2. Opnieuw miljarden lenen

Gezien de angst voor een wanordelijk faillissement is het aannemelijk dat regeringsleiders, de ECB en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) nieuwe steun aan Griekenland bieden. Deze steun zal bestaan uit een zak geld. Naar verwachting zal de nieuwe steunronde 120 miljard euro bedragen. De grote vraag is onder welke voorwaarden. In een verslag van de informele bijeenkomst van Europese ministers van Financiën afgelopen dinsdag schrijft De Jager dat Nederland pas in zal stemmen met nieuwe steun als Griekenland nog meer privatiseert en bezuinigt, als het IMF erbij betrokken wordt (zowel financieel als met expertise) en als de private sector „substantieel” bijdraagt. Ook Duitsland eist zo’n bijdrage. Dat kan verschillende vormen aannemen. Banken kunnen de waarde van staatsobligaties afwaarderen waardoor de Griekse schuld kleiner wordt. Een staatsobligatie is niet meer dan een lening. Een investeerder geeft geld aan Griekenland. Griekenland belooft een rentepercentage te betalen en het geld op een vooraf afgesproken datum terug te betalen. Als een obligatie die, zeg, 100 euro waard is, afgewaardeerd wordt tot, zeg, 60 euro hoeft Griekenland hoeft 40 procent van die obligatie niet terug te betalen. Op een staatsschuld van 350 miljard euro tikt zo’n korting aan. Nadeel is dat zo’n afwaardering tot dezelfde angst kan leiden als een wanordelijk faillissement aangezien banken opeens forse verliezen te verwerken krijgen. Om die angst te temmen moet er geld beschikbaar zijn om landen (en hun banken) te steunen. President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank zei gisteren in Het Financieele Dagblad dat als regeringsleiders per se de Griekse schuld willen afwaarderen het Europese noodfonds opgehoogd moet worden, met Europees belastinggeld, van 750 miljard euro tot 1.500 miljard.