Goldman Sachs onder vuur door rommelhypotheken

Sinds de verschijning in april van het Senaatsrapport over de oorzaken van de kredietcrisis woedt op Wall Street een debat over zakenbank Goldman Sachs.

Goldman Sachs heeft het moeilijk. De koers van de succesvolle Amerikaanse zakenbank heeft sinds het begin van dit jaar bijna een kwart van zijn waarde verloren. En begin deze week meldde de New York Times dat er ontslagen vallen bij Goldman.

De problemen van de bank komen direct voor uit een onderzoek naar de gang van zaken op de Amerikaanse hypotheekmarkt tijdens de kredietcrisis. „Goldman Sachs profiteerde van het instorten van de hypothekenmarkt en bedreef verontrustende en soms misbruikende praktijken die naar meerdere belangenverstrengelingen rieken”, luidde een van de conclusies van het op 13 april verschenen rapport van de Senaat over de oorzaken van de financiële crisis. De zakenbank zou dit hebben gedaan door vlak voordat de huizenmarkt instortte geavanceerde hypotheekproducten ( collateralized debt obligations, of(CDO’s) te ontwerpen, adverteren en verkopen. En dat terwijl ze tegelijkertijd erop wedde dat deze CDO’s in waarde zouden dalen.

Hoewel het Senaatsrapport ook kritiek uitte op andere financiële instellingen, kreeg vooral Goldman Sachs ervan langs. „Ons onderzoek trof een financiële slangenkuil aan, vol hebzucht, belangenverstrengeling en misstanden”, zei bijvoorbeeld de Democratische senator Carl Levin tijdens de rapportpresentatie over de bank.

Sindsdien is Goldman een tegenoffensief begonnen, onder meer door ‘opiniemakers’ in de financiële sector inzage te geven in documenten die moeten aantonen dat het Senaatsrapport de grootte overdreef van de investeringen (een zogehetern short-positie) waarmee werd gespeculeerd op een daling van de Amerikaanse huizenmarkt. Daarmee wil Goldman volgens bankanalisten vooral Levins beschuldiging weerleggen dat de bank „zowel haar cliënten als het Congres heeft misleid.” Met die woorden verwees Levin naar een Senaathoorzitting in april 2010, toen Goldman-bestuurders dergelijke praktijken stellig ontkenden. Bestuursvoorzitter Lloyd Blankfein getuigde destijds onder ede: “We hadden geen massieve short tegen de huizenmarkt.”

Inmiddels heeft Goldman in de publieke arena enkele steunbetuigingen mogen ontvangen. Zo nam Andrew Ross Sorkin, auteur van het boek Too big to fail, het begin juni voor de zakenbank op in zijn New York Times-column. De Senaatscommissie was wel erg slordig geweest met de cijfers, stelde Ross Sorkin, bijvoorbeeld door als netto-inkomsten over 2007 een bedrag van 11,6 miljard dollar te rapporteren, terwijl dit 45,98 miljard was. „Dat is een groot verschil”, constateerde Ross Sorkin, waarmee ten onrechte de indruk was gewekt dat Goldman zijn winst dat jaar grotendeels aan de short op de huizenmarkt dankte.

Daar komt bij dat Goldman in 2007 naar eigen opgave per saldo minder dan 500 miljoen dollar verdiende op hypotheekproducten, vervolgde Ross Sorkin. ,,Met andere woorden, terwijl het ene deel van de hypotheekafdeling short ging, ging het andere deel long.” Krachtens die redenatie had Blankfein met zijn bewering geen massieve short te zijn aangegaan niet tegen het Congres gelogen, aldus Ross Sorkin: ,,Ik bedoel niet dat de firma niet short ging – dat deed ze wel en dat heeft ze ook herhaaldelijk erkend. Maar dat wil nog niet zeggen dat de short het gevolg was van een breed directief van de firma om te profiteren van het instorten van de huizenmarkt.”

De controverse rond Goldman leidde vorige week zowaar tot een polemiek tussen Richard Bove, een vooraanstaande analist bij Rochdale Research, en William Cohan, schrijver van Money and power: How Goldman Sachs came to rule the world. Bove, die na verschijning van het Senaatsrapport zijn cliënten adviseerde om aandelen Goldman Sachs te verkopen, draaide afgelopen vrijdag opeens bij. Nu adviseerde hij zijn clientèle om de aandelen vast te houden, onder de toevoeging dat de zakenbank een ,,verschrikkelijk onrecht” was aangedaan. Goldman „had helemaal geen grote shortpositie op de huizenmarkt.” Dat verleidde Cohan ertoe om in een uitzending van Bloomberg TV te suggereren dat Bove beïnvloed was door het recente pr-offensief van Goldman. Cohan hield vervolgens vol dat Goldman wel degelijk een enorme weddenschap tegen de huizenprijzen had gemaakt: ,,Dat is hoe ze in 2007 17,2 miljard dollar verdienden”, zei hij.

De grootte van Goldmans shortpositie is echter niet relevant, stelt Jesse Eisinger van ProPublica, een non-profit die onderzoeksjournalistiek financiert. Ook het feit dat de bank wedde tegen de hypothekenmarkt ziet hij niet als een probleem, zelfs niet wanneer een bank, zoals Goldman deed, tegen zichzelf wedt. „Daar is niets mis mee”, schreef Eisinger. „Willen we niet juist dat banken hun risico’s verkleinen als ze problemen in de markt zien?”

Het probleem met Goldmans gedrag tijdens de crisis was de manier waarop het dit deed. „Daarmee perverteerde de bank de markt, in plaats van deze te corrigeren.” Ter illustratie haalt Eisinger het product ‘Hudson Mezzanine’ aan, een CDO ter waarde van 2 miljard dollar, die Goldman in 2006 creëerde. In promotiemateriaal prees Goldman dit project aan terwijl de bank tegelijkertijd in stilte speculeerde op een koersval van hetzelfde project.

Met deze handelswijze bracht Goldman de kapitaalmarkten grote schade toe, stelt Eisinger. ,,Toen het inzag dat de huizenmarkt zou instorten, had de bank kunnen besluiten de hypotheekproducten die ze bezat te verkopen.

Goldman deed echter het tegenovergestelde: het creëerde nog meer hypotheekproducten en wedde daar vervolgens zelf tegen. „Goldman-bestuurders hopen natuurlijk de aandacht voor dergelijke acties te verleggen naar een discussie over de hoogte van hun shorts”, besluit Eisinger. „Dat moeten we niet laten gebeuren.”