Griekse crisis brengt het ondenkbare dichterbij

Beleggers beginnen rekening te houden met het ondenkbare in Europa. De afgelopen maanden zijn de markten er steeds van uit gegaan dat de problemen van de eurozone beperkt zouden kunnen blijven tot de probleemrand. Maar de onrust in Griekenland doet de vrees toenemen dat het land zal afglijden naar een chaotisch staatsbankroet. De gevolgen zouden rampzalig zijn.

De politieke crisis in Griekenland, samen met de gewelddadige protesten in Athene, roept de vraag op of het land bereid is om de hervormingen te accepteren die nodig zijn om een nieuwe steunoperatie van de Europese Unie en het Internationale Monetaire Fonds zeker te stellen. Als een compromis uitblijft, zou het land straks wel eens niet in staat kunnen zijn om aan zijn verplichtingen te voldoen.

De gevolgen van een Grieks staatsbankroet – in plaats van een uitstel van de betalingstermijn van de Griekse schulden of een vrijwillige verlenging van de looptijd daarvan door de crediteuren – zouden ernstig zijn. De banken zouden zich gedwongen zien de waarde van hun Griekse staatsobligaties af te waarderen. Daardoor zouden de Griekse banken grote verliezen lijden en vermoedelijk eveneens failliet gaan. De depositohouders zouden wegvluchten.

Bovendien zou het besmettingsrisico ertoe leiden dat beleggers de obligaties van andere Europese landen gaan dumpen. Dit zou vooral schadelijk zijn voor Spanje, dat er weliswaar in is geslaagd zichzelf los te maken van de periferie, maar nog steeds kampt met trage groei en zwakke banken. Kredietverstrekkers uit de eurozone die grote belangen hebben in de periferie zouden onder druk komen te staan. Sommige instellingen kunnen failliet gaan of zullen moeten worden gered.

Tenslotte zou de Europese Centrale Bank het zwaar krijgen. Een Grieks staatsbankroet zou de waarde van haar bezittingen aan Griekse staatsobligaties fors doen dalen. Ook bankfaillissementen zouden er toe leiden dat de ECB blijft zitten met stevig afgewaarde obligaties die zij bij haar kredietverstrekking heeft aanvaard als onderpand. De bank zou dan zelf om steun moeten bedelen bij de regeringen van de eurozone.

Dit doemscenario ligt nog ver weg. Het is in het belang van de EU, het IMF en de ECB – en van de Grieken zelf – om een compromis te sluiten. Het IMF zou bereid zijn de volgende tranche van het steungeld voor Griekenland uit te keren nog vóórdat er afspraken zijn gemaakt over een nieuwe reddingsoperatie. Dat zou de eurozone wat tijd geven om overeenstemming te bereiken.

Maar beleggers zien nu wel in dat de markten rekening moeten houden met een mogelijk catastrofale gebeurtenis. Een Grieks staatsbankroet en de crisis die daaruit zou voortvloeien zijn nog steeds onwaarschijnlijk. Maar ze zijn minder onwaarschijnlijk dan een tijdje geleden.

Peter Thal Larsen

Vertaling Menno Grootveld