4. Griekenland uit de euro zetten

Eén probleem zullen regeringsleiders zondag en maandag niet oplossen: de zwakke Griekse economie. Griekenland kan niet concurreren met efficiënte noordelijke landen. Dat is de oorzaak van de crisis. Puur economisch is het makkelijker voor de Grieken om buiten de eurozone te herstellen. Ze kunnen dan de munt devalueren wat hun producten goedkoper en dus aantrekkelijker maakt. Het snelle herstel van de IJslandse economie na de crisis van 2008 laat zien hoe een economie door devaluatie snel kan herstellen.

De nadelen zijn ook bijzonder groot. Volgens Europese regels is het vooralsnog niet mogelijk uit de euro te treden zonder uit de EU te stappen. Dit komt voor het belangrijkste deel doordat Europese verdragen vooral voorzien in verder integratie en samenwerking, met disintegratie werd (volgens sommigen bewust) geen rekening gehouden. Natuurlijk kan er een verdragswijziging komen, maar dit vereist instemming van alle EU-landen. Denk aan alle juridische rompslomp rond de ratificatie van het verdrag van Lissabon (de afgezwakte Europese grondwet) en het is duidelijk dat dit geen simpele opgave is die regeringsleiders op één Europese top even regelen. Het economische nadeel is dat de Grieken wellicht meer zullen verdienen omdat hun economie weer concurrerend is geworden, maar de schuld die ze moeten aflossen is juist gegroeid. De schuld (obligaties, leningen verstrekt door het IMF en de EU) blijft staan in euro’s maar de Grieken moeten aflossen met hun zwakkere drachme. De enige manier om hier onderuit te komen is een herstructurering van de Griekse schuld, met alle risico’s (paniek, chaos, besmette Europese banken) van dien.