CJP zoekt alternatief geld voor cultuurkaart

Ruim 40 procent van de scholen in het voortgezet onderwijs wil de vrijwillige ouderbijdrage verhogen om daarvan culturele activiteiten te betalen nu het kabinet de cultuurkaart voor scholieren wil afschaffen. Tweederde van de ouders is echter niet van plan hiervoor een hogere eigen bijdrage te betalen.

Dit blijkt uit onderzoek dat TNS NIPO deed voor de stichting CJP, die de regeling rondom de cultuurkaart uitvoert. Op de kaart, gebruikt door bijna 1 miljoen scholieren, staat een tegoed van 15 euro.

Slechts 3 procent van de schooldirecties verwacht de activiteiten die nu nog met de kaart worden betaald volledig uit hun eigen budget te kunnen financieren. Een kwart wil zelf geen geld vrijmaken.

De scholen zijn voor het vak CKV (bovenbouw vmbo, havo en vwo) verplicht om culturele activiteiten, zoals theater- en museumbezoek, te ondernemen. Zo’n driekwart van het geld op cultuurkaart wordt daaraan besteed. De scholen willen het wegvallen van de rijkssubsidie compenseren door de vrijwillige ouderbijdrage te verhogen en sponsors te zoeken. De meeste ouders zijn hier echter tegen. Scholen kunnen het ook niet eisen, want de ouderbijdrage is vrijwillig. Bovendien mag het geld niet gaan naar activiteiten die verplicht bij de lessen horen.

Walter Groenen, de directeur van CJP, heeft gisteren een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin hij waarschuwt dat de afschaffing vooral nadelige gevolgen zal hebben voor vmbo-leerlingen en leerlingen die op het platteland wonen. „Uit het onderzoek blijkt dat ouders van vmbo-leerlingen minder culturele activiteiten ondernemen met hun kinderen. Hetzelfde geldt voor kinderen die opgroeien op het platteland. Ik pleit voor een ‘bijpasregeling’: als scholen per leerling 10 euro besteden aan cultuureducatie, wordt er 5 euro bijgelegd uit een Fonds voor Cultuureducatie. Ik zie goede kansen om zo’n fonds op te zetten.”