Haatprediker Ba'asyir doet zijn werk ook vanuit de gevangenis

Hij geldt als de inspirator van Indonesische terroristen. Gisteren verdween Abu Bakar Ba’asyir daarom in de cel. Maar voor hoe lang? Vorige keren kwam hij snel vrij.

De Indonesische autoriteiten is het weer gelukt om Abu Bakar Ba’asyir op te sluiten. Gisteren kreeg de architect van het Indonesische terrorisme een celstraf van vijftien jaar voor het financieren van een trainingskamp voor militanten in Atjeh. Als hij die straf werkelijk uitzit, is de kans groot dat de haatprediker achter de tralies sterft. Maar Ba’asyir heeft al gezegd in hoger beroep te gaan. Een vorige keer werd hij de door de Hoge Raad vrijgesproken.

Sinds de dubbele bomaanslag op Bali in 2002, waarbij 202 doden vielen, probeert Indonesië Ba’asyir met wisselend succes achter de tralies te krijgen. Hij zou destijds de hoogste man van terreurorganisatie Jema’ah Islamiyah zijn geweest, maar dat kon nooit bewezen worden. Op zijn aanmoediging en advies zouden ook andere aanslagen zijn gepleegd. Bijvoorbeeld de bomaanslagen op kerken in Jakarta en zeven andere steden in Java en Sumatra op kerstavond 2000 en die op het Marriott hotel in Jakarta in 2003. Maar het lukte tot tweemaal toe niet om hem wegens terrorisme veroordeeld te krijgen en hij kwam slechts voor kleinere delicten vast te zitten.

Ba’asyir is vermoedelijk ook nooit degene geweest die zelf de bommen in elkaar zette of de zelfmoordvesten omgespte. Hij geldt meer als inspirator. Verschillende veroordeelde bommenleggers zaten op zijn islamitische kostschool Al-Mukmin in Solo, Centraal-Java. Dvd’s met zijn radicale preken tegen Amerika, Australië en de ‘ongelovige’ want niet islamitische Indonesische regering zijn een hit bij de radicale jeugd.

Daarom is het twijfelachtig of zijn veroordeling Indonesië veiliger maakt. Dit keer is bewezen dat Ba’asyir bij minstens twee donoren zo’n 29.000 euro ophaalde om een militair trainingskamp voor aspirant-terroristen op te zetten in Atjeh. Tientallen mannen oefenden daar met mitrailleurs en explosieven voor aanslagen op buitenlanders, afgezanten van de regering en gematigde Indonesische moslims. Een onderneming van groot formaat en met uitzonderlijk hoge kosten, volgens terreurexpert Sidney Jones van denktank International Crisis Group. Maar de operatie werd nooit uitgevoerd: de politie greep in februari 2010 in.

Jones wijst op alle zaken waarmee Ba’asyir niet rechtstreeks in verband gebracht kan worden. Zoals de zogeheten ‘boekenbommen’ die dit voorjaar werden gestuurd naar drie liberale moslims en een voormalig lid van de antiterreureenheid van de politie. Of de bom die begin april werd gevonden in de buurt van een kathedraal in Jakarta. Of bij aanslag op de drie politieagenten die vorig jaar werden neergeschoten door schutters in Noord-Sumatra.

Er is ook geen bewijs dat Ba’asyir iets te maken heeft met de bomaanslag in april op de gebedsruimte van het politiebureau in het West-Javaanse Cirebon. Een zelfmoordterrorist voegde zich toen bij de biddende agenten en blies zichzelf op. Alleen hijzelf kwam om, maar verschillende politiemannen raakten gewond.

„We hebben te maken met een heleboel kleine groepjes die terroristische activiteiten uitvoeren en financiering daarvoor vinden zonder de aanwijzingen van Ba’asyir. Als hij opgesloten zit, zijn ze nog steeds in staat om dat te doen”, zegt Jones.

Het Indonesische terrorisme is de laatste jaren veranderd, zowel wat betreft daders als doelwitten. De aan al-Qaeda gelieerde terreurorganisatie Jema’ah Islamiyah is grotendeels ontmanteld en heeft al jaren geen grote aanslagen opgeëist. In plaats daarvan blijken gewelddadige extremisten samen te werken in ad hoc groepjes met uiteenlopende achtergronden. Daarbij zijn buitenlandse symbolen niet langer het voornaamste doelwit. Aan het begin van vorig decennium richtten terroristen zich op dure Amerikaanse hotels, bars waar veel toeristen kwamen of de ambassades van Australië en Amerika. De laatste tijd zijn vaak politieagenten het slachtoffer, zoals bij de bomaanslag in Cirebon. Dit als vergelding voor de tientallen terroristen die de politie de afgelopen jaren tijdens arrestaties heeft doodgeschoten.

Ba’asyir blijft ook voor deze nieuwe lichting terroristen een inspiratiebron. Twee van de doelwitten van boekenbommen bleek hij kort daarvoor te hebben genoemd in zijn radicale preken als ‘vijanden van de islam’. Tegen deze krant zei Ba’asyir in 2009 dat liberale moslims nog verwerpelijker zijn dan ‘ongelovigen’. „De zogenaamde gematigde islam is een kapotte islam. Een islam die compromissen sluit is haram, zondig. Dat is erger dan ongelovig zijn. Een kafir kun je zien, maar een liberale moslim is een musang (een soort civetkat, red.) die zich tooit met kippenveren.”

„Het probleem is dat Ba’asyir ook vanachter de tralies een bron van inspiratie kan zijn”, zegt Jones. Ten eerste blijven zijn voordrachten overal te vinden, van dvd’s tot You Tube. En daarbij zijn Indonesische gevangenissen berucht om de ruimte die terreurgevangenen – tegen betaling – krijgen om volgelingen te ontvangen, medegevangenen te radicaliseren en hun gedachtengoed te blijven verspreiden.