CPB: kabinetsplan drijft kosten van zorg op

De plannen van het kabinet om de langdurige zorg te hervormen, leiden tot onvoorziene kostenstijgingen. Die waarschuwing uitte Paul Besseling, zorgspecialist van het Centraal Planbureau (CPB), gisteren in de Tweede Kamer. Hij noemde stijging van de zorgkosten een veel groter probleem dan de betaalbaarheid van de oudedagsvoorziening AOW.

Het kabinet wil de kosten van de langdurige zorg voor ouderen, gehandicapten en geesteszieken beperken. Zorginstellingen die onder de verzekering voor langdurige zorg vallen – de AWBZ – worden niet langer betaald voor het aantal bedden dat zij hebben, maar op basis van het aantal mensen dat zij helpen en de ernst van hun klachten. „Dit heeft een aanzuigende werking, want hoe meer cliënten instellingen binnenhalen, hoe meer geld zij krijgen”, zei Besseling tijdens een hoorzitting over de kabinetsplannen.

Besseling vreest voor ongewenste effecten. Zorgverleners mogen straks zelf beoordelen of mensen recht hebben op zorg. Ook zij krijgen er dus financieel belang bij om zo veel mogelijk mensen dure zorg te bieden. Zorgverzekeraars krijgen straks meer geld als veel van hun verzekerden worden aangemerkt als patiënt met een grote zorgbehoefte. „Dat gaat echt de verkeerde kant op”, licht Besseling toe, die stelt dat het kostenprobleem van de zorg onderschat wordt. „Zelfs met de meest conservatieve ramingen is de kostenstijging in de zorg een groter probleem dan de kostenstijging van de AOW.”

Het CPB zei ook de onderbouwing van de 900 miljoen euro aan bezuinigingen op het persoonsgebonden budget (pgb) „nog niet te hebben gezien”. Met een persoonsgebonden budget kunnen patiënten zelf zorg inkopen. De belangenorganisatie van pgb-houders, Per Saldo, berekende dat de ingreep in het pgb tot 650 miljoen euro extra kosten leidt. Expert Clarie Ramakers, verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen, noemde dat gisteren aannemelijk. Ook zorgverzekeraars vinden de pgb-bezuinigingen te ver gaan.