Een glimp van een beschaving

Na negentig jaar is het ‘Mesopotamische woordenboek’ voltooid. Het telt Engelstalige beschrijvingen van 28.000 woorden uit het Akkadisch, de taal van het spijkerschrift. Een reisgids naar een verloren tijd.

Wekenlang verbleef de Amerikaanse taalkundige Martha Roth soms in de bibliotheken van het Louvre en van het British Museum, met voor haar op tafel tientallen kleitabletten met spijkerschrift: versteende stemmen van een beschaving die 4.500 jaar geleden tot bloei kwam in Mesopotamië, het huidige Irak. Op de tabletten zocht ze naar de betekenis en het gebruik van een woord, en van nog een woord, en dan van weer een.

„Tijdens dat werk kwam ik naar mijn gevoel steeds dichter bij de mensen die zo lang geleden leefden”, vertelt Roth. „Dat had ik vooral bij een dorpje waar maar enkele families hadden gewoond. Ik las over hun burenruzies, geboortes, huwelijken en echtscheidingen – van generatie op generatie. Hun levens werden even spannend als die van de personages in een tv-saga.”

Martha Roth is hoofdredacteur van de Chicago Assyrian Dictionary (CAD), ook wel het ‘Mesopotamisch woordenboek’ genoemd. Tientallen wetenschappers hebben in 90 jaar tijd anderhalf miljoen kleitabletten bestudeerd. Onlangs presenteerde de University of Chicago het laatste deel. Het nu voltooide naslagwerk telt 21 delen met Engelstalige beschrijvingen van 28.000 woorden uit het Akkadisch, de taal van het spijkerschrift, die in de vroege oudheid net zo belangrijk was als het Engels nu. Assyrisch, de oude benaming, geldt tegenwoordig als een dialect van het Akkadisch.

„Archeologen kunnen met dit woordenboek in de hand bij wijze van spreken hun vondsten al bekijken bij de opgravingen”, zegt Roth. Assyriologen gebruiken de eerder verschenen afleveringen bijna dagelijks, zegt Wilfred van Soldt, hoogleraar assyriologie aan de Universiteit van Leiden: „Het woordenboek zit heel goed in elkaar. De woorden zijn niet alleen ingedeeld op de beginletters, maar ook op perioden en genres. Daardoor kun je binnen enkele minuten een woord vinden, mét een uitgebreide beschrijving van de manieren waarop het werd gebruikt.”

Zo zijn aan het woord ‘umu’ (dag) 17 pagina’s gewijd, met onder meer voorbeelden van het gebruik in het Gilgamesj-epos. Het oudste geschreven verhaal ter wereld maakt bijvoorbeeld gewag van degenen die „heersten over het land in de dagen van het verleden”. Roth zegt: „Umu betekent niet alleen ‘dag’, maar verwijst ook naar periodes in het verleden of juist in de toekomst. Het werd op veel plekken in het Midden-Oosten net een beetje anders gebruikt.”

Dergelijke beschrijvingen maken het woordenboek tot een gids voor een beschaving die behalve door Gilgamesj vooral bekend is door de hangende tuinen van Babylon, de Isjtar Poort en de Codex Hammoerabi, een van de oudste wetboeken ter wereld: „Buiten deze voorbeelden kun je in het boek nog zoveel meer ontdekken: prachtige poëzie, hoogontwikkelde wetten, noem maar op. We hebben nog maar een glimp gezien van deze beschaving.”

De Mesopotamische beschaving werd gevormd in het stroomgebied van de rivieren Eufraat en Tigris en begon 25 eeuwen voor Christus aan een lange bloeiperiode. Soemeriërs, Babyloniërs en Assyriërs blonken uit in techniek (irrigatie, glas, wiel) en handel. Kroon op de beschaving was het spijkerschrift, dat aanvankelijk bestond uit vereenvoudigde pictogrammen maar na eeuwen werd ontwikkeld tot een klankschrift – een revolutie in het schrijven. Het spijkerschrift verspreidde zich tot ver buiten Mesopotamië. „De Egyptische farao stuurde een brief in het Akkadisch aan de koning van de Hittieten in Turkije”, zegt Van Soldt.

