Van Bijsterveldt neemt fusievoorstel omroepen over

Het Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum. Foto NRC / Rien Zilvold

Hoe meer leden, hoe meer geld. Dat wordt vanaf 2016 de financiële basis van het omroepbestel. Omroepen die fuseren krijgen budget en zendtijd op basis van het volledige aantal leden, heeft minister Van Bijsterveldt vanmiddag bekendgemaakt.

Nu geldt nog een maximum van 400.000. Omroepen met pakweg 400.001 leden krijgen op dit moment net zo veel als omroepen met 600.000. Dat maakte het tot op heden ongunstig om te fuseren. De minister neemt die hobbel nu weg.

Van Bijsterveldt onderschrijft zoals verwacht het voorstel van de omroepen. Zes grote omroepen gaan samen vanaf 2016: AVRO en TROS, BNN en VARA en KRO en NCRV. De kleinere EO, MAX en VPRO blijven zelfstandig. NOS en NTR, de taakorganisaties zonder leden, maken het bestel compleet.

Voorwaarden aan Powned en WNL

De aspirant-omroepen Powned en WNL mogen blijven onder een aantal voorwaarden. Ze moeten in 2014 minstens 150.000 leden hebben. Hun toegevoegde waarde moet zijn bewezen. En zij moeten zich aansluiten bij een van de acht omroepen.

“Als we aan de versnippering in Hilversum een einde maken, kunnen we fors bezuinigen en de hoge kwaliteit houden, die we van de publieke omroep gewend zijn”, aldus Van Bijsterveldt, die in de brief aan de Tweede Kamer vandaag haar uitwerking van het regeerakkoord op mediagebied presenteert.

In het regeerakkoord staat een bezuiniging van 200 miljoen euro op de mediabegroting. Daarvan komt ruim 125 miljoen voor rekening van de publieke omroep; de overige bezuinigingen worden opgebracht door onder meer de Wereldomroep en het Muziekcentrum van de Omroep.

Andere maatregelen zijn onder meer: de landelijke en regionale omroepen moeten integreren; het aantal websites van de publieke omroep wordt drastisch beperkt tot sites met een directe link naar een radio- of tv-programma; en de programmagegevens komen vrij. Tegen een bedrag van 1,95 eurocent per gids mogen commerciële media een omroepblad gaan maken.