'We fikken dit hele hoerenhuis af', roepen de Grieken

Buiten brandde het vuilnis en vervloekten boze betogers de politici, binnen vervloog de hoop op een regering van nationale eenheid. De dag van gisteren verslagen vanuit het Griekse parlement.

Terwijl traangas het Griekse parlement binnendringt, groeit de inzet van het Griekse machtsspel. Hoop op een regering van nationale eenheid die verantwoordelijkheid neemt voor de pijnlijke bezuinigingen vervliegt samen met de rook uit de brandende vuilcontainers. In plaats daarvan dreigen nieuwe verkiezingen over bezuinigingen en privatiseringen.

Premier George Papandreou spreekt aan het einde van een lange dag via de televisie de bevolking toe, nadat urenlang is gespeculeerd over zijn aftreden. Hij oogt teleurgesteld en vermoeid. „Ik ga door op de ingeslagen weg”, zegt hij. Hij verwijt de oppositie geen oog te hebben voor het landsbelang.

Hoe anders klinkt oppositieleider Antonis Samaras van Nieuwe Democratie (ND), die in een tv-toespraak een uur na de premier zelfverzekerd zowel diens aftreden, als wijzigingen in de bezuinigingsplannen en nieuwe onderhandelingen met de trojka van IMF, EU en ECB eist. „Ik heb vanaf het begin ‘nee’ gezegd tegen voortzetting van dezelfde fout”, zegt Samaras. „Nieuwe Democratie zal blijven vechten voor ander beleid.” En, voegt hij eraan toe, „voor verandering van het politieke landschap”. Het is een uitgesproken verwijzing naar tussentijdse verkiezingen.

De poging van Papandreou om met een kabinet in nieuwe samenstelling het vertrouwen in de hervormingen terug te winnen, lijkt bij voorbaat gedoemd te mislukken. Nog voor vanochtend de nieuwe ministersploeg kon worden gepresenteerd, stapt een van de beoogde nieuwe staatssecretarissen, George Floridis, uit het parlement. De positie van de premier is ernstig verzwakt; ook binnen zijn eigen partij wordt op zijn aftreden aangedrongen.

De Griekse politici schaken op meerdere borden tegelijk. Terwijl woensdag in de achterkamers van het parlement en op de partijkantoren in de hoogste versnelling nationale en internationale politiek wordt bedreven, vindt buiten het okerkleurige parlementsgebouw een veldslag plaats. De demonstranten richten zich behalve tegen de voorgestelde bezuinigingen ook nadrukkelijk tegen de politiek zelf.

Wie van binnenuit door de kieren in de gesloten luiken op de tweede verdieping naar buiten gluurt, kan de verwensingen op de spandoeken lezen. ‘Tuig, waar jullie ook heen gaan, we weten je te vinden’. Een raampje openen is als aan een volumeknop draaien. „We fikken dit hele hoerenhuis af”, scanderen opeens honderden stemmen. Afgewisseld met een spreekkoor: „Dieven, dieven.” Er vliegen flesjes door de lucht en de stalen politiebarricade wijkt vervaarlijk onder de druk van de betogers. Parlementsmedewerkers kijken angstig. Op het marmeren bordes staat een brandweerwagen klaar.

Rodoula Zisi is op haar werkkamer om een debat voor te bereiden dat ze moet voorzitten en wacht op vakbonden die hun resoluties over de stakingen komen aanbieden. „Het parlement staakt nooit”, zegt het Pasok-parlementslid parmantig. Ze is door de grote internationale druk – ‘een vorm van chantage ja’ - een ‘voor’ stemmer. „Als ik vandaag even een heldin wil zijn en tegen de bezuinigingen wil stemmen kan dat. Bij verkiezingen word ik in mijn regio Volos dan vast herkozen. Maar we moeten serieus zijn. Als we tegen stemmen en het volgende deel van de lening niet krijgen is op 3 juli het geld op.”

Over de onversneden haat buiten doet ze mild. „Mensen denken dat wij het probleem zijn, maar dat is niet zo. Wij vertegenwoordigen ze juist.” En een kloof tussen politiek en burgers bestaat ook elders in Europa.