De tekens werden met rietstengels gekerfd in plakjes klei die werden gedroogd. Veel kleitabletten werden hard – in het warme woestijnzand en tijdens branden – en bleven zo bewaard: brieven, contracten, wetten en voorschriften, literaire teksten, magische bezweringen en veel administratie. Van Soldt: „Er waren ook scholen waar schrijvers het vak leerden en moesten oefenen met literaire teksten. Sommige van de woordenlijsten zijn bewaard gebleven.”

Veel teksten zijn ‘saai’, zegt Matthew Stolper, hoogleraar aan de University van Chicago, die vijftien jaar aan het woordenboek meewerkte. „Maar tegelijkertijd opwindend, want met een tablet in je hand sta je rechtstreeks in contact met degene die hem beschreef. Dat is niet zo bij klassieke Latijnse en Griekse teksten, die we alleen in kopie hebben.” De Grieken en Romeinen bewonderden de Mesopotamiërs, zegt Stolper: „Maar ze konden de teksten in spijkerschrift niet lezen. Wij gelukkig wel.”

Want aan het eind van de negentiende eeuw was het spijkerschrift ontcijferd. De University of Chicago begon in 1921 met wat de Chicago Assyrian Dictionary zou worden. Na decennia van verzamelen werd pas in 1957 het eerste deel gepubliceerd. In de jaren erna ontwikkelde de assyrioloog Erica Reiner zich tot een legendarische figuur, die zich tot haar dood in 2005 wijdde aan het boek. „Reiner was een groot geleerde, maar een allesbehalve makkelijke persoonlijkheid”, vertelt Van Soldt. Onder haar leiding werkte Van Soldt in 1989 een half jaar aan de letter ‘t’ en deelde in Chicago een kamer met een Duitse hoogleraar. „Soms kwam zij de werkkamer binnenlopen, kwakte wat je had gedaan op tafel en riep dan: ‘Ik begrijp dit niet! Leg het eens uit.’ We waren echt geïntimideerd.”

Het schrijven van lemma’s was ook niet eenvoudig, zegt Van Soldt: „In het Akkadisch is de variatie in de betekenissen van sommige woorden groot, net als in het Nederlands. Ons ‘gaan’ kan letterlijk ‘gaan’ betekenen maar kan ook worden gebruikt in de zin dat het slecht gaat met iemand. In het Akkadisch heb je bijvoorbeeld ‘hulp gaan’ voor ‘te hulp komen’ en ‘ruïne gaan’ voor ‘in elkaar zakken’. En dan heb je nog de verschillen tussen de dialecten.”

Het lastigst waren de partikels, vertelt Roth: „Woorden als ‘niet’, ‘en’ of ‘als’, omdat die op zoveel verschillende manieren gebruikt kunnen worden. Zelfstandige naamwoorden met een specifieke betekenis en veel werkwoorden zijn dan een stuk makkelijker. Een tafel kan drie of vier poten hebben, het is en blijft een tafel.”

In de decennia dat het woordenboek werd gemaakt, kwamen uit opgravingen steeds nieuwe tabletten tevoorschijn. Die gaven veel extra informatie, maar zorgden ook voor complicaties. Zo doken in Ebla, een historische stad in Syrië, heel oude tabletten op die waren geschreven in een sterk afwijkend dialect. „Uiteindelijk hebben we besloten om die tabletten alleen te gebruiken om woorden te vergelijken”, zegt Roth.

Het woordenboek komt in pdf-bestanden beschikbaar op de website van de universiteit van Chicago. „Aan wetenschappers is het vervolgens de taak om de daarin vervatte kennis te populariseren”, zegt Van Soldt: „Gelukkig groeit op scholen voor voortgezet onderwijs de interesse voor Mesopotamië.”

Dat moet ook, vindt Stolper, want volgens hem bestaat vooral sinds september 2001 in West-Europa en de Verenigde Staten het misplaatste idee dat het Midden-Oosten zo anders is. „Maar west en oost vormen één grote beschaving. Onze telling van zestig minuten in het uur komt van de Soemeriërs, al onze talen dragen in hun schrift het Akkadisch met zich mee.”

Karel Berkhout