'Het is nog te emotioneel om over Balkanliga te praten'

Precies twintig jaar geleden won Robert Prosinecki, nu coach van dezelfde club, met Rode Ster de Europa Cup en de wereldbeker. Een Kroaat in Servië, hoe kan dat?

Robert Prosinecki (42) begon in 1986 bij Dinamo Zagreb. Hij won met Joegoslavië in 1987 het WK bij de jeugd. Het dreamteam vol toekomstige wereldsterren (Suker, Boban, Savicevic, Mijatovic, Mihajlovic) zou door de opsplitsing van Joegoslavië niet lang in één elftal voetballen. Prosinecki speelde vijftien (senioren)interlands voor Joegoslavië en 49 voor Kroatië. In clubverband speelde hij van 1987 tot 1991 als spelverdeler bij Rode Ster in Belgrado, toen hoofdstad van Joegoslavië. Met Rode Ster won hij in 1991 de Europa Cup 1 en de wereldbeker. Hij verhuisde naar Real Madrid, waar hij drie seizoenen verbleef. Vanaf 1994 speelde hij, telkens één seizoen, voor achtereenvolgens Oviedo, Barcelona en Sevilla. Tussen 1997 en 2000 speelde hij voor Dinamo Zagreb, intussen hoofdstad van Kroatië. Na een tussenjaar bij Standard sloot hij in 2004 zijn loopbaan bij Dinamo af. Photographers take pictures of Red Star Belgrade's coach Robert Prosinecki (R) before their Serbian League soccer derby against Partizan in Belgrade April 23, 2011. REUTERS/Ivan Milutinovic (SERBIA - Tags: SPORT SOCCER) REUTERS

Rode Ster Belgrado doet stug alsof er iets te vieren is. De club worstelt al een paar jaar om in de Servische voetbalcompetitie bij de eerste drie te eindigen, maar 2011 zal een feestjaar zijn, of Zvezda (ster) kampioen was geworden of niet. Niet omdat de club zoveel jaar bestaat, maar omdat het twintig jaar na 1991 is, het jaar van de grootste successen, toen het de beste van de wereld was. Het jaar voor alles anders werd.

De shirts van de spelers zien er hetzelfde uit als die van het team dat in 1991 de Champions League en de wereldbeker voor clubteams won – met dikke brede verticale rode strepen. En ‘de Gele’ is terug: de blonde oud-speler Robert Prosinecki werd in december benoemd tot clubcoach.

Prosinecki (1969) was een van de sterren van de ‘gouden generatie’, het elftal van Rode Ster dat tussen 1987 en 1991 steeds beter op elkaar ingespeeld raakte en uitgerekend in de lente vóór het uiteenvallen van Joegoslavië zijn hoogtepunt bereikte met het winnen van de Europa Cup 1 en de wereldbeker.

Na de Balkanoorlog gold Prosinecki, die een Servische moeder en een Kroatische vader heeft, voortaan als Kroaat. Hij keerde via Real Madrid en FC Barcelona terug naar Zagreb, waar hij als tiener ook woonde en speelde. De man die op het WK in 1990 voor Joegoslavië scoorde, deed dat op het WK in 1998 namens Kroatië. De afgelopen jaren was hij assistent-bondscoach van het Kroatische elftal. In Belgrado, 350 kilometer verderop, waar zijn carrière echt begon, liet hij zijn gezicht nog maar zelden zien. Fans in de Servische hoofdstad dragen hem na dat hij bij de festiviteiten in 2001 – tien jaar na dato – schitterde door afwezigheid. ‘Robi’ had toen verplichtingen bij zijn toenmalige club Standard Luik.

Voor de aanstelling van een Kroatische trainer bij de Servische club moest toestemming worden gevraagd aan de fans. Die hebben bij Rode Ster traditioneel een sterke positie, en waren tot voor kort met twaalf man vertegenwoordigd in het clubbestuur. Reacties waren verdeeld, maar nostalgie won van nationalisme. Meer dan Kroaat is Prosinecki er een van Rode Ster, luidde de redernering.

Bij zijn terugkeer in het stadion was het net alsof die twintig jaar er niet waren geweest, vertelde Prosinecki eerder dit voorjaar na een ochtendtraining in de loungebar van het stadion. Hij heeft nog altijd een blonde stoppelbaard en rookt onrustig, alsof stil zitten moeite kost. „Bij de eerste wedstrijd als coach werd minutenlang mijn naam gescandeerd, zoals toen ik zelf speelde. Ik kwam hier voor het eerst als achttienjarige, een kind nog, om een contract te tekenen. Er is veel gebeurd in twintig jaar tijd, maar er is ook veel hetzelfde gebleven en de herinneringen zijn goed. Ik kom mensen tegen die ik twintig jaar niet gezien heb. Ik vind het geweldig dat ze me genomen hebben.”

Als trainer zal hij zich nog meer moeten bewijzen. Een paar maanden na zijn aanstelling is hij van legende steeds meer mens geworden. De Servische competitie met zijn arme clubs en bouwvallige stadions is niet te vergelijken met de Joegoslavische competitie waarin ploegen als Hajduk Split, Zelenicar Sarajevo, Dinamo Zagreb, Rode Ster Belgrado en Partizan Belgrado tegen elkaar speelden.

Bij zijn debuut als trainer van Rode Ster – dat dit seizoen als tweede zou eindigen met zes punten achterstand op aartsrivaal Partizan – won zijn ploeg in de competitie met 3-1 van FC Indjija. Maar het kostte moeite. Hoogstaand voetbal was er die avond niet te zien. De noordzijde, waar de fanatieke fans zitten, was stampvol, maar de overige tribunes grotendeels leeg. Het stadion dat twintig jaar geleden te klein was, is met 53.000 zitplaatsen al jaren vele maten te groot. De Joegoslavische topclub van weleer komt tegenwoordig uit tegen ploegen die destijds in de derde divisie speelden.

Prosinecki: „De emoties zijn totaal anders dan twintig jaar geleden. Als speler dacht ik aan niets anders dan de club en het spel. Nu denk ik ook na over hoe mensen me zien. Rode Ster wil resultaten. Ik ren daar niet voor weg, maar je kunt ze niet van de ene op de andere dag boeken. Partizan domineert al drie jaar.”

De logische vraag op de eerste persconferenties, of Prosinecki een rol voor zichzelf ziet als verzoener in de Balkan, verveelde hem al snel. Het juiste antwoord bestaat toch niet, wonden helen heeft tijd nodig. Géén politieke vragen meer, luidde daarna de eis van zijn persvoorlichter.

Wat ziet de trainer voor toekomst voor het voetbal in de regio? De term ‘Balkanliga’ geldt als omweg om naar een competitie zoals die in ex-Joegoslavië te vragen. „Op een dag kan dat misschien weer, maar het is nog te vroeg daarover te praten. Er zijn nog teveel herinneringen. Mensen hebben vrienden en familie verloren. Die emoties kun je niet weggooien. Er is veel veranderd. Mensen gaan op vakantie in Kroatië. Bij het waterpolo wordt een Balkanliga wel geprobeerd, maar bij voetbal heb je het over grote mensenmassa’s. Het zal tijd nodig hebben.”