Zisi gaat eraan voorbij dat een groot deel van de Grieken zich niet vertegenwoordigd, maar bedrogen voelt. Ze zien het parlement als een van de voornaamste oorzaken van de crisis waarin het land zich bevindt. De samenvatting van hun oordeel staat op t-shirts: ‘kies Ali Baba. Hij heeft maar veertig rovers’.

Corruptie en cliëntelisme heeft Griekenland aan de rand van de afgrond gebracht. Nu het erop aankomt, vertonen de volksvertegenwoordigers weinig tekenen van zelfreflectie en verandering. Terwijl vrijwel alle ambtenaren hun dertiende en veertiende maand moesten inleveren, behielden parlementsmedewerkers – het zijn er opvallend veel – bijvoorbeeld hun zestiende maand. Onderzoek naar corrupte politici is een hoge uitzondering.

Dimitris Papadimoulis van Synaspismos, een linkse partij, is een van de weinige parlementariërs die het ’s ochtends vroeg heeft aangedurfd door de haag demonstranten te lopen. Ze riepen naar hem. ‘Blijf beter buiten, bij ons’. „Ik zei dat binnen en buiten één zijn. Zolang ze vredig zijn steunen wij de demonstraties.”

„We zijn ziek, maar het medicijn werkt niet. Nu schrijft dezelfde slechte dokter een dubbele dosis voor, hoe kun je verwachten dat ik daarmee instem?”, legt hij uit. De situatie zou volgens de voormalig europarlementarier minder dramatisch zijn geweest als de hervormingen krachtiger waren geïmplementeerd en de regering erin was geslaagd de belastinginkomsten te verhogen door de rijken te laten betalen, in plaats van de middenklasse.

Regeringspartij Pasok heet socialistisch, maar wie dat in Griekenland in dit tijdperk van bezuinigen en liberale hervormingen nog zegt, plaats dat woord met twee vingers in de lucht tussen aanhalingstekens. Minister van Financiën George Papaconstaninou, in Brussel geliefd, is in de ogen van veel Grieken het symbool geworden van een kabinet van IMF-marionetten, die het politieke instinct missen om de bevolking achter hun plannen te krijgen. Hij staat hoog op de lijst ministers die bij een kabinetswijziging waarschijnlijk sneuvelt.

In de wandelgangen rond de plenaire zaal is het traangas aan het einde van de middag niet meer te harden. Jonge medewerksters lopen in groepjes rond met mondkapjes op. De geruchtenstroom draait op volle toeren. Feitelijke informatie, ook over de opstand buiten, is er weinig. Journalisten en persvoorlichters deden tot halverwege de dag mee aan de staking.

Yannis Vouros (Pasok) zit in het rookhok met journalisten. De bekende acteur en parlementariër vergelijkt de gespannen sfeer zonder omhaal met de politieke crisis die in april 1967 vooraf ging aan een staatsgreep door kolonels. „Wie vult nu de kloof tussen burgers en politiek?” Het antwoord blijft hij schuldig. Trekkend aan zijn sigaret voorspelt hij een ‘wijziging in het management’, niet in het beleid.

De parlementariërs in het belegerde gebouw wijten hun benarde positie ook aan hun collega’s in andere Europese landen. Ze klinken gefrustreerd dat niet wordt erkend dat de schuldencrisis een Europees probleem is en klagen over Nederlandse politici die niet verder kijken dan de volgende verkiezingen. „Natuurlijk moet hier straf hervormd worden”, zegt Papadimoulis. „Maar zonder een werkzaam Europees antwoord op de problemen komt Griekenland er niet uit. Dan heeft het dus geen zin om onze staatsschuld en werkloosheid verder te verhogen.” Hij kan geen rekening houden met populisten in andere landen die weigeren in te zien dat ze Europa moeten redden en dat solidariteit met de Grieken ook in hun eigen belang is, zegt Papadimoulis. „Als ik moet kiezen tussen Wilders of mijn eigen kiezers weet ik het wel.”