het vooral gedoogpartner PVV die een einde wil maken aan de instroom van immigranten. Zoals PVV-Kamerlid Joram van Klaveren gisteravond tijdens een spoeddebat over naturalisatie-eisen zei: „Iedere aanscherping op dit terrein is een stap vooruit. In het verleden werd onze schitterende nationaliteit bij wijze van spreken cadeau gedaan bij een pakje boter.”

Het moet dus strenger. Wat het kabinet in de toekomst van immigranten vraagt? Niet alleen dat zij de Nederlandse taal spreken en in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Nee, volgens de nieuwste nota moeten zij de „kernwaarden van de Nederlandse rechtsstaat” delen: vrijheid, verantwoordelijkheid, gelijkwaardigheid, tolerantie en solidariteit. Hiermee suggereert Donner dat migranten deze kernwaarden niet delen, en alle autochtone Nederlanders wél. Maar die aanname wordt nergens (cijfermatig) onderbouwd, zoals dat wel met andere integratieproblemen gebeurt; in de brief gaat Donner uitgebreid in op de oververtegenwoordiging van immigranten in criminaliteitscijfers en de laagste sociaal-economische klassen en het feit dat zij vaker kampen met schooluitval en werkloosheid.

Tegelijkertijd beklemtoont Donner hoeveel waarde hij aan de „ruimte voor diversiteit en pluriformiteit” hecht. Assimilatie of uniforme identiteit is niet het uiteindelijke doel van integratie, wil hij maar zeggen. „De individuele vrijheid om naar eigen inzicht te leven binnen gezamenlijk gedefinieerde grenzen is een groot goed. Mensen die er voor kiezen in Nederland een bestaan op te bouwen wordt niet gevraagd hun identiteit of geloof op te geven, wel om te integreren.”

Om die reden stelt het kabinet, sterker dan voorheen, strenge eisen aan immigranten. Volgens Donner is dat gerechtvaardigd omdat het kabinet van álle mensen in Nederland verwacht dat zij een bijdrage leveren „aan versterking van maatschappelijke samenhang”. Iedereen moet betrokkenheid en burgerschap tonen. Wat hij hiermee concreet bedoelt, vermeldt de brief niet.

Wel komen in de integratienota alle maatregelen terug die het kabinet bij zijn aantreden al aankondigde.

De exameneisen bij de inburgeringscursus worden verhoogd en immigranten moeten zelf voor hun inburgering betalen. Desnoods met behulp van een lening. Mensen kunnen het Nederlanderschap pas verkrijgen als zij afstand hebben gedaan van hun andere nationaliteit – mits dat mogelijk is. Van sommige nationaliteiten, zoals de Marokkaanse, kán iemand geen afstand doen.

Er komt een boerkaverbod; ofwel een „verbod op gelaatsbedekkende kleding” in de openbare ruimte. Er zijn weinig vrouwen die een boerka dragen, dus in praktijk zal het weinig uitmaken. Het kabinet maakt een uitzondering voor carnaval of schaatswedstrijden.

De subsidie voor de integratie van specifieke groepen, zoals Antilliaans- en Marokkaans-Nederlandse risicojongeren, wordt beëindigd. De vele belangenorganisaties voor de verschillende groepen zullen het moeilijk krijgen, zij vrezen vooral het verlies van vrijwilligers. Zwemles voor vrouwen, discussieavonden, kook- en fietsclubjes, Marokkaanse meidenmiddagen of zelfverdediging voor Turkse vrouwen verdwijnen.

De positie van een deel van de migranten, veelal jonge vrouwen die naar Nederland komen om te trouwen, is „zorgwekkend”. De huwelijks- en gezinsmigranten, schrijft Donner, zetten het integratieproces op achterstand. Soms worden deze vrouwen na hun komst naar Nederland bewust thuis gehouden. Donner wil de instroom van gezinsmigranten beperken door strengere eisen te stellen aan hun komst.

De PVV bekritiseerde de integratienota van het vorige kabinet omdat het ‘de islamisering van de samenleving’ niet erkende. Maar ook dit kabinet doet dat niet. Godsdienstvrijheid is een groot goed, schrijft Donner. Die vrijheid omvat alle godsdiensten en overtuigingen, óók de islam. Dat de islam ook negatieve associaties en zorgen met zich meebrengt, onderkent hij wel. Donner wil die niet wegnemen door zich tegen de islam uit te spreken. Hij stelt wel dat de islam geen dekmantel mag zijn voor radicalisering en voor anti-democratische uitingen. Dit laatste zal ongetwijfeld op instemming kunnen rekenen van de gedoogpartner, maar de PVV moet nog reageren.