1. Helemaal niets doen

Geen Nederlandse cent meer naar de Grieken, twitterde PVV-leider Geert Wilders vorige maand. Dat is mogelijk, maar niet wat regeringsleiders en centrale banken willen. Geen geld naar Griekenland is desastreus, menen ze. „Dit betekent dat Griekenland binnen enkele weken niet meer aan zijn betalingsverplichtingen zal kunnen voldoen”, schreef minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) deze week aan de Kamer. Dit leidt „snel daarna” tot een ondergang van Griekse banken en een wanordelijk faillissement, volgens De Jager.

President Jean-Claude Trichet van de Europese Centrale Bank (ECB) zegt hetzelfde. De ECB houdt de Griekse banksector in leven door noodkredieten te verstrekken. Die leningen aan de banken geeft de ECB alleen als Griekenland onderpand kan leveren, zoals Griekse staatsobligaties. Als de Griekse obligaties na een faillissement niets meer waard zijn (omdat de kans dat de schuldeiser ooit nog geld ziet van Griekenland – de schuldenaar) moet de ECB de noodleningen intrekken want het onderpand is waardeloos geworden. Zonder leningen uit Frankfurt wordt de Griekse banksector snel weggevaagd. Kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (een bedrijf dat analyses maakt hoe kredietwaardig bedrijven en landen zijn) berekende dat bij zo’n faillissement Griekenland slechts 30 tot 50 procent van de waarde van uitstaande obligaties kan vergoeden.

Europese banken hebben deze obligaties en leningen aan Griekse bedrijven op hun balans staan en kunnen grote verliezen lijden. Daar komt bij dat er massaal verzekeringen zijn afgesloten op het faillissement van Griekenland. Als die uitgekeerd moeten worden, dan kunnen de verzekeraars gigantische verliezen lijden. Het probleem is dat niemand weet wie precies de verzekeringen bezit. De vrees is dat Europese banken niet meer willen uitlenen aan elkaar. En dan is een nieuwe kredietcrisis geboren.