Dromen van een Turks winkeltje in vinexwijk

Waar winden stedelingen zich over op? In de Utrechtse vinexwijk Leidsche Rijn is het lastig om je te verplaatsen. Vooral met een kinderwagen in de bus.

De uitnodiging was veelbelovend. Kom naar onze vinexwijk Leidsche Rijn en ervaar wat het is om hier te wonen, en aan het einde van deze „eendaagse studiereis” met recht te kunnen zeggen: „Ich bin ein vinexvrouwtje of vinexmannetje.”

De invitatie kwam van wijkbewoner en lokaal columniste Marieke Dubbelman. Ze noemt zich „het vinexvrouwtje”. Zij „kwebbelt, snijdt zelf friet en voldoet volledig aan het profiel van een gemiddelde nieuwbouwvrouw op een moederfiets in een legging, een rokje en loopt stiekem in huis op bontjescrocs”, schrijft ze over zichzelf.

Het idee is ontstaan na de commotie over een „snoepreisje” dat de gemeente onlangs maakte naar nieuwbouwwijken in het Zwitserse Zürich. Kon de gemeente niet even goed en veel goedkoper naar Leidsche Rijn? Het is hier best goed wonen, vinden de meeste bewoners. Dat we in Nederland saai bouwen, zoals minister Schultz deze week zei, nemen ze voor kennisgeving aan. De bouw is best gevarieerd. Wel laat vooral de „sociale cohesie” te wensen over. Deze middag moet enkele gebreken aan het licht brengen.

Dertig ambtenaren, raadsleden en projectontwikkelaars zijn op de „vinexperience” afgekomen. Ook wethouder Harrie Bosch (PvdA) , verantwoordelijk voor dit stadsdeel waar over ruim tien jaar negentigduizend mensen wonen. Een groepje vertrekt voor het onderdeel Renjerottussendeschooldependancesendaarnaboodschappendoenexperience. We worden aangespoord aan te sluiten bij de metdekinderwagenindebusexperience. Van deze wijk, Terwijde, naar de wijk Veldhuizen, enkele kilometers verderop. Samen met wethouder Bosch en raadslid Tim Schipper (SP) en een kinderwagen met pop.

Een leerzame tocht. In het bushokje spreekt de wethouder enkele wachtenden aan. Hoe het is om hier te wonen als nog niet alle voorzieningen op peil zijn? Als er minder bussen zijn dan u misschien zou willen? „Nou lijn 19 is een avontuur, hoor”, is het antwoord. „Soms komt-ie wel en soms komt-ie niet.”

Na een kwartier wachten stappen we in. Wat de passagiers zoal van hun woonomgeving vinden? „Op zichzelf prima.” Lekker dicht bij het centrum van Utrecht. Wel jammer dat er nog geen zicht is op een winkelcentrum in de buurt. „We hebben problemen met de onteigening van een boerderij”, zegt de wethouder. Jammer ook dat er geen cafés zijn. „En geen Turkse of Marokkaanse winkeltjes.” Een hammam zou ook welkom zijn, „zo’n badhuis waar je met vrouwen onder elkaar bent”. Verder weinig klachten.

Wethouder Bosch is gelukkig niet te beroerd om zelf wat minpuntjes te noemen. Het gebrek aan schoollokalen bijvoorbeeld. „Het aantal kinderen is hier heel hard gegaan.” En de wegen en de busbanen. „Het verkeer tussen de wijken is goed ontsloten, maar binnen de wijken is het vaak lastig rijden.” Aangekomen in Veldhuizen blijkt de bushalte niet aan te sluiten op een stoep, maar alleen op een breed fietspad. Het gezelschapje wordt gewaarschuwd door toeterende scooters en een fietsende moeder die lollig „tingeling!” roept.

In een gezondheidscentrum krijgen de wethouder, twee raadsleden en een projectontwikkelaar uitleg over een onderzoek naar kinderen met luchtwegklachten. Niet dat meer kinderen in Leidsche Rijn dan elders daar last van hebben, vertelt arts-onderzoeker Anne van der Gugten. Integendeel eigenlijk. „Hier wonen relatief veel hoogopgeleide mensen en mensen die weinig roken.” Ook zijn hier geen scholen langs drukke wegen. „Maar straks komt er een school op ruim driehonderd meter van de tunnel in de snelweg A2”, zegt voorzitter Xander Coolen van de wijkraad Leidsche Rijn na afloop.

Terug de bus in. De buschauffeur roept opgewonden dat de kinderwagens op een verkeerde plaats in de bus staat opgesteld. Hier dan? Nee, daar. Hier? Nee daar. Het lijkt wel ruzie. Raadslid Gilbert Isabella (PvdA) schiet in de lach. „Ik móét nu even twitteren.”

Bijna terug bij de „authentieke vinexwoning” van Marieke Dubbelman. Wethouder Bosch stelt vast dat het eigenlijk best goed gaat in Leidsche Rijn. Nu maar hopen dat de economische crisis niet nog enkele jaren duurt. „Over de financiën maak ik me het meeste zorgen”, zegt SP-raadslid Schipper. Daar staat het vinexvrouwtje al weer te wachten, met drank en hapjes. Nu maar hopen dat de deelnemers aan de middag hun kennis gaan toepassen. „Laten we bijvoorbeeld hopen dat de gemeente wat soepeler met allerlei regels omspringt.” Zodat er een bar komt, en een bioscoop, en een theater. „Zodat het hier nóg sneller nóg fijner wordt.”

Arjen Schreuder