Adils strafblad lag bij de buren

Vriendendienst? Burenhulp? Beschadiging van de rechterlijke macht, vindt justitie. In Den Bosch stonden een officier van justitie en een rechter terecht.

Charlotte is 23 en heeft een beginnend buikje. In de rechtszaal zit ze naast Adil K., de Turks-Koerdische man van wie ze zwanger is. Ze kussen elkaar. Volgens haar ouders is hij een loverboy die hun dochter in zijn greep heeft. Hij zou haar afhankelijk hebben gemaakt van cocaïne.

Maar Adil zat gisteren niet als verdachte in de beklaagdenbank in de rechtszaal in Den Bosch. Daar zaten twee magistraten uit Zwolle: rechter-commissaris Halbert S. en officier van justitie Karel de V., die gespecialiseerd is in mensenhandelzaken. Ze worden verdacht van schending van hun ambtsgeheim.

S. en De V. hadden beroepsmatig veel contact met elkaar. De rechter-commissaris controleert het werk van een officier tijdens een onderzoek.

Ze „draaiden” verschillende grote onderzoeken samen, vertelt de V. Ze hadden vrijwel dagelijks contact en leidden „soms bij nacht en ontij” doorzoekingen. Maar ze hebben ook een gewoon leven, met echtgenoten, kinderen en buren.

En de buren van de rechter-commissaris hadden zorgen, bleek toen ze in december 2010 op bezoek waren bij hem en diens echtgenote. Het buurmeisje, de toen 22-jarige Charlotte, was verliefd geworden op de meer dan tien jaar oudere Adil. Haar ouders vertrouwden het niet. Ze zou meer dan 10.000 euro aan hem hebben geleend of gegeven, die bestemd was voor de pilotenopleiding die Charlotte in Engeland zou gaan volgen. Die opleiding wilde ze ineens niet meer doen. Het riekte, vonden de ouders, naar loverboypraktijken.

Dat vond rechter-commissaris Halbert S. ook toen zijn buren hun zorgen met hem hadden gedeeld. Hij legde contact met de officier van justitie die in Zwolle mensenhandelzaken doet. Hij zou hem hebben willen vragen of die geen tips had, of een naam van een hulpverleningsinstantie voor slachtoffers van loverboys.

Op de zitting verklaarde officier De V. gisteren dat hij dat gesprek had opgevat als een aanwijzing, een tip, over een mensenhandelzaak. Hij vond het vanzelfsprekend die „op te pakken”. Hij liet een rechercheur uitzoeken of de zaak, die in Den Haag speelde, wel „met prioriteit” was aangepakt. Toen dat zo leek te zijn, mailde hij in januari de rechter-commissaris. „Hoi Halbert. Eerst het slechte nieuws. A.K. is een zware jongen die vuurgevaarlijk is.” Het goede nieuws was volgens De V. dat serieus onderzoek zou worden gedaan, daar in Den Haag. Dat onderzoek, bleek gisteren op de zitting, was overigens al in december 2010 doodgebloed.

In het informeel getoonzette mailtje van de ene magistraat aan de andere zat nog iets anders: delen uit K.’s strafblad. Hij is veroordeeld voor diefstal, poging tot doodslag, geweld en afpersing.

Enkele dagen later werd rechter-commissaris S. op zijn werk gebeld door zijn vrouw. Wat stond er ook alweer precies in dat mailtje dat hij had gekregen over Adil? De rechter-commissaris was druk op dat moment, vertelde hij. Maar zijn vrouw vroeg door. Om „ervan af te zijn” stuurde hij het mailtje door naar het gezamenlijke e-mailadres thuis. Zijn vrouw besprak het met de moeder van Charlotte. En dat kwam uit. Want Charlotte en Adil bleken geregeld in te loggen op het mailaccount van haar moeder, waar ze over de informatie lazen.

Adil deed op 11 februari aangifte van smaad en belediging. Kort daarop werden de rechter-commissaris en de officier van justitie op non-actief gesteld.

De verdenking tegen hem heeft officier De V. erg aangegrepen. Hij snikt als hij het moment beschrijft dat de hoofdofficier hem telefonisch op non-actief stelde, terwijl hij zijn dochtertje naar bed aan het brengen was. De rechter-commissaris toont minder emotie en luistert vooral, de armen gevouwen over elkaar. Maar zijn vrouw dept in de zaal haar tranen weg als haar man door de aanklager Oebele Brouwer wordt verweten „het aanzien van de rechterlijke macht te hebben geschaad”.

Brouwer zegt ook dat Adil K. géén schade heeft ondervonden door de mailwisseling. Hij heeft, door „rond te neuzen in de computer” van Charlottes moeder en daarna met zijn verhaal naar De Telegraaf te stappen, volgens Brouwer zelf de aandacht op zijn strafblad gevestigd. Bovendien had hij de moeder van Charlotte zelf al over zijn veroordelingen verteld.

Brouwer eiste gisteren tegen de rechter-commissaris en de officier een voorwaardelijke boete van duizend euro. De kwestie had wellicht ook buiten de rechtszaal kunnen worden afgedaan, zei hij. Maar omdat het rechterlijke ambtenaren betrof, had hij het toch van belang gevonden de zaak in het openbaar te behandelen.

De pleidooien van de advocaten van de verdachten botsten gisteren met elkaar. De advocaat van de rechter-commissaris zei dat zijn cliënt als privépersoon had geïnformeerd bij een collega. Er kon geen sprake zijn van schending van een ambtsgeheim, omdat hij de informatie niet uit hoofde van zijn functie had gekregen. Maar de advocaat van de officier van justitie betoogde juist dat De V. de informatie nooit aan S. verstrekt zou hebben als hij een privébelang had vermoed. Hij zag het als werk om de zaak aan te zwengelen en de collega die de zaak aanbracht daarover te informeren.

Uitspraak over twee weken.