Aarde en hemel

Er bestaat niet alleen een kloof tussen de burger en de politiek, maar ook tussen de burger en de kunstkritiek. Dat is in beide gevallen helemaal niet zo erg. Je roept wat naar elkaar over zo’n kloof heen en je gaat weer verder met je dag.

De afgelopen weken is zoiets gaande rond de speelfilm The Tree of Life van Terrence Malick. Die film won de Gouden Palm in Cannes, waarna de eerste twisten uitbraken. De filmkritiek vindt het bijna unaniem het meesterwerk van een geniaal filmer. Van The New York Times tot NRC Handelsblad – ze zijn allemaal laaiend enthousiast.

Dat het gewone publiek zijn bedenkingen heeft, merkte ik aan het aardige rubriekje ‘Popcorn Panel’ van Het Parool. Daarin mogen doorgaans onbekende mensen hun mening over een belangrijke film geven. Drie van de vier – een student rechten en twee studenten architectuur – hadden grote bezwaren. Alleen de vierde, een regisseur, was lovend.

Hetzelfde zag ik in buitenlandse media gebeuren: het publiek was vaak sceptischer dan de critici. Een boze inzender op de website Huffington Post schreef: ‘Mijn vrouw en ik zagen de film enkele uren geleden en hebben ons evenwicht nog steeds niet hervonden. Malicks prententieuze, ijdele poging is een belediging van degenen die terecht een minimum aan samenhang en vorm mogen verwachten.’

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik snelde dan ook naar Pathé Tuschinski om te zien in welk kamp ik thuishoorde. Nu zult u van mij eerst willen weten waar die film over gaat. Daar beginnen de moeilijkheden, want ik vrees dat ik moet zeggen: „Over de betekenis van het leven”. Malick is van origine een filosoof, op de duistere Heidegger georiënteerd nog wel, en geen verteller van verhalen. The Tree of Life heeft dan ook geen plot – wat voor een geslaagde film ook geen vereiste is.

Malick laat zien hoe de aarde ontstond, hoe een Texaans gezin zich in de jaren vijftig daarop staande hield en hoe het met die aarde en dat gezin (de mensheid?) afliep. Drie delen dus, en mijn waardering – of gebrek daaraan – varieerde per deel.

Bij het deel over de wording van de aarde verslapte al snel mijn aandacht, hoeveel bliksem en donderslag, overstromende rivieren, duistere wouden en houterig bewegende brontosaurussen Malick ook op me losliet. Het duurde een minuut of twintig en om mij heen verlieten de eerste bezoekers de zaal. In totaal zouden het er een stuk of tien worden – meer dan ik ooit heb meegemaakt.

Ook ik voelde even de aanvechting om weg te lopen, maar geduld hoort bij mijn vak. Gelukkig maar, want het middendeel – dat anderhalf uur duurt – was voor mij het beste deel. De lotgevallen van het Texaanse gezin, bestierd door zo’n tijgervader waar ik eerder deze week over schreef, boeiden me. Wel bleven sommige zaken voor mij hinderlijk onduidelijk. Een van de drie zoons van het gezin was overleden, maar welke en waaraan?

Het slotdeel was het meest onbevredigend. Opeens vielen ze elkaar, meer dood dan levend, allemaal in de armen, op een strand dat de hemel moest verbeelden – het was dan ook zeker niet het strand van Zandvoort. Iemand riep: „Hou van iedereen, hou van elke grasspriet, hou van elke straal licht!” En de moeder bood extatisch een kind aan God aan.

Ik werd er nogal wee van en voelde sympathie opkomen voor de sceptische burger-bioscoopganger. Om kort te gaan: The Tree of Life is een merkwaardige combinatie van verbeeldingskracht en humbug.