Wat is er aan de hand in Libië?

De Libische leider kolonel Gaddafi moet weg, vindt de Nederlandse regering samen met heel veel andere landen. Maar dit betekent weer niet dat Nederland de door de opstandelingen tegen Gaddafi gevormde Nationale Overgangsraad als het wettig gezag van Libië wil beschouwen. Minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) herhaalde deze week nog eens dat hij niet nu al wil overgaan tot erkenning van de in Benghazi gevestigde Overgangsraad.

Daarmee nam hij afstand van het besluit van de Duitse regering, dit weekend, om de raad te beschouwen als de enige wettige vertegenwoordiger van het Libische volk. Veel eerder was Frankrijk hiertoe al overgegaan. Later volgden Spanje en Italië, en gisteren Canada.

Maar Nederland dus niet. Hetzelfde geldt voor grote mogendheden als de VS en Groot-Brittannië. Rosenthal beschouwt het orgaan van de opstandelingen slechts als een gesprekspartner en niet als officiële vertegenwoordiger, omdat het niet representatief is voor heel Libië. De machtsbasis van de rebellen is gevestigd in Oost-Libië, maar in hoeverre ze contacten hebben met andere delen van het land is onduidelijk.

De betekenis van erkenning van de opstandelingen is vooralsnog vooral van psychologische aard. Zij worden gezien als wettige vertegenwoordigers van Libië en Gaddafi niet meer. Maar veel belangrijker voor de ontwikkelingen in Libië op dit moment zijn de bombardementen die de NAVO uitvoert op doelen in Libië om te voorkomen dat troepen van Gaddafi in actie komen tegen burgers en de opstandelingen. Die strijd verloopt volgens de scheidende Amerikaanse minister van Defensie Gates moeizaam omdat slechts een beperkt aantal NAVO-landen volledig meewerkt. „De machtigste alliantie in de geschiedenis is nog maar elf weken bezig met een operatie tegen een slecht bewapend bewind in een dunbevolkt land, en toch krijgen veel bondgenoten nu al een tekort aan munitie en is het, opnieuw, aan de VS om in te springen”, zei hij vorige week in Brussel.