Vrije vormen

Een boek en een tentoonstelling zetten het licht op de cover van de VPRO Gids, 85 jaar oud en goed voor spraakmakende, soms legendarische vormgeving. Hoe grote vrijheid voor de makers leidt tot eenvormige dwarsheid.

Op de cover van de allereerste VPRO-gids, toen nog Vrije Geluiden geheten, stond een advertentie van een kwartpagina, van v. h. L. Terwal: een vertrouwd adres voor alle door u benoodigde radio-onderdeelen. Een advertentie op de cover, dat is in de 85 jaar dat de gids bestaat nog eenmaal voorgekomen. In de laatste week van 1995, met kerst. Toen bestond het coverbeeld uit een glossy advertentie voor Albert Heijn: flesje wijn met een kurkentrekker in kruisvorm en de tekst ‘Alsof er een engeltje over uw tong piest’.

De eerste (radio)gids markeert de ingang van de tentoonstelling Omslag! 85 jaar VPRO Gids in het Graphic Designmuseum in Breda. Het is de start van een reis langs talloze voorbeelden van eigenzinnige en vooruitstrevende vormgeving. Een nostalgisch feestje met een hoog voor-de-liefhebber-gehalte, maar ja, is dat ook niet precies waar de VPRO voor staat?

De tentoonstelling is in feite de ruimtelijke vertaling van het boek VPRO gids covers, een kleine geschiedenis van de vpro-vormgeving aan de hand van enige honderden gidsomslagen van 1926 tot nu dat de omroep voor de jubilerende gelegenheid heeft uitgebracht. Die vertaling is is beknopt en fris in een kleine, overzichtelijke en kleurrijke expositie.

Ontwerpbureau Trapped in Suburbia hanteerde er de huidige VPRO-huisstijl van Thonik voor, met een hoofdrol voor de heldere kleuren groen, cyaan en geel, schreefloze typografie en de driehoek en de cirkel. Driehoeken fungeren als ruimtelijke vorm, de wanden steken met een punt in de tafelvitrines vol covers. De cirkels versieren de ronde letters in de begeleidende muurteksten.

Beeldtaal, daar draait het om. Het overzicht van VPRO-logo’s door de 85 jaar heen laat in één oogopslag zien dat de omroep veel van uiterlijk is veranderd, aangepast aan tijdgeest en mode. De VPRO heeft altijd veel aandacht gehad voor vormgeving en typografie. En andersom, ontwerpers, fotografen en illustratoren werkten graag met de gids samen. Waarom, wordt in de begeleidende tekst uitgelegd: ‘Bij VPRO mag de cover weerbarstig zijn, ongemakkelijk, bizar. Er hoeft zelfs geen VPRO op te staan. Vrijheid is het sleutelwoord voor illustratoren en ontwerpers.’

Die vrijheid resulteert in legendarische covers die elke VPRO-abonnee nog wel in z’n geheugen zal hebben zitten. De chocoladereepcover (zonder de naam VPRO), de goudgelakte kalfshoefjes (Nederlands Film Festival), een Kerstcover die in de vriezer gelegd moest worden om zichtbaar te worden en veel Pinkpop-varianten.

Beter dan in het boek is het overzicht van de belangrijkste ontwerpers die zich verbonden aan de omroep. Nog beter was geweest als je ook meteen kon zien in welke periode en hoe lang zij hun werk voor de VPRO maakten. We zien prachtige illustraties van Typex, Stefan Verwey, Thomas Schats, Peter Pontiac, Sander Plug, Claudie de Cleen en de onnavolgbare onzingraphics van Martijn Engelbregt. Op de muren wordt een aantal thema’s uitgelicht, met steeds een voorbeeld groot afgedrukt. Mooie sterke beelden, nog sterker op kamerbreed formaat.

Een thema is ‘Taboes’, met bloot, bloed en reclameleeuw Loeki aan het kruis. VPRO-iconen als Theo en Thea, Wim T. Schippers (Ronflonflon), Koot en Bie en Arjan Ederveen zijn meermalen op de gids geportretteerd. En de politiek is een terugkerend onderwerp, van gemeenteraadsverkiezingen tot kruisraketten en omroeppolitiek.

De beste categorie is ‘de gids die nergens op lijkt’. In het boek wordt daarover uitgeweid. Zoals de gids waarbij de vakkenvullers in de supermarkt zich vergisten (‘We hebben geen gids ontvangen, enkel stapels van het blad Film Fun’). De gids die abonnees weggooiden omdat ze dachten dat het reclamefolder was. Of de gids die zoekraakte tussen de bladmuziek. Ook een leuke: de gids vermomd. Als Engelse Tabloid, bijlage van Vrij Nederland, Hitweek, of Gouden Boekje.

Toch blijf je bij de tentoonstelling in Breda met een vraag zitten: hoe het komt dat in alle verscheidenheid en ondanks die ongebreidelde vrijheid de covers toch zo’n sterk overeenkomstige beeldtaal hebben, zo’n eenvormige dwarsheid. In het boek wordt deze vraag beantwoord.

De productie van gidscovers verloopt namelijk al jaren volgens eenzelfde stramien, ongeacht wie er de leiding heeft. Vanaf 2008 is dat Beate Wegloop, die dezelfde werkwijze hanteert als haar voorganger Gitima van der Putten. Een werkwijze die, toch wel duidelijk maakt waar de ideeën vandaan komen. ‘Eens per week komen beeldredacteur, art director en hoofdredacteur samen om de inhoud van de gidsen van de komende weken door te nemen. Gezamenlijk bepalen zij wat het meest geschikte coveronderwerp is, hoe ze dat onderwerp verbeeld willen zijn en wie dat zou kunnen maken.’

Ook de schetsfase erna gebeurt in overleg. Onbegrensde vrijheid, het blijkt toch redelijk ingekaderd. Wat het oplevert is een rijke historie van veel mooie namen, die de ideeën uitwerken van een beperkt aantal genieën, met een op den duur herkenbare gedachtewereld.

De achterkant van de gids blijft buiten beschouwing. Achterwerk is al jaren het speelterrein voor hele volkstammen VPRO-tieners. Hun vraag- en ingezonden brievenrubriek. Maar daar is in 2008 al een heel boek aan gewijd.

Mist er dan nog iets? Misschien de animaties. De VPRO was een van de eerste omroepen die de omroepster vaarwel zeiden en de tijd tussen twee programma’s opvulde met grafische filmpjes waarin het logo de hoofdrol speelde. Bijvoorbeeld van Max Kisman – een echte VPRO-naam en ervoor bekroond met de H.N. Werkmanprijs – die onderbelicht blijft op dit feestje. Misschien een onderwerp voor de 90ste verjaardag?

Viola Lindner

Omslag! 85 jaar VPRO Gids, Graphic Design Museum Breda, tot en met 28 augustus

Piet Schreuders en Beate Wegloop (samenst: Vpro gids covers), uitgegeven door de VPRO € 24,95.

Meedoen aan de verkiezing van de Cover van de Eeuw: http://weblogs.vpro.nl/gidscovers (stemmen voor 1 juli).