Birma: 10.000 op de vlucht na geweld

Ruim tienduizend Birmezen van de etnische Kachin-minderheid zijn hun huis in het noorden van het land ontvlucht na geweld tussen het regeringsleger en het rebellenleger van de Kachin. Zij bivakkeren nu in dorpen langs de grens met China, die onder controle staan van het rebellenleger, melden media van Kachin in ballingschap.

De gevechten braken een week geleden uit, nadat de regering de rebellen wilde verwijderen van een plek waar een Chinees bedrijf twee waterkrachtcentrales bouwt. Sindsdien zouden minstens vier rebellen en zestien militairen zijn gedood. Kachin-rebellen zeggen zes bruggen te hebben verwoest om de opmars van het leger te stoppen.

China heeft aangegeven zich zorgen te maken over de recente gewelddadigheden en roept de partijen op te stoppen met vechten. Dertig Chinese medewerkers van de waterkrachtcentrale konden tijdelijk niet naar China terugkeren, maar hebben inmiddels wel toestemming gekregen na onderhandelingen tussen China, de rebellen en het leger.

De gevechten laten zien hoe het grensgebied van Birma is gedestabiliseerd, sinds de verkiezingen van vorig jaar. Het Kachin Onafhankelijkheids Leger (KIA) is slechts één van de tientallen rebellenlegers die een twintig jaar oude wapenstilstand met het leger van Birma hebben opgezegd. Dat gebeurde nadat de Birmese regering hen in de aanloop naar de verkiezingen dwong om zich bij het Birmese leger aan te sluiten als grenswachten. Een aantal van de rebellenlegers is daarop ingegaan, maar andere pakten de wapens weer op. Ook zijn enkele rebellenlegers gesplitst, waarbij delen zich bij het Birmese leger hebben aangesloten en een andere delen door vechten.

In 2009 braken de grootste gevechten uit tot nu toe, tussen het Birmese leger en het rebellenleger van de Kokang. Naar schatting 30.000 bewoners vluchtten toen de grens met China over